De fietsendief als kindervriend

De ideale fiets van nu is als een breedgeschouderde stier, voorwiel met breed stuur, de handvatten als horens uit een krat stekend en dan naar achteren aflopend in de smalle heupen van een rond spatbordje. Voor mannen dikke, zware dwarsstangen, liefst dubbel uitgevoerd. Wie daarop rijdt, maakt een statement. „Je kunt iets laten zien’’, zegt Aloy Bos van Hans Struyk, een fietsemporium tegenover de Amsterdamse Rai. Een man op zo'n rijdende stier kan geen vrouw romantisch achterop nemen, want een bagagedrager verstoort de ranke lijn.

Dat zo’n trap-SUV voor geen meter rijdt omdat je bij elke stuurbeweging zo’n zware krat mee moet torsen en dat je nooit meer met de handen los kunt fietsen, maakt niet uit. Ook niet erg dat zo’n monster drie plaatsen in een rek inneemt. Anders parkeer je midden op de stoep, op zo’n brommerstandaard om met dat topzware stuur nog recht te kunnen staan. Zo breed als de snorscooter, de racefauteuil zonder helmplicht. Omdat het voller wordt in de stad, eist ieder individu meer publieke ruimte voor zichzelf. De stad Amsterdam plaatst roestvrijstalen hekjes waar half zo veel fietsen aan kunnen als in een rek.

Het gaat er niet om dat iets praktisch is. „Doe mij maar zo’n houten krat’’, zegt de koper. Als hij merkt hoe lastig dat rijdt, is het te laat. Een bescheiden, afneembaar mandje met hengsel aan het stuur is te nuffig. Vrouwen hebben liever een krat met plastic klimopbloemen.

Snelbinders zijn rudimentaire bretels, onbruikbaar. Met een tas op de bagagedrager achter wil je niet gezien worden. De balans met bagage achter is wel beter maar wie doet nou zoiets? Een suffe fietstas, wat zouden de buren daarvan niet zeggen? „Als iemand er iets leuks op bedenkt, dan zie je zoiets wel weer terug’’, verzucht rijwielhandelaar Eddy Tromm, van de gelijknamige, 82 jaar oude Amsterdamse fietsenzaak, die met de tijd meegaat. Hij heeft in zijn winkel vele trends zien passeren.

De nieuwe fiets wordt bepaald door mode, niet door bruikbaarheid. Pas als iets nutteloos is, krijgt het status en de fiets heeft die rol van de auto overgenomen. Wel zo milieuvriendelijk. De zware kratten zijn vrijwel altijd leeg. Voorbij is nu de mode van de citybike, een mountainbike voor de stad met het bandenlawaai van een pantserwagen. Die kon je alleen met tien versnellingen vooruit krijgen.

Bescheiden is de Moof, maar voor schoonheid moet je lijden, want geen bagagedrager. Alles in de rugzak, zodat de ronde lijnen mooi uitkomen. Moof heeft nog wel een mooi smal stuurbakje ontworpen, dat in een rek past. Dat is niet populair want minder mooi.

Met een nieuwe fiets kun je je in de crisis nog rijk voelen. Dertig procent van de kopers schaft zich een fiets van boven de 900 euro aan. De mensen durven weer, er is minder diefstal. En na vijf jaar koop je weer een nieuwe.

Geen kind kan nog spelen op zo’n stoep vol megatweewielers. Dan maar aan de iPad of in de veilige, logge bakfiets naar een park. Wat fietsendiefstal zou de boel wel opruimen. Je hebt toch ook roofdieren nodig om de groei van de kudde in toom te houden?