Ik ben 43 jaar oud. En ik woon weer bij mijn moeder

Nadat zijn huwelijk ontplofte trok schrijver weer in bij zijn moeder. Een bericht vanuit het rommelkamertje.

Op een zondagavond in 1989 pakte ik wat schone onderbroeken en sokken in een weekendtas en reed ik per trein van Alphen aan den Rijn, waar ik was opgegroeid, naar Amsterdam-West, waar ik een kamer gehuurd had. De chauffeur van bus 22 vroeg me bij het instappen of ik voorkeur had voor een zitplaats of een staanplaats. Ik dacht dat het laatste goedkoper zou zijn en stond de hele rit, in de voor de rest verlaten bus. Een tenderfoot was ik – een broekie.

Na een reeks omzwervingen woonde ik sinds een jaar of twaalf inmiddels ‘buiten’, dat wil zeggen in Landsmeer, bekend van allerhande Hells Angels die ook erg van de natuur houden en natuurlijk van de man met de korte achternaam: Ferdi E. Ik schrijf ‘woonde’ omdat wat eens voor altijd was begin vorige maand veranderde in een nooit meer. Kortom: mijn vrouw en ik gingen scheiden. En omdat dat vrij onmiddellijk moest, zag ik geen andere mogelijkheid dan bij mijn moeder intrekken, in Alphen aan den Rijn. Vierentwintig jaar nadat ik met mijn weekendtas mijn staanplaats in bus 22 had ingenomen, legde ik in een kleine Hyundai de omgekeerde route af: over de A4 en vanaf Leimuiden de N207 tot ik de skyline zag van mijn geboortestad: de nieuwbouwkazernes, de grijze flats en de televisietoren.

Mijn moeder was al jaren geleden verhuisd van een eengezinswoning bij winkelcentrum de Ridderhof naar een appartementje bij winkelcentrum de Herenhof. Naast een woon- en slaapkamer had ze een rommelkamertje ingericht, dat ze samen met mijn zus Paulien in een paar uur tijd omvormde tot mijn nieuwe verblijfplaats. Aan de raamzijde hadden ze over de breedte een matras op de grond gelegd waarop ik precies uitgestrekt kon liggen. Naast het matras was mijn oude, bruine boekenkastje opgesteld, van nephout met nepnerven erin en een half afgekrabde sticker van Anita Meyer erop. Een oude tuintafel was bedacht als bureautje. Naast het bed stond een radiocassetterecorder van het merk Sound & Vision. De eerste avond luisterde ik, op mijn rug op het matras, naar de Muzikale Fruitmand van de Evangelische Omroep, op Radio 5. Mensen die een eerbiedwaardige leeftijd hadden bereikt of lang ziek waren geweest, werd Gods zegen of veel sterkte toegewenst door vrienden of familie uit gemeenten als Culemborg of Spijkenisse. Ik zette de radio zo zacht dat ik de stem niet meer kon verstaan, maar nog juist kon horen. Ik voelde dat ik niet alleen was, en viel in slaap.

De volgende avond vroeg mijn moeder of ik van Indisch eten hield. Een paar minuten nadat ik bevestigend had geantwoord, hoorde ik ‘ping’ en was de minirijsttafel klaar. Ik at om de kip heen, want ik ben vegetariër. Satésaus gebruikte ik in royale mate, om mijn maag te vullen, en ik keek niet op de lijst met ingrediënten om te checken of die geen vlees of dierlijke vetten bevatte. „Hoef je die niet”, vroeg mijn moeder toen we klaar waren, wijzend naar de kip op mijn bord. „Ik ben vegetariër, mam”, zei ik. De volgende dag had ze sperziebonen gemaakt met aardappeltjes en een gehaktstaaf. Toen ik weer zei dat ik vegetariër was, kookte ze voor mij een ei. De tweede gehaktstaaf was later verdwenen, maar ik vroeg niet of mijn moeder die ook had opgegeten.

Los van het feit dat mijn moeder geen wifi heeft, was een van de vragen die mij die eerste dagen overviel, wat ik met mijn relatiestatus op Facebook moest doen. In een keer veranderen van ‘getrouwd’ naar ‘vrijgezel’ vond ik wat pontificaal. Bovendien: hoe moest ik dat ‘synchroniseren’ met de vrouw die ik voortaan als mijn ex zou aanduiden? Zouden we allebei tegelijk op de knop moeten gaan drukken? Na wat googlen kwam ik erachter dat je in dit soort gevallen eerst je relatiestatus van de buitenwereld af kon schermen, waarna je zonder pottenkijkers je status in ‘vrijgezel’ kon veranderen, als je heet was, of in drie liggende streepjes, als je voorlopig celibatair wou leven.

Ik ben in mijn eerste week bij mijn moeder ook 24 uur lid geweest van de datingsite Parship. Ik durfde geen foto van mezelf bij mijn profiel te plaatsen, zelfs geen geblurde, omdat ik daar een te bekende Nederlander voor ben. Daarom stond bij mijn bio’tje het standaardplaatje van een lachende ariër met witte tanden. Bij mijn features tikte ik aan dat ik gevoel voor humor heb, en optimistisch ben en ook gevoelig. Op de vraag wat voor mij ‘afgezien van liefde en genegenheid’ de belangrijkste reden was om een relatie te willen, vinkte ik ‘ik wil regelmatig seks hebben’ aan, onder het motto laten we er niet omheen draaien. Verder schreef ik dat ik graag op het strand wandelde, wat me gelijk op een aantal reacties kwam te staan van vrouwen die ook van strand hielden. Ze stuurden me een ‘glimlach’ of een ‘ijsbreker’ maar omdat ik de koe verder niet bij de horens durfde te vatten, met excuses voor die beeldspraak, hief ik mijn Parship-account dan maar weer op.

Tegen mensen die vragen waar ik nu woon zeg ik dat ik tijdelijk bij familie verblijf. Bij familie, in plaats van bij mijn moeder, alsof ik me schaam dat ik terug naar start ben gegaan. Ik leg ook steeds grote nadruk op de tijdelijkheid van mijn verblijf, alsof ik zodra ik de kans krijg van de bank bij mijn moeder op wil springen om in de Hyundai terug richting Landsmeer te rijden. Het is behoorlijk egoïstisch van me, want mijn moeder is de allerliefste moeder van de hele wereld, en het enige waar ze schuldig aan bevonden kan worden, is dat ze de deur voor me heeft opengehouden toen ik hulp nodig had en geen plek had waar ik kon verblijven. Het minste wat ik dan ook kan doen is haar noemen. Ik ben Erik Jan Harmens. Ik ben 43 jaar oud. En ik woon weer bij mijn moeder.