De downloaders zijn niet zo belangrijk meer

Muziekpiraterij is op haar retour Downloadde vroeger nog één op de drie Nederlanders van illegale sites, nu is dat één op de vijf Legale alternatieven blijken te werken

Redacteur Media

Ze bestaan nog. De mensen die de hele dag terabytes aan muziek binnenhalen.

Waarom ze het doen? Soms uit principe. Omdat informatie ‘vrij beschikbaar hoort te zijn’. Meestal gewoon omdat het kan. Omdat het makkelijk is. Om de eerste te zijn.

Dit is een kleine groep. De harde kern, die fanatiek blijft downloaden. Maar de massa heeft zich van de illegale downloadsites afgekeerd.

Deze maand presenteerde streamingdienst Spotify een rapport met cijfers over downloaden van muziek van illegale sites. Daaruit blijkt wat het Instituut voor Informatierecht (IviR) samen met CentERdata van de Universiteit Tilburg eerder ook aantoonde: muziekpiraterij is op haar retour. Het aantal Nederlanders boven de vijftien jaar dat weleens muziek downloadt uit illegale bron is sinds 2008 gedaald van één op de drie naar bijna één op de vijf.

De trend naar betalen voor digitale muziek is, sinds iTunes, al een aantal jaren gaande en beleeft op dit moment zijn definitieve doorbraak. Begin dit jaar bleek uit cijfers van brancheorganisatie IFPI dat de muziekindustrie voor het eerst sinds 1998 weer groeit (met 0,3 procent). Dat was hard nodig: de wereldwijde muziekomzet is sinds 2000 gehalveerd tot 12,4 miljard euro. Omzet die nu vooral door digitale verkopen wordt gestuwd, waaronder muziekabonnementen. In Nederland komt 30 procent van de omzet inmiddels uit digitale bronnen. In de VS is dit zelfs 50 procent.

Uit onderzoek van SEO Economisch Onderzoek bleek dat muzikanten inmiddels een stuk optimistischer zijn dan andere beroepsgroepen in de culturele sector.

Er wordt weer gelachen in studio’s en bij platenlabels. Wat is er gebeurd?

Een ander perspectief

Jarenlang hield de muziekindustrie zich vooral bezig met het agressief bestrijden van de harde kern-downloaders. Kopieerbeveiliging, rechtszaken: het haalde weinig tot niets uit. Sites als Napster, Kazaa en The Pirate Bay werden uit de lucht gehaald, het downloaden ging ondertussen vrolijk door.

Maar de muziekindustrie heeft geleerd deze downloaders meer links te laten liggen. En dat is maar goed ook, zegt onderzoeker Joost Poort van het IviR. „Er zijn altijd mensen die het leuk vinden twee terabyte te hebben staan. Die muziek als eerste willen hebben, en daarvoor digitale schouderklopjes krijgen. Op die groep heeft de industrie zich lange tijd blindgestaard”, zegt Poort. „Maar deze groep is jong, met weinig koopkracht. Ze zijn niet belangrijk.”

Wél belangrijk: de groeiende groep consumenten die lange tijd downloadde bij gebrek aan goede, legale alternatieven. Na Apples iTunes, door Steve Jobs in 2003 erdoor gedrukt, is de muziekindustrie downloaders anders gaan behandelen. Niet als dieven, maar als potentiële consumenten.

Consumenten die best willen betalen, mits daar een goede service tegenover staat. Zo heeft Spotify wereldwijd zes miljoen betalende gebruikers die een abonnement hebben op een oneindig grote muziekcatalogus. En het aantal concurrenten (Deezer, Google Play Music) neemt steeds verder toe. De muziekindustrie verwacht dat de streamingdiensten over vier jaar gezamenlijk 160 miljoen gebruikers tellen.

Maar wacht eens even. De huidige twintigers en dertigers waren toch een verloren generatie? Een generatie die is opgegroeid met gratis nieuws, gratis series en gratis films. Gaan zij nu ineens betalen voor muziek?

Jazeker. Het belang dat mensen hechten aan het fysiek bezitten van muziek neemt af. Een platenkast is mooi, maar ook ontzettend onhandig. Daar komt nu bij dat een nummer vinden op een illegale site een stuk ingewikkelder is dan de Spotify-app opstarten, binnen enkele tienden van seconden een nummer vinden en luisteren waar en wanneer je wilt

De muziekeconomie verdeelt zich langzaam in twee sporen. Enerzijds ‘bijzondere’ producten voor een groep trouwe fans, zoals vinyl, dat aan een stormachtige comeback bezig is. Vorig jaar werd er wereldwijd 177 miljoen dollar met vinyl verdiend, het hoogste niveau sinds 1997. Anderzijds digitale downloads van bijvoorbeeld iTunes en streaming voor de groep die bereid is te betalen voor een dienst waarmee muziek vooral zo makkelijk mogelijk kan worden geconsumeerd. Slachtoffers: de cd en winkels als Free Record Shop.

Beter dan helemaal niets

Industrie blij, consument blij. Blijft er nog wat over voor de artiest?

Het verdienmodel van een bedrijf als Spotify is schimmig: wie welk deel van het abonnementsgeld (5 of 10 euro per maand) krijgt, is onduidelijk.

Wel is duidelijk wat artiesten krijgen per geluisterd nummer: ongeveer 1 eurocent. Niet iedereen is daar even blij mee. Zo haalden Radiohead-voorman Thom Yorke en producer Nigel Godrich om die reden onlangs twee albums van Spotify. Economisch directeur Will Page van Spotify laat per e-mail weten: „Elke artiest heeft recht op een mening. Maar zij moeten zich beter informeren over de uitdagingen waar de markt voor staat.”

Hij bedoelt: de muziekindustrie kan niet anders. Muzikanten moeten zich realiseren dat bijna niets nog altijd meer is dan helemaal niets.

Neem zanger Erik de Jong (artiestennaam Spinvis). Elk half jaar krijgt hij een afschrift van Spotify, met daarop precies vermeld hoe vaak zijn nummers zijn beluisterd. Een kwart van zijn inkomsten haalt hij uit digitale muziek.

Oké, 1 eurocent lijkt weinig, maar streaming is „een langdurige vorm van betaling”, zegt De Jong. „Over honderd jaar kunnen mijn erven nog multimiljonair worden van mijn muziek.”

En, bijkomend voordeel: De Jong heeft meer contact met zijn publiek, nu hij precies kan zien hoe vaak welke nummers zijn beluisterd. „Aan sommige liedjes heb ik heel hard gewerkt, maar die worden nooit op de radio gedraaid. Ze zijn te lang, te ingewikkeld”, zegt De Jong. „Dan zie ik het soms hoog staan in de lijst van beluisterde nummers. Dat voelt goed. Via streaming krijgt zo’n nummer dan tenminste een eerlijke kans.”

Met medewerking van Marc Hijink