Gewoon lomp schieten – en daarmee is ze heel doeltreffend

De waterpolosters plaatsten zich voor de kwartfinales van de WK Daarin treft Nederland vanavond Hongarije De revelatie, en topscorer, van het toernooi is de 22-jarige Lieke Klaassen

Hoewel Nederland met gevechtstroepen uitrukt, is Mali géén vechtmissie, benadrukten de ministers. Foto AFP

Redacteur Zwemmen

Toen Lieke Klaassen nog klein was, speelde ze zes jaar lang in een jongensteam. Een waterpoloploeg voor meisjes was er niet bij De Whee in Goor, de club waar ook topzwemsters als Hinkelien Schreuder en Marleen Veldhuis leerden zwemmen. Klaassens wekelijkse watergevechten met jongens maakten haar zo hard dat ze nu, als 22-jarige international, niet meer warm of koud wordt van een Chinese muur van geblokte verdedigers.

Met drie verwoestende uithalen in het beslissende kwart hielp Klaassen de Nederlandse ploeg zaterdagmiddag langs vicewereldkampioen China (11-10). De ploeg gaat door naar de kwartfinales van de wereldkampioenschappen in Barcelona – daarin neemt Nederland het vanavond (20.15 uur) op tegen Hongarije. „Wij wisten al langer wat Lieke kon, maar ze is tot nu toe de revelatie van dit toernooi”, zegt teammanager Arno Havenga. „Normaal maakt ze drie doelpunten per toernooi, nu maakt ze er drie of vier per wedstrijd. En het zijn allemaal belangrijke ballen.”

Met zestien treffers uit de eerste vier wedstrijden in het zwemstadion Bernat Picornell van Barcelona is Klaassen zelfs topscorer bij de vrouwen. Gaven de tegenstanders van de Nederlandse ploeg haar in de eerste WK-week nog aardig wat ruimte, de Chinese vrouwen, onlangs nog winnaar van de World League, hielden de 1,82 meter lange Twentse het liefst onder water.

Haar kracht? Havenga: „Ze is groot en heel sterk. Daarom kan ze op een redelijk makkelijke manier, zonder allerlei bewegingen vooraf, hard schieten. Ze haalt veel kracht uit een heel korte beweging. En omdat ze grote handen heeft, kan ze de bal met haar pols en haar hand sturen. Dat is niet elke speelster gegeven.”

Gaan voor die medaille

Klaassen ondergaat alle aandacht ondertussen alsof ze al jaren meeloopt. Hoewel het rond het zwemstadion op Montuïc gonst van de theorieën over haar doeltreffendheid is de schutter er zelf vrij nuchter over. „Ik richt niet echt ergens op”, zegt Klaassen. „Het is gewoon lomp schieten en dan maar hopen dat-ie erin gaat.”

Maar ze vallen wel vaak op een beslissend moment, zoals tegen China, toen Nederland dankzij Klaassen uitliep van 8-8 naar 11-8. „Dat is mooi, maar het maakt mij niks uit of ik ze erin gooi of iemand anders. Het gaat om de teamprestatie. Nu gaan we verder kijken, voor de medailles. Dat is ons doel hier in Barcelona.”

De internationale doorbraak van Klaassen, tegenwoordig in dienst bij Het Ravijn in Nijverdal, komt geroepen voor de Nederlandse ploeg. Sinds dat fabelachtige olympische toernooi in Beijing (2008), waarvoor Klaassen nog te jong was, keerde de ploeg van de Italiaanse bondscoach Mauro Maugeri met een harde klap terug op aarde. Veel ervaren speelsters haakten af na hun sportieve hoogtepunt, hun vervangers hadden moeite om aan te klampen bij het hoogste niveau. Het gevolg: de olympisch kampioen van Beijing hoorde vier jaar later, in Londen, zelfs niet eens meer bij de deelnemers.

Volgens Havenga, ook al manager van de gouden ploeg van toenmalig bondscoach Robin van Galen, verloren de Nederlandse waterpolosters de afgelopen jaren te vaak de beslissende wedstrijden. De grootste frustratie daarbij was tijdens het olympisch kwalificatietoernooi, vorig jaar in Triëste. Daar werd Nederland keurig groepswinnaar, maar vervolgens werd de ploeg in de kwartfinales uitgeschakeld door gastland Italië.

Havenga hoopt dat de ploeg na de overwinning op China – de nummer twee van de WK van 2011 (in Shanghai) een nieuwe fase heeft bereikt in de ontwikkeling. „Ik denk dat we naar behoren presteren. Het zit zo dicht bij elkaar in de top. Daarom ben ik heel blij dat we vooral aan onszelf hebben laten zien dat we dit soort cruciale wedstrijden van toplanden kunnen winnen. Ik hoop dat de meiden hier net dat extra duwtje van krijgen. Dat vind ik de grootste winst. En nu begint een nieuw toernooi voor ons. We hebben vooraf gezegd dat we een medaille willen halen. Dat kunnen we echt.”

De opluchting bij de technische staf en de speelsters over de zege op China had nog een andere reden: met het behalen van de laatste acht bij de WK is de Nederlandse ploeg ook voorlopig weer verzekerd van de A-status van sportkoepel NOC*NSF. Die status geeft olympische sporters en sportploegen recht op (bescheiden) financiële ondersteuning door NOC*NSF. Sporters en ploegen die buiten de internationale topacht vallen, zijn nog veel meer op zichzelf en hun persoonlijke omgeving aangewezen.