Lady Jazz was een grande dame

Rita Reys, de eminente en bewonderde zangeres, vond haar hoge leeftijd geen reden tot stoppen. De Rotterdamse sprak van ‘djaz’, met een Gooise tongval.

Bimhuis, Amsterdam 2012. Foto Olivier Middendorp

Drie weken geleden, op 6 juli, gaf Rita Reys haar laatste optreden in de North Sea Jazz Club in Amsterdam. Dat was een overwinning voor haar, na vier maanden revalideren van een heupoperatie. De jazzvocaliste, inmiddels 88 jaar, had echt weer zin in een concert met haar kwartet. Speciaal had ze er met de bandleden, als altijd bij haar thuis, nieuw repertoire voor ingestudeerd, zoals Speak Low en Just in Time. Steeds weer wat anders, of iets ouds in een ander arrangementje. Dat hield het leuk, vond ze. In de jazzclub kreeg Rita Reys, die opgekomen was met wandelstok maar zonder die stok zong, na afloop een minutenlange staande ovatie.

Op 1 september zou ze voor het eerst in haar leven optreden in Paradiso, de poptempel in Amsterdam. Maar donderdag werd ‘Lady Jazz’ Rita Reys getroffen door een hersenbloeding. Ze is daarna niet meer bij bewustzijn geweest. In de nacht van zaterdag op zondag overleed ze in haar woonplaats Breukelen. „Ik houd mijn hart vast als ik het straks niet meer kan”, zei ze vorig jaar in een interview met NRC Handelsblad dat ze gaf in het boerenhuis aan de Vecht dat ze net had betrokken. Ze zou toen voor de twintigste keer op het North Sea Jazz Festival staan.

Een enige vrouw, die duidelijk nog bezeten was van haar vak en die geen blad voor de mond nam. Ze sprak van ‘djaz’, met een Gooise tongval. Maar met een uitspraak als „geen geouwehoer, opschieten”, met een klap in haar handen, verraadde ze haar Rotterdamse wortels. Zolang haar stem nog goed klonk, en dan bedoelde ze „echt goed zonder breken of piepen”, ging „dat oude mens” gewoon door. Ze was actief en dynamisch. En als ze niet meer kon zingen, hoopte ze maar dat ze niet lang meer zou leven, zei ze.

Echter, van slijtage was bij Maria Everdina Rita Reys, in 1924 geboren en sinds 1940 professioneel actief als jazz-zangeres, weinig te merken. Haar hese, licht-geaffecteerde stem was door de soepele frasering nog steeds aangenaam om te horen, en bleef herkenbaar. Wel vormden toonaarden van jazznummers steeds vaker een obstakel. Dan belde ze haar pianist Peter Beets op om het lager te zetten, hoge noten gingen niet meer. Maar het frappante, stelde ze vast, was dat haar stem na een half uur loskwam. „Je voelt het, wrrráng!, daar gaat-ie.”

Rita Reys was een eminente jazz-zangeres. Haar gevoel voor timing was onveranderlijk sterk; ze bewoog zich elk concert weer anders door de maten. Voor de tel, achter de tel, een beetje hangen. Ze voelde zich steeds vrijer worden, merkte ze eens op. Typisch was ook hoe Reys een kordate, eigengereide leading lady was, en bleef. Een eigenzinnige vakvrouw die in haar band, met musici die soms wel vijftig jaar jonger waren, bepaald geen egotripperij duldde. Luisteren en haar volgen in de muziek moesten ze, ze zong immers niets twee keer hetzelfde. Als kleine jongens pakte ze hen aan, wanneer ze vond dat ze hun ‘huiswerk’ hadden afgeraffeld.

Waren naast het podium de haren losjes opgestoken, bij een concert was ze keurig gecoiffeerd. Rita Reys werd met klasse oud, en wist haar jeugdige uitstraling, sprekende ogen en scherpe geest tot het laatst te behouden. Er werd haar constant een kroon op het hoofd gezet, kon ze droogjes opmerken. Haar huis stond vol met muziekprijzen als de Bird Award en Edisons. De Edison Oeuvreprijs en het lintje van Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw vielen haar de laatste jaren ten deel. Haar eerste eretitel ‘Europe’s First Lady Of Jazz’ kreeg ze al in 1960, toen ze met het Trio Pim Jacobs op het internationale jazzfestival van Juan-les-Pins won. Deze prijs is nadien nooit meer uitgereikt.

Reys werd geboren in de wijk Crooswijk in Rotterdam. Haar vader was violist. Volgens haar moeder, een revuedanseres, was Rita „zingend geboren”. Als tiener deed ze mee aan tal van zangconcoursen in Rotterdam. Even werkte ze in de nachtclub Cascade met het orkest van Johnny Jansen waar haar vader ook deel van uit maakte. Twee keer in haar leven trouwde Reys een muzikant. De eerste keer met drummer Wessel Ilcken. Met hem had ze haar eerste successen, veelal in het buitenland, met de orkesten van Ted Powder en Piet van Dijk. Samen speelden ze in het Rita Reys Sextet.

In 1953 had Reys haar eerste plaatopnames in Zweden, waar een tijd lang het hart van de Europese jazz klopte. Het was de tijd dat de zangeres zwanger werd en het echtpaar terugkeerde naar Nederland waar dochter Leila werd geboren. Een jaar later ging ze opnieuw de studio in. Met haar wat deftige maar sierlijke vertolking van My Funny Valentine op de lp Jazz Behind The Dikes brak ze door.

Amerika lonkte in 1956. Zonder haar man Wessel, die geen visum kreeg omdat hij marihuana gebruikte, kwam ze op verzoek van Columbia-producer George Avakian over voor plaatopnames. Hij had haar horen zingen in de Amsterdamse nachtclub Sheherazade. In New York nam ze een unieke elpee op met Art Blakey & The Jazzmessengers: The Cool Voice of Rita Reys. Met Blakey’s bandleden, niet de minsten – Horace Silver, Donald Bird, Hank Mobley – trad ze tevens op in de Village Vanguard. En een jaar later, 1957, ging ze weer, voor shows met Zoot Sims en Clark Terry. Bij thuiskomst sloeg het noodlot toe: haar echtgenoot kreeg een hersenbloeding, Reys werd weduwe, met een peuter om voor te zorgen.

In de vermaarde pianist Pim Jacobs, met wiens trio ze in de jaren erna steeds vaker speelde, vond ze zowel een nieuwe liefde als een muzikale metgezel. A Marriage in Modern Jazz, heette hun lp. Als Goois jazzkoppel werden ze bekend door hun optredens op de televisie. Reys ging muziek maken met arrangeur Rogier van Otterloo. Met zijn orkest nam ze vier songbooks op, zoals Rita Reys Sings Michel Legrand (1972).

Steeds weer waren er albums, samenwerkingen en concerten. Toen ze in 1985 was behandeld voor borstkanker, stond ze drie weken na de operatie alweer in het Concertgebouw. En ook toen ze haar Pim op zijn 61ste verloor aan kanker, ging Reys snel weer optreden. Steeds weer begon ze glorieus opnieuw. „Muziek is creatief en gevoelig, je kunt jezelf ermee optillen, denk ik. Dan kom je ook door nare tijden heen,” zei ze daar vorig jaar over. Berustend, nuchter.

De jazz bleef grande dame Reys voorzien van veerkracht. Hoe ze bij concerten mee hupste en zich altijd helemaal gaf was lofwaardig. Haar tachtigste verjaardag in 2004 vierde ze met de cd Beautiful Love. A Tribute to Pim Jacobs. Ook verscheen de autobiografie Rita Reys, Lady Jazz die ze met journalist en jazzkenner Bert Vuijsje maakte. In 2010 kwam haar laatste cd uit: Young at Heart, met naast haar band tenorsaxofonist Scott Hamilton en organist Thijs van Leer.

Reys is een voorbeeld geweest voor generaties Nederlandse zangeressen die na haar volgden: Greetje Kauffeld, Denise Jannah, Soesja Citroen, Fay Claassen, Francien van Tuinen. Ze kennen haar werk, haar verdiensten, maar kozen er uiteraard voor hun eigen pad te volgen. Vooral de jonge generaties kozen voor eigen composities.

Reys kon zich scherp uitlaten over de zangeressen na haar. Ze zag, op enkele namen na, vaak weinig in haar volgelingen op de conservatoria. „Je wordt geboren met timing. Geloof niet dat je het leren kunt”, schudde ze dan het hoofd. „Met een briefje van het conservatorium lezen ze hun partijtje prachtig af. Maar vraag je: zing nu eens iets van je hart, dan lukt dat ze niet. Ze denken alleen aan die nootjes.” Ach, maar ze doen het allemaal leuk hoor, besloot ze dan weer mild. De jazz heeft het zwaar genoeg met clubs die over de kop gaan en festivals die worden afgezegd. Als haar jongens nu maar genoeg werk hielden, zei ze wat zorgelijk. „Het is geen makkelijk vak hoor, elke avond is een wedstrijd.”