‘Kom foto’s maken van hoe ze ons hier afslachten’

Voor de tweede keer in enkele weken vielen tientallen doden onder moslimbroeders bij protesten in Egypte. In een mortuarium liggen lijken tussen met bloed doordrenkte watten.

Aanhangers van de afgezette president Morsi, gisteren rond hun protestkamp in Rabaa al-Adawiya in Kairo. Ze weigeren weg te gaan tot Morsi terug is als president. Foto AP

„Je moet foto’s komen maken van hoe ze ons proberen af te slachten.” De 12-jarige Mohammed wijst de weg naar het veldhospitaal in Rabaa al-Adawiya in Kairo, waar de moslimbroeders in zitstaking zijn sinds de Egyptische legercoup tegen president Mohammed Morsi. Ze gaan pas naar huis als Morsi zijn functie terug heeft.

Het is de tweede keer in nog geen drie weken dat de lijken hier binnenstromen. De eerste keer was op 8 juli, toen 51 moslimbroeders de dood vonden bij gevechten met het leger. Er hangt een doordringende geur van bloed en ontbindende lichamen. In een donkerrode plas bij de muur is een poster van Morsi gezet.

De lijken zijn dit keer het gevolg van gevechten tussen de politie en de Moslimbroederschap op een steenworp afstand van de zitstaking bij Rabaa al-Adawiya. Vrijdagavond waren er opnieuw massale protesten na de oproep van generaal Abdul Fattah al-Sisi aan het volk om het leger een mandaat te geven tegen „terrorisme”. Iedereen wist dat hij daarmee op de Moslimbroederschap doelde. Tegen de tijd dat de meeste mensen op het Tahrirplein naar huis gingen, begon het bij Rabaa al-Adawiya uit de hand te lopen.

Er hangt sindsdien een gespannen sfeer. Veel mensen verwachten een aanval van de politie of het leger op de zitstaking van de moslimbroeders.

Over het begin van de gevechten bestaan verschillende lezingen. De politie zegt aangevallen te zijn door pro-Morsi demonstranten met wapens. De moslimbroeders zeggen dat de politie hen aanviel toen ze net even buiten de plaats van de zitstaking bij een brug wilden protesteren. De moslimbroeders houden ook vol dat ze ongewapend waren.

Het enige dat duidelijk is, is dat er veel slachtoffers zijn gevallen. Doktoren in het veldhospitaal zeggen dat ze 37 doden hebben geteld en dat er „een stuk of twintig” dodelijke slachtoffers zijn in andere ziekenhuizen. Buiten het veldhospitaal hangt een lijst met 31 namen, zes lichamen moeten nog geïdentificeerd worden. Het aantal gewonden loopt in de honderden.

In het mortuarium liggen de lijken op de grond, tussen met bloed doordrenkte watten, tissues en repen stof. Over ieder lichaam ligt een wit laken met daarop de naam en woonplaats van de overledene. Bij een paar lichamen ligt een A4-tje met ‘onbekend’ erop geschreven in dikke zwarte stift.

Buiten bij het hek is er een constante aanloop van rouwende familieleden en mensen die op zoek zijn naar vermisten. Een jongen van een jaar of 15 vraagt of er binnen iemand ligt met witte sportschoenen en een blauwe trui aan. Hij is zijn broer kwijt.

Bij iedere dode die uit het geïmproviseerde lijkenhuis naar buiten wordt gedragen, barst de menigte los in de islamitische geloofsbelijdenis ‘la illah illa Allah’ (er is geen God behalve Allah) en ‘Allahu Akbar’ (God is groot). Het leger en de politie worden vervloekt. „Ze slachten ons af”, klinkt het.

Veel mensen vragen naar de ‘terroristen’ in de zitstaking. „Iedereen zegt toch dat wij terroristen zijn? Heb jij die hier ergens gezien dan? Wij zijn vredelievende mensen, zonder wapens, die geloven in democratie en willen dat onze democratisch gekozen president zijn functie terugkrijgt.”

Niemand buiten de onmiddellijke omgeving van de Moslimbroederschap toont medelijden met de slachtoffers. Net buiten de plek van de zitstaking bij Rabaa al-Adawiya komt een vrouw aangelopen. „Ik woon in een van de omliggende flats en we zijn het helemaal zat. Mijn kinderen kunnen niet slapen van de herrie”, verzucht Sara Nabil (37). „Mensen gebruiken onze portiek als wc, de fiets van mijn buurman is gestolen en auto’s in de buurt worden opzettelijk beschadigd. Ik ben christen en ze doen moeilijk als ik langs hun controleposten naar mijn eigen huis wil. Op drukke dagen duurt het uren voordat ik thuis ben. Deze mensen moeten weg, en snel ook anders gaan we maatregelen nemen.”

„Ze hebben zichzelf in deze positie gebracht”, vindt Ahmed Abdelhamid (24), een net afgestudeerde accountant op het Tahrirplein. „Ze zijn gehersenspoeld door de leiders van de organisatie, die hen gebruiken als pionnen in hun politieke spel. Ze hopen medelijden te kweken met deze slachtingen, zodat ze steun krijgen van meer mensen, maar iedereen buiten de Broederschap weet dat al deze doden hun eigen schuld zijn.”

De 51-jarige Mohammed Rafaat is van mening dat het leger op iedereen mag schieten die hen aanvalt. „Ze liegen over alles en zijn er alleen maar op uit om dood en verderf te zaaien. Het zijn terroristen die de islam misbruiken om politieke macht te krijgen, die verdienen niet beter dan de dood.”

Een groep soldaten die rond een pantservoertuig bij een van de ingangen van het Tahrirplein hangt, wil graag de foto’s zien die in het mortuarium gemaakt zijn. Ze trekken vieze gezichten terwijl de camera van hand tot hand gaat. Ze willen niet met hun naam in de krant maar hebben een duidelijke mening over wat er is gebeurd. „Eigen schuld”, zegt er een. „Moeten ze onze collega’s maar niet aanvallen.” De rest knikt instemmend. Ze twijfelen er niet aan dat de versie van het leger over wat er gebeurd is de waarheid is: „Het leger liegt toch niet?” „De moslimbroeders wel, die liegen alles bij elkaar”, vindt er een, met enthousiaste instemming van zijn maten. „Ze wilden ook ons land naar de vernieling helpen”, zegt een ander, „maar daar hebben we ze mooi vanaf weten te houden.”

„Ik heb medelijden met hun nabestaanden”, zegt Ahmed Fahmy (27), die met de metro op weg is naar zijn werk in een callcenter. „Niet met hun aanhangers zelf, die zijn met hun eigen ogen in alle leugens van Morsi en zijn vriendjes getrapt.”