In Kenia geen Froomania

Arts en auteur Steven van de Vijver woont in Kenia. Hij sprak met de ontdekker van Chris Froome over het gebrek aan wielerliefde daar.

David Kinjah, voorop, tijdens een training in Nairobi. Foto AP

Fietsen is het laatste onderwerp waar mensen me naar vragen. Armoede, safari en corruptie zijn de vaste drie. Totdat de Britse Keniaan Chris Froome tijdens de Tour de France in het geel reed. „Hoe wordt de Tour bij jou in Kenia beleefd?”, klonk het opeens.

Hier in Kenia geen Froomania, alleen een kleine kern Kenianen aangevuld met wat expats die door hun liefde voor de fiets en bijbehorende Yahoogroup verbonden zijn. Het was echter de icoon van het Keniaanse fietsen, David Kinjah, die de 12-jarige Chris op zijn kleine BMX inwijdde in het wielrennen.

De afgelopen weken werd Kinjah door alle internationale media aangehaald, maar publiceerde de Keniaanse Daily Nation slechts één klein stukje. Kinjah zelf kan erom lachen. Met zijn dreadlocks en stralende glimlach is hij het uithangbord van de „Don’t worry, be happy”- cultuur.

Een paar maanden geleden ontmoette ik Kinjah bij een door diezelfde Yahoogroup georganiseerde tijdrit op het Keniaanse hoogland. Bij de beklimming van de Corner Baridi liet hij mij volledig geparkeerd achter. Na afloop bekende hij geen onverdienstelijk wielrenner te zijn geweest. Meerdere keren Keniaans kampioen, de bolletjestrui van de Tour van de Seychellen en etappewinst in Crocodile Trophy in Australië. Kinjah woonde een tijdje bij een aannemer in De Meern, die hem een profcontract bij zijn ploeg beloofde, maar hem muurtjes liet stuken. Gedesillusioneerd vluchtte hij terug naar Kenia.

Inmiddels heeft hij het professionele wielrennen achter zich gelaten en richt hij al zijn aandacht op het trainen en begeleiden van jonge Keniaanse beloften, de Safari Simbaz. Twintig jongeren zijn bij hem ingetrokken in Kikuyu, twintig kilometer buiten Nairobi. ’s Ochtends en ’s avonds wordt er getraind en tussendoor sleutelen ze aan fietsen en organiseren fietssafari’s voor toeristen.

In het kleine dorp weet iedereen mij de weg te wijzen naar Kinjahs huis, een paar met golfplaten bedekte kamers rond een erfje achter de parochie. Het is de plek waar Froome als tiener in de weekenden logeerde. Al is het bed waar Froome sliep verdwenen en vervangen door een tv.

Hier stroomden de Simbaz tijdens de Tour samen om aan het einde van de dag live de etappe te zien. Volgens Kinjah de enige plek in het land waar Kenianen de Tour bekijken. „In dit land leeft het wielrennen niet, en met de huidige Keniaanse wielerbond zal dat nooit gebeuren. De beste beslissing in de carrière van Chris was Brit te worden.”

Hij wordt even weggeroepen om mee te kijken naar de reparatie van een kettingkast en vervolgt dan zijn verhaal. „Ik had natuurlijk het liefste gehad dat Chris nog voor Kenia fietste, maar de jongens hier en de wielerbond in Kenia zien nu hopelijk dat het mogelijk is om een Keniaanse Tourwinnaar te krijgen.”

Kinjah heeft tijdens zijn hoogtijdagen met de Keniaanse wielerfederatie in de clinch gelegen. „Het enige wat ik vroeg was een officiële bevestiging van de Keniaanse bond voor deelname aan internationale wedstrijden. Maar zij wilden iets anders van mij; geld voor meereizende bestuursleden.” Kinjah kreeg een wildcard voor de Olympische Spelen in Sydney (2000), maar uiteindelijk nam een familielid van de wielerbond zijn plek in.

Ik fiets met Kinjah en de Simbaz een rondje door de hooglanden van Kikuyu. Maar na een uur wil Kinjah terug, om op tijd te zijn voor de finale van de etappe. Froome stuurde Kinjah die ochtend een sms. „Ik zal de Simbaz trots maken.” Onder gejuich van Kinjah en de Simbaz soleert Froome even later naar de top van Mont Ventoux.