Neushoorns zijn nu weer rennende geldmachines

Stropers verdienen miljarden aan wildlife. Zij lachen om boetes van honderden euro’s. Voer de strijd eens op, betoogt Gerben-Jan Gerbrandy.

Decennialang werden planten en dieren vooral bedreigd door het verlies aan leefgebied. Oprukkende verstedelijking, ontbossing of uitbreidende landbouw hebben vele soorten tot de rand van de afgrond gebracht, soms zelfs over de rand.

Natuurbescherming richtte zich daarom vooral op het behoud van natuurgebieden. Maar in diezelfde gebieden is een nieuwe dreiging ontstaan: stroperij, of wildlife crime. Lage pakkans, lage straffen en hoge winsten.

De ongekende vraag naar ivoor, hoorn van neushoorns en tijgerbotten vanuit explosief groeiende economieën in Zuidoost-Azië, hebben geleid tot een razendsnelle professionalisering van deze nieuwe vorm van internationale criminaliteit.

De cijfers spreken boekdelen: in Zuid-Afrika werden in 2007 13 neushoorns gestroopt, in 2012 waren dat er 668. Een stijging van liefst 5000 procent. Jaarlijks wordt een tiende van alle olifanten illegaal gedood omwille van bloedivoor. Iconische dieren zijn rennende geldmachines voor terroristische organisaties en rebellengroepen geworden. Europol schat de wereldwijde omzet tussen de 18 en 26 miljard euro, daarmee is wildlife crime na drugs- en wapenhandel uitgegroeid tot de grootste illegale sector wereldwijd.

Maar wat een verschil in bestrijding. Waar wereldwijd miljarden worden uitgegeven aan de oorlog tegen drugs, strijdt een handvol rangers tegen wildlife criminelen. Een oneerlijke strijd tussen jeeps en helikopters, kapmessen en AK-47’s. Criminele bendes verdienen miljarden euro’s aan deze illegale handel: de waarde van de hoorn van een neushoorn is groter dan die van goud of cocaïne. Geldstraffen van 500 euro worden vanzelfsprekend niet serieus genomen.

President Obama ziet inmiddels in dat bestrijding van belang voor Amerika is. Wildlife crime is namelijk een bron van inkomsten voor terroristen, het zorgt voor onrust in Afrika. In Europa blijft het daarentegen doodstil. Hoewel Europa volgens Europol de belangrijkste doorvoerhaven van illegale wildlife producten is, waaronder zeker ook Schiphol, wordt er bezuinigd op controles en opsporing.

Uit antwoorden van de Europese Commissie op mijn vragen hierover blijkt dat de capaciteit en expertise in de lidstaten schrikbarend laag is. Ook in het ontwikkelingsbeleid is er totaal geen aandacht voor, terwijl de toenemende instabiliteit hulp zinloos kan maken.

Hoogste tijd dus dat de EU in samenwerking met de VS een actieplan gaat ontwikkelen. Binnen Europa moeten capaciteit en expertise fors worden uitgebreid. Ook in Nederland. Tevens moeten de straffen omhoog. Bij Europol moet een speciale wildlife crime unit komen. Internationaal moet het geagendeerd worden tijdens politieke ontmoetingen met machthebbers in vooral Zuidoost-Azië. Zonder het indammen van vraag vanuit deze regio zal bestrijding dweilen met de kraan open zijn.

Met leiders uit landen waar het wild vandaan komt moeten bestrijdingsplannen worden opgezet: directe hulp op de grond in wildparken, opbouwen van krachtige opsporing, ondersteunen van justitie, maar ook assistentie bij het bestrijden van corruptie die de handel in wilde dieren gemakkelijk maakt.

Ontwikkelingshulp moet ook veel meer aandacht geven aan wildlife crime. Voor veel gebieden met natuurparken zijn de natuur en het wild de belangrijkste inkomstenbron. Stropers maken die bron kapot en creëren een hoge instabiliteit in het gebied. Een dubbel negatief effect dus.

Dit alles zou moeten leiden tot een internationale aanpak. Snel, want de laatste zwarte neushoorn in Mozambique is vorig jaar al geschoten en het is slechts een kwestie van tijd dat we die conclusie voor honderden iconische soorten moeten trekken.

Gerben-Jan Gerbrandy is Europarlementariër voor D66.