‘Biefstuksocialisme’ - kent u dat woord nog?

Hans van den Doel (1937-2012) heeft toch gelijk gekregen.En dan nog wel van De Nederlandsche Bank, een instituut dat niet bekend staat om ‘linkse hobbies’. En in een tijdperk (1992-2012) dat zich laat typeren met woorden als liberalisering, marktwerking, hoge bedrijfswinsten en buitensporige topbeloningen. Kortom: kapitalistische hoogtijdagen.

De Nederlandsche Bank beschreef vorige week dé drie trends van de laatste twintig jaar. Het bedrijfsleven heeft een groter deel van de economische opbrengsten naar zich toe getrokken, de overheid ook en de burger levert in. In 1992 was het beschikbare inkomen van huishoudens 54 procent van onze goederen- en dienstenproductie, in 2012 nog ‘maar’ 45 procent. Een steeds groter deel van wat Nederland verdient komt niet meer in de huishoudportemonnee, concludeert De Nederlandsche Bank.

Dat is precies wat Van den Doel in de linkse jaren zeventig bepleitte. Hij was een scherpzinnig econoom, hoogleraar, Tweede Kamerlid voor de Partij van de Arbeid, beoogd minister van Volkshuisvesting in het linkse schaduwkabinet (1971) en scherp columnist in de Haagse Post. Aan weinig studieboeken bewaar ik enige herinnering. Van den Doels Democratie en welvaartstheorie (1975) is de uitzondering. Ik weet nog waar ik was, toen ik het las.

Hij gebruikte zijn column als een kansel om partijgenoten en vakbonden te waarschuwen tegen de verleidingen van het ‘biefstuksocialisme’. Met dat zelf bedachte woord doelde hij op hoge loonstijgingen die werkgevers in die jaren grif wilden betalen. En hij doelde op steun daarvoor van de nieuwe volkse VVD-leider Hans Wiegel. Had de arbeider na zijn eigen autootje geen recht op meer welvaart, op zijn eigen biefstuk? Wie dat wilde, kon de PvdA links laten liggen en VVD stemmen.

Van den Doel gruwde van deze kortzichtige politiek, waar ook vakbonden gevoelig voor waren. De arbeider had volgens hem juist belang bij goede en groeiende collectieve voorzieningen. Betere wijken. Beter onderwijs voor zijn kinderen. Geleide loonpolitiek kon daarvoor de financiële ruimte scheppen.

Van den Doel werd in 1981 geveld door een hersenbloeding.

Hoe kan het dat zijn oproep tot collectiviteit vorm heeft gekregen ten tijde van maatschappelijke hervormingen van kabinetten na 1992, waarin de VVD een sleutelrol speelde?

Het huishoudgeld is maar ten dele terecht gekomen in collectieve voorzieningen die in de jaren zeventig al in zwang waren, zoals de gezondheidszorg. Pensioen is de nieuwe kostenpost.

De trends van de Grote Vergrijzing en het gulzige verlangen naar zorg waren veertig jaar geleden ver weg. Voorbij het magische jaar 2000. De kracht van de trends blijkt echter sterker dan de politiek van de dagkoersen.

Maar de verschuiving onderstreept ook een geworteld verlangen. Burgers hekelen misbruik van toeslagen en sociale regelingen, maar blijken steeds weer verknocht aan de verzorgingsstaat en de warmte van de geboden voorzieningen.

Paul Schnabel voorspelde dit jaar bij zijn afscheid als directeur van de denktank SCP: bij een stagnerende economie en een blijvende verzorgingsstaat zal het vrij besteedbare deel van het inkomen kleiner worden. Zo dwarsbomen de trends en de burgeropvattingen het ‘biefstuksocialisme’.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.