Benghazi in greep van geweld en protest

In de Libische stad Benghazi zijn afgelopen weekeinde heftige straatprotesten uitgebroken na de moord vrijdag op een prominente politieke activist. Gisteren waren twee rechtbanken het doelwit van bomaanslagen. Los daarvan was er zaterdag een massale uitbraak uit een grote gevangenis in de stad. Meer dan 1.100 gevangenen vluchtten.

Het geweld in Benghazi, waar in februari 2011 de opstand tegen Gaddafi begon, illustreert het ontbreken van centraal gezag in Libië. In een reactie op de moord op politicus en advocaat Abdessalem al-Mesmari en de gewelddadige dood van twee militaire functionarissen, eveneens vrijdag in Benghazi, zei premier Ali Zeidan dat hij zijn regering zal herschikken om de „nijpende” situatie in het land het hoofd te bieden.

De activist Mesmari liep twee jaar geleden voorop in de opstand tegen het regime van Gaddafi. De afgelopen tijd werd hij vooral bekend als tegenstander van de Moslimbroeders, die volgens hem tegen de wil van de bevolking de macht willen grijpen. Vrijdagavond, nadat hij bij het verlaten van een moskee was doodgeschoten, gingen al honderden mensen de straat op. Zaterdag werden in Benghazi en ook in de hoofdstad Tripoli kantoren van de Moslimbroeders aangevallen. Volgens veel demonstranten zitten de Moslimbroeders achter de moord op Mesmari. In Tripoli werd ook het hoofdkwartier van de conservatieve Alliantie van Nationale Krachten geplunderd, de grootste politieke partij van het land.

Hoezeer de veiligheidssituatie is verslechterd, bleek zaterdag ook uit de uitbraak uit de gevangenis van Kuafiya, in een buitenwijk van Benghazi. Volgens de autoriteiten wisten in totaal 1.117 gevangenen te ontsnappen. Een klein aantal zou inmiddels zijn opgepakt, of zich vrijwillig hebben gemeld. Bij hun ontsnapping kregen de gevangenen hulp van omwonenden die de gevangenis uit hun buurt weg willen hebben. (Reuters, AP)