Hemel ontmoet de aarde in Delft

Mate Bekavac (links) met zijn klarinetten in Delft. Foto Rien Zilvold

Delft Chamber Music Festival Gehoord: 26 & 27/7, Het Prinsenhof Delft. Liza Ferschtman, Alina Ibragimova (viool), Amihai Grosz, Gijs Kramers (altviool), Anne Gastinel, Jakob Koranyi (cello), Inon Barnatan (piano) e.a. Nog t/m 4/8. Inl: www.delftmusicfestival.nl

Met de keuze voor ‘Geloof in muziek’ als leidraad had ze het zichzelf dit jaar niet gemakkelijk gemaakt, aldus Liza Ferschtman, violiste en artistiek leider van het Delft Chamber Music Festival. Ze besloot het thema ruim op te vatten en programmeerde religieuze muziek zij aan zij met ‘hemelse’ muziek. Flauw, kan men vinden – maar het niveau en de diversiteit van de eerste dagen bewezen Ferschtmans gelijk.

Zo bevatte het openingsconcert de Bach-cantate Jauchzet Gott in allen Landen, maar ook strijkkwintetten van Mozart en Bruckner. Juist die ongebruikelijke combinatie werkte fris en uitnodigend. Mozarts blijmoedige Strijkkwintet in C, KV 515 is als sollicitatie naar een positie aan het hof van Frederik Willem II van Pruisen weliswaar mislukt, maar toont in elke maat de meesterhand. In het Strijkkwintet in F slaagde symfonieënman Bruckner erin zijn oceanische muziekverbeelding in een kleine bezetting onder te brengen. De sfeer is onmiddellijk herkenbaar maar overwegend intiem, met het magistrale Adagio als hoogtepunt – een vorm van absolutie, inderdaad. Men hoefde slechts in muziek te geloven om na afloop gelouterd de Oude Delft op te stappen.

Op zaterdag stond het middagconcert in het teken van het Ave Maria. Sopraan Lenneke Ruiten zong versies van Gounod en Schubert, maar overtrof zichzelf in de liederencyclus Miroir de peine van Hendrik Andriessen. Met haar wendbare, warme en heldere stem raakte Ruiten de kern van de Maria-lamentatie en ontroerde de hele zaal, inclusief zichzelf. Ferschtman plaatste daarnaast onorthodox het grillige strijksextet The last island van Peter Maxwell Davies, gecomponeerd rond de gregoriaanse hymne Ave maris stella. Onder leiding van de lastminute ingevlogen dirigent Peter Biloen speelde het groepje kernmusici Davies’ lastige knoop van knoestige lyriek en troebel verlangen voortreffelijk, zoals dit weekend over de gehele linie geïnspireerd werd gemusiceerd.

Het avondprogramma opende met joodse spiritualiteit, in de vorm van werken van Ernest Bloch (het vurige Baal Shem: Three Pictures of Chassidic Life) en Osvaldo Golijov. Golijov schreef Dreams and prayers of Isaac the Blind voor strijkkwartet en klezmerklarinet. Klezmer is nooit ver weg in dit intense, spannende en toch steeds welluidende werk, zonder dat het ooit echt klezmer wordt. Mate Bekavac maakte indruk met zijn virtuoze spel op verschillende klarinetten; zijn klagende en jubelende tonen kleurden wonderlijk mooi in het precieze, geanimeerde Doric Kwartet.

Heel bijzonder was de selectie uit Bachs Cellosuites – eenzame vervoering in zuivere vorm – die Jakob Koranyi speelde in duet met danseres Heather Ware van het gezelschap LeineRoebana. Terwijl Koranyi, met opgestroopte mouwen en zijn blik op Ware gevestigd, vrijelijk door de Suites bewoog, omspeelde Ware hem met een uitgekiende choreografie. De manier waarop haar dansende, vallende, zwoegende, zwetende lichaam, weerspiegeld in het glazen dak van de Van der Mandelezaal, stilaan samensmolt met de etherische schoonheid van Bach was ronduit spectaculair. De hemelse Cellosuites als hogere verleidingskunst.