Misschien moeten we Assad maar steunen

Pas op dat die versplinterde rebellen in Syrië zich later niet tegen ons keren. Leer van Irak en Afghanistan, betogen Hans Wiegel en Stephan de Vries.

Illustratie Osama Hajjaj

De strijd in Syrië is inmiddels ontaard in een burgeroorlog van allen tegen allen. Volgens velen nog altijd reden genoeg om te pleiten voor het verlenen van westerse militaire steun aan rebellen. Dat is discutabel. Assad steunen zou uit Westers perspectief zelfs te bepleiten zijn.

De moord op een commandant van het Vrije Syrische Leger door een aan Al-Qaeda gelieerde groepering afgelopen maand toont aan dat zich een machtsstrijd ontvouwt tussen gematigde en extremistische rebellengroeperingen. Onderlinge verdeeldheid van de rebellen maakt van de burgeroorlog een nog chaotischer conflict, waarin iedereen elkaar inmiddels lijkt te bestrijden.

Het ondoorzichtige karakter van het conflict maakt het onmogelijk om met zekerheid vast te stellen welke doelen en belangen de groeperingen nastreven. Dat weerhoudt echter weinigen ervan zich toch uit te spreken voor het verlenen van militaire steun aan de rebellen. Het is immers onze ‘morele plicht’ burgers te helpen in hun strijd tegen een illegitieme heerser, aldus voorstanders van een (militaire) interventie.

Dergelijk militair ingrijpen kan op verschillende manieren worden ingevuld, maar voorstanders geven zelden aan hoe ze dat precies voor zich zien. Gratuit pleiten voor het leveren van zware wapens aan rebellen, het instellen van no-flyzones, bombardementen of zelfs een volledige invasie is in een oogwenk gedaan. Op de grote nadelen die stuk voor stuk met deze opties gepaard gaan, wordt vervolgens zelden ingegaan. Irak en Afghanistan zijn, ondanks dat beide landen zich nog steeds bevinden in een spiraal van geweld, wat dat betreft snel in de collectieve vergetelheid geraakt.

Misschien nog wel belangrijker dan de kwestie hoe militair ingrijpen in de praktijk vorm zou moeten krijgen, is de vraag wie we precies moeten steunen. Voor diegenen die onvoorwaardelijk pleiten voor een militaire interventie is dat wellicht een proces vertragende overweging die wel aan de orde komt als Assad verdreven is. Een dergelijke simplistische benadering staat echter garant voor nog meer ellende en instabiliteit.

De complexiteit van de situatie in Syrië moet niet worden onderschat. Het is onmogelijk om in de huidige situatie helder te krijgen hoe de lijnen in Syrië precies lopen. Niemand kan beweren met zekerheid te weten wie welke rol speelt, welke allianties worden gesmeed en verbroken en vooral welke (vaak verscholen) belangen in werkelijkheid door de verschillende partijen worden nagejaagd.

Militaire steun verlenen in een dergelijke situatie betekent per definitie dat het vooraf volstrekt onduidelijk is wie men daarmee uiteindelijk helpt en welke uitkomst daarmee wordt bevorderd. Zware wapens leveren kan de strijd op korte termijn doen beslissen in het voordeel van de rebellen, maar Syrië en de gehele omliggende regio op de lange termijn nog verder ontwrichten. Hetzelfde gebeurde in Afghanistan en Pakistan, nadat de Amerikanen die regio overspoelden met wapens voor de destijds tegen de Russen vechtende moedjahedien.

Alleen groeperingen steunen die loyaal zijn aan het Westen klinkt heel aantrekkelijk, maar is in de praktijk een stuk weerbarstiger. Hoe zorg je ervoor dat andere, meer extremistische groeperingen niet toch ongewenst profiteren van die steun? Daarnaast zijn loyaliteit en belangen geen vaststaande gegevens en al helemaal niet binnen de internationale politiek. Wie durft te garanderen dat de rebellen die nu loyaal staan ten opzichte van het Westen dat in de nasleep van de oorlog zullen blijven en niet radicaal van koers veranderen? Onze ervaringen met Al-Qaeda en de Taliban zijn wat dat betreft twee schoolvoorbeelden van hoe goede bedoelingen uiteindelijk destabiliserend kunnen werken.

De rebellen steunen, op welke manier dan ook, is volgens ons dan ook geen realistische optie en kan zelfs ingaan tegen westerse strategische belangen. Als een eind maken aan het geweld en de terugkeer van stabiliteit de belangrijkste redenen zijn om ‘iets’ te doen in Syrië, dan kan zelfs de vraag worden opgeworpen of niet de rebellen, maar Assad moet worden gesteund.

Toegegeven, een ideale optie is dat evenmin, maar wel één die een grotere kans biedt op het behartigen van westerse geopolitieke belangen. Het Westen heeft namelijk vooral baat bij stabiliteit in het Midden-Oosten; een uitkomst die een stuk waarschijnlijker is als Assad in het zadel blijft dan wanneer onderling verdeelde extremisten de overhand krijgen. Dat hebben ontwikkelingen in Libië en Egypte inmiddels wel duidelijk gemaakt. Bovendien komt het steunen van Assad wellicht met de bonus van verbeterde relaties met de Russen en Chinezen in de regio en leidt het tot een opening in het geschil met Iran. ‘Toevallig’ zijn dat allemaal wel strategische belangen van het Westen en onze bondgenoten in de regio.

Het valt te hopen dat westerse staatsleiders hun hoofd koel weten te houden en wegblijven uit Syrië. Als zij toch per se actie willen ondernemen in het land dan doen zij er verstandig aan om alle beschikbare opties te overwegen.

Hans Wiegel is oud-leider van de VVD en Stephan de Vries is medewerker bij de Teldersstichting, het wetenschappelijk bureau voor de VVD.