De catamaranbouwers van de Spelen

Het was een wat koddig beeld, de ruim zestig catamaranboten die afgelopen week langs de kust van Scheveningen aan wal lagen, tussen de strandtoeristen. Alsof het Haagse strand in de warmste week van het jaar toneel was geworden van een grote botententoonstelling. In werkelijkheid ging het niet om een tentoonstelling, maar om het eerste wereldkampioenschap in de nieuwe olympische Nacra 17-klasse. Een WK dat door het gebrek aan wind flinke hinder ondervond.

Slechts twee dagen kon er goed gezeild worden in Scheveningen, de rest van de week werden de wedstrijden uitgesteld. En dus liepen de zeilers verveeld rond tussen de badgasten. Sommigen lazen een boek, anderen speelden een kaartspel. Wachtend op die ene verlossende windvlaag die nodig was om de boten het water op te laten gaan. „Het gebeurt maar een paar dagen per jaar dat hier echt geen wind staat”, verzucht Gunnar Larsen, commercieel directeur van botenbedrijf Nacra Sailing. „Dat dit nu juist in deze week gebeurt, is ontzettend vervelend.”

Meer spektakel

Het WK moest de (voorlopige) kroon op het werk worden voor Larsen en zijn zakenpartner Peter Vink, technisch directeur van Nacra. Het van oorsprong Amerikaanse bedrijf, dat sinds 2007 is gevestigd in Scheveningen, werd vorig jaar door de internationale zeilbond (ISAF) verkozen als bedrijf dat de nieuwe catamaranboot voor de Olympische Spelen van 2016 mag leveren.

173 ‘olympische’ boten heeft Nacra inmiddels geleverd, vooral aan topzeilers op weg naar de Spelen. In de komende maanden loopt dat aantal op naar 300. In 2016, vlak voor de Spelen van Rio, verwacht Vink 1.000 boten te hebben verkocht. Eén model kost ongeveer 20.000 euro.

De zeilbond wilde meer spektakel op de Olympische Spelen, na het afschaffen van de Tornado-klasse in 2008, en besloot twee jaar geleden om weer een multihull – boten met meer dan één romp en met veel snelheid – op het olympische programma te zetten. Een catamaran moest het worden, met een gemengde bemanning. Een man en een vrouw.

„Toen ging bij ons de denktank werken”, vertelt Peter Vink bij het hoofdkantoor van Nacra, op loopafstand van het Scheveningse strand. „Je gaat de criteria van de bond bestuderen en kijkt naar de modellen die je al hebt en naar de boten van de concurrentie. Heel belangrijk voor de ISAF was dat het een uitdagende, snelle boot moest worden, die ook na 2016 nog mee kon. Toen liep ik bij Gunnar naar binnen en zei: ‘Gun, we moeten een nieuwe boot gaan bouwen.’ Toen werd het wel even stil aan de andere kant.”

Grote investering

Want een nieuwe boot, dat is een grote investering. Garantie dat de bond voor hun boot zou kiezen, hadden Larsen en Vink niet, en dus was het een risico om een heel nieuw model te ontwikkelen, iets wat de concurrenten niet allemaal deden. „Een gecalculeerd risico”, zegt commercieel directeur Larsen. „We hebben bij de ontwikkeling van de Nacra 17 altijd in ons achterhoofd gehouden dat de nieuwe boot moest passen in de rest van ons programma. Zodat niet alleen topsporters de boot zouden afnemen, maar ook werkende mensen die in het weekend willen zeilen.”

Mondiale bekendheid

In de fabriek in Scheveningen pronkt het bedrijf vol trots met zijn boot. Buiten staat het eerste prototype van de Nacra 17, op basis waarvan de ISAF begin vorig jaar voor het bedrijf koos. Op de verpakkingen van de boten op de binnenplaats, tussen alle andere modellen van het bedrijf, staat Nacra 17 – Olympic. En boven, in de zeilmakerij, staan de vijf olympische ringen prominent in de ontwerpen van de zeilen. „Het is alsof we een gouden ticket hebben gekregen”, vertelt Larsen. Het zijn in een klap zoveel boten die met zekerheid worden afgenomen. Maar het belangrijkste is dat je merk opeens mondiaal bekend gaat worden. Groter dan de Olympische Spelen krijg je het niet.”