Gezocht: blije dichters

De ‘inzet’ van poëzie voor commerciële doeleinden intrigeert dichter al langer. Energiebedrijf Nuon kwam met hele bijzondere eisen.

Dichter

Ook schrijvers en dichters worden door de crisis getroffen. Sinds de cultuurbezuinigingen van het kabinet-Rutte I is dat voor niemand meer een geheim. Schrijven in opdracht biedt soelaas, maar is niet zonder risico’s.

Vorige week kwam in het nieuws dat de overname van Nuon door het Zweedse Vattenfall nog steeds geen succes is: Vattenfall moet een bedrag van 1,6 miljard euro op Nuon ‘afschrijven’.

In maart dit jaar werd bekendgemaakt dat Nuon 2.500 banen zou schrappen. ‘Banen schrappen’ is een eufemisme voor ‘mensen met werk veranderen in mensen zonder werk’. 1.500 ontslagen in de regio Berlijn, 500 in Nederland. En 500 nog ergens anders. Volgens Oystein Loseth, CEO van Vattenfall, zullen meer ontslagen volgen. Klare taal.

Bij Nuon houden ze wel van klare taal. Begin dit jaar organiseerde het bedrijf een nieuwjaarsconcert in het Amsterdamse Concertgebouw. Vier dichters werd gevraagd om voor de gelegenheid een gedicht te schrijven en dit op het podium voor te dragen. Het honorarium bedroeg, na stevig onderhandelen, een bedrag met drie nullen voor de komma. Voor een dichter is dat een enorm bedrag, maar waarom zou het anders zijn dan ‘marktconform’?

De dichters hadden geen contact met Nuon zelf, maar alleen met medewerkers van Xsaga. Xsaga is, zoals het op de website geformuleerd wordt, een ‘advies- en productiebureau voor brandactivation, event- en entertainmentmarketing’. In het verleden heeft Xsaga de poëzie (ook de mijne, mijn schoorsteen moet ook roken) ingezet bij citybranding-achtige activiteiten, zoals de viering van de honderdjarige verjaardag van de Albert Cuypmarkt. Ook de komst van Vodafone naar Amsterdam werd door Xsaga opgeluisterd met poëzie.

De kapitalistische inbedding van poëzie, de ‘inzet’ van poëzie voor commerciële of commercieelachtige doeleinden, intrigeert me.

In het geval van Nuon gebeurde er iets waarvan ik nog nooit eerder had gehoord. De marketingafdeling stelde speciaal voor de dichters een briefing op. Daarin waren onder andere de volgende eisen opgenomen:

1. de gedichten zijn in het Nederlands;

2. de gedichten hebben een duidelijke line of thought (geen losse associaties of verzameling van woorden en ritmes) en mogen humoristisch zijn;

3. de gedichten moeten een positief gevoel achterlaten bij de gasten. De gedichten hebben geen negatieve connotaties of semantiek;

4. het is positief dat Nuon nu onderdeel is van Vattenfall;

5. door het samengaan van Nuon en Vattenfall zijn er meer dan ooit mogelijkheden die zowel de samenwerking mét, als de producten & diensten van Nuon, onderdeel van Vattenfall, verbeteren.

Vooral die laatste zin is geweldig. En met ‘negatieve semantiek’ werd vast gedoeld op een achterdeurmethode van de dichter om alsnog commentaar op de overname te leveren. Dit is een uiting van een sterk vermoeden (en zeer gerechtvaardigde achterdocht) dat de ambiguïteit van de literatuur essentieel is voor haar ontwrichtende krachten. Men vreesde het gedicht als gecodeerde uiting van kritiek. Eigenlijk vroeg men dus om de literaire ambiguïteit, voor zover de dichters daartoe in staat waren, uit te schakelen. Klare taal.

Maar wat mij hieraan vooral interesseert is dat de gewenste gedichten eigenlijk als poëzie vermomde wervingsteksten dienden te zijn, die nog het beste door de marketingafdeling van Nuon zelf geschreven hadden kunnen worden. Nuon had echter vier dichters nodig, kunstenaars met een aura van onafhankelijkheid. Dat de opdracht zelf deze onafhankelijkheid ondermijnde, deed niet ter zake. Het patronaat van Nuon moest zoveel mogelijk worden verdoezeld in teksten die Nuon/Vattenfall bejubelden. Is er dan nog wel literatuur mogelijk? Een wezenlijk artistiek conflict.

Voor een dichter als ik, die flink door de Romantiek en de twintigste-eeuwse avant-garde(s) is heengegaan, kan dit geen literatuur opleveren, al moet ik hierbij aantekenen dat ik geen van de Nuongedichten heb gezien en niet weet hoe de dichters in kwestie met de eisen zijn omgegaan. Ook geef ik toe dat je vanaf een afstandje een gedicht best kunt verwarren met een reclametekst… De dichter, een maker van gedichten die visueel erg op reclameteksten lijken, kan als artistieke verkondiger van waarheden door het bedrijfsleven uitstekend worden aangewend om de reputatie van een bedrijf op te krikken, zijn werk als een superieure vorm van promotie. Het gedicht geldt binnen de burgerlijke cultuur waarop promobaas en marketingchef zich richten als onschuldig want de dichter is bij uitstek de figuur die zich buiten of aan de rand van die cultuur ophoudt. In die burgerlijke cultuur zelf heeft de dichter geen belangen (al is een functionerende boiler ook voor een dichter prettig). Juist daarom is zijn bekrachtiging van het product in dichtvorm geloofwaardig. Credo boven credit.

Een ander punt is dat het nieuwjaarsconcert in het teken stond van de overname, van de boodschap: het is positief dat Nuon nu onderdeel is van Vattenfall. Maar zo positief is die overname dus niet. Met de kennis van nu kun je zeggen dat deze dichters, met hun teksten en hun aanwezigheid in het Amsterdamse Concertgebouw, bedrijfsbeleid legitimeerden dat de levens van minstens 2.500 mensen in de war stuurt. En dan heb ik het er niet eens over dat Nuon ooit een nutsbedrijf was. Als je erover nadenkt zijn dichters die zich ophouden in de buurt van grote economische machten eigenlijk net hofdichters. Maar de hof van nu bevindt zich niet meer in een paleis of kasteel, maar is verspreid over verschillende bedrijfs- en kantoorpanden.

Als je bereid bent gedichten voor te dragen in een zaal vol gasten die een jaar lang slechtnieuwsgesprekken tegemoet gaan, breken er misschien wel gouden tijden aan: Het is positief dat Nuon nu onderdeel is van Vattenfall. Nuon: Nu Nog Onderdeel, van een opdrogende waterval.