Met z’n vijven op 70m in de binnenstad 2

Je moet inventief zijn als je met een jong gezin in de grote stad wilt wonen. Want het is klein. Maar steeds meer gezinnen willen dat.

Stefanie Lap en haar man Martijn op 70m2 met zonen Bo en Frey en dochter Anna Foto’s Bram Budel

De bakfiets moet door het huis gemanoeuvreerd als Stefanie Lap met haar drie kinderen op pad wil. Door de achterdeur rijdt ze de fiets naar binnen; als de deur naar de gang helemaal openstaat, past hij er net doorheen. Als het regent moet ze daarna dweilen. Bij thuiskomst dezelfde weg terug om de bakfiets te parkeren op het kleine plaatsje achter het huis.

Stefanie Lap woont midden in Utrecht. Vanuit hun slaapkamerraam zien zij en haar man de Domtoren. Op een gracht moet je ergens een smalle steeg in. Als je het niet weet, loop je er zo voorbij. Daarachter ligt een hofje, loop je even door dan lijkt het wel een parkje. Een verborgen paradijsje waar Utrecht er meer van heeft.

Wie in een van de grote steden woont, moet inschikken. De huizen zijn er over het algemeen kleiner dan in randgemeenten, kleinere steden en al helemaal vergeleken met huizen in de provincie. Op de ranglijst van gemiddelde woninggrootte van het CBS bungelt Amsterdam onderaan op de 416de plaats, met gemiddeld 74m2. Op plaats 409 staat Utrecht: 92m2. Oldebroek (276m2) en Renkum (241m2) in Gelderland en Vlagtwedde in Drenthe (224m2) voeren de ranglijst aan.

Het huis van Stefanie Lap is in 1989 gebouwd en heeft een woonoppervlakte van 70m2. En dat met drie kinderen, van acht, twee en één jaar.

Veel gezinnen verhuizen vanuit de binnenstad naar een buitenwijk of een randgemeente. Vooral als er een tweede kind geboren wordt. Maar er zijn ook veel gezinnen die dat niet doen. Die schikken in. In de vier grote steden bestaat een kwart van de huishoudens uit gezinnen met kinderen. Zij willen het liefst in de stad blijven wonen. Ze hebben alles in de buurt: school en kinderopvang, werk, vrienden, familie en cultuur. Of ze kunnen niet weg doordat een groot huis elders te duur is. En een flat in een verre buitenwijk te ongezellig.

Stefanie Lap en haar man slapen op de tweede verdieping, onder de schuine wanden van het puntdak. De kleinsten slapen samen op een kleine kamer. De oudste, Bo (8), heeft een eigen kamertje. Anna (1) verhuist naar een kampeerbedje in de huiskamer als haar ouders naar bed gaan. Zij wordt ’s morgens vroeg wakker en slaapt daarna weer in. Alleen heeft ze wel haar broertje Frey (2) gewekt, en die blijft dan wakker.

Utrecht staat nummer twee in de ranglijst van aantrekkelijke woonsteden volgens het boek De aantrekkelijke stad (2009). Nummer één staat Amsterdam. De aantrekkelijkste woonstad zou cultuur en horeca in een historische binnenstad combineren met veel koopwoningen, weinig criminaliteit en veel werk én natuur in de buurt, schrijft de auteur. Om toe te voegen: „Zo’n stad bestaat niet.” Kennelijk hebben Amsterdam en Utrecht toch de meeste ‘stadspecifieke woonattracties’, zoals dat heet.

Sinds 2008 neemt het aantal kinderen van 0-5 jaar in de vier grote steden toe. De toename begon al eerder in de Vinex-wijken maar sinds 2008 ook in de oudere delen van de steden. In de rest van Nederland daalt het aantal jonge kinderen juist.

De stadshuizen zijn vaak krap voor de bewoners van nu. En nog minder geschikt voor gezinnen. Toen ze gebouwd werden, wilden mensen vooral een licht huis, met goede badkamer en centrale verwarming, staat in het net verschenen onderzoek Nestelen in de stad. Tegenwoordig is dat normaal en worden daarenboven andere eisen aan een huis gesteld. Bovendien heeft iedereen meer spullen, is er plaats nodig voor huishoudelijke en elektronische apparatuur. En de kinderen spelen veel meer binnen.

Er is steden veel aan gelegen de gezinnen te behouden, schrijft sociologe Joke van der Zwaard die onderzoek deed naar gezinsvriendelijke wijken. „Als gezinnen massaal de stad verlaten, gaat het niet goed met de leefbaarheid. Daar lijden dan ook andere inwoners onder.” In het onderzoek zijn oplossingen voor wensen van stadsgezinnen door architecten van zestien bureaus gebundeld.

Stedelijkheid en luwte, zegt Lia Karsten in het onderzoek, dat willen stadsgezinnen. Jonge ouders zoeken ook voorzieningen voor kinderen: scholen, sport, speeltuinen, parken. Karsten: „En liefst kindervriendelijke restaurants en een coffee corner waar ‘babycino’ wordt geserveerd.”

Een van de grote problemen is het gebrek aan bergruimte, blijkt uit Nestelen in de stad. Ruth Houtman woont met haar man en dochter Jade (3) op 60m2. Ze is zwanger van de tweede. Opruimen is bittere noodzaak. Elk jaar mesten ze de klerenkast uit en de bergruimte op de vliering. Elk T-shirt dat een jaar ongedragen is, gaat weg. „Mensen die groter wonen verzamelen meer. Die hebben weinig voordeel van de extra ruimte.”

Ruth Houtman geeft thuis vioolles aan zo’n vijftien leerlingen. In de huiskamer. „Ik heb een tapijtje gekocht omdat onze vloer begon te slijten. Jade slaapt er gewoon doorheen. En Samuel ligt boven op bed de administratie bij te werken.”

Op de overloop voor de slaapkamer van Stefanie Lap staat een bureautje in een hoek bij het raam. Op dezelfde overloop zijn de boeken om de slaapkamerdeur heen gebouwd: de deur is een poort in de kast. In de woonkamer, in een kast onder de trap, staat een bureautje voor Bo. Als Bo erg druk is, zeggen zijn ouders: ‘De kast in!’ Stefanie lacht. „Groot hoeft je eigen plek niet te zijn, als-ie maar voor jou is.” Achter de bank staat een bak op wieltjes voor het speelgoed. „Je wordt inventief.”

De charme van de binnenstad, alles is op fietsafstand: school, crèche, winkels, musea (daar gaan ze vaak heen met de kinderen). Haar zus woont in een schitterend verbouwde boerderij bij een dorp, maar die moet overal met de auto heen. Zíj gaat met de kinderen naar de stadsspeeltuin. „Je leert elkaar kennen, ook de binnenstad is echt een buurtje.”

Bij Ruth Houtman kijk je vanuit een klein straatje midden in het centrum van Utrecht een steeg in en zie je Jade rondscharrelen. Rechts Anton Pieckhuisjes, links een muur met klimop en klimrozen. De steeg kan worden afgesloten met een poort. De huisjes zijn bedoeld voor starters, maar mensen die er komen wonen, gaan alleen weg als het echt niet anders kan. Een gezin met drie pubers op twee slaapkamertjes even verderop, verhuisde uiteindelijk – met spijt. „Je kunt hier niet met je armen wijd door het huis lopen”, zegt Ruth Houtman. „Maar het is anders klein dan als je drie hoog achter woont. De plek is niet te evenaren.”

Je stapt direct vanuit de steeg de keuken in, waar ook de eettafel staat. Op de begane grond is ook de woonkamer. Boven een badkamertje, een kamer voor Jade en een slaapkamer voor de ouders. In Jades kamer staat al een babybedje klaar. Ruth Houtman wil nog even niet denken aan de tijd dat haar kinderen een groter bed nodig hebben. De enige zorg is vooralsnog of twee kinderen samen op één kamer goed zal gaan.