‘Zolang de stem nog echt góéd klinkt’

Op 88-jarige leeftijd is Rita Reys, de belangrijkste Nederlandse jazzzangeres, overleden. NRC Handelsblad publiceerde vorig jaar, vlak voor dat ze voor de twintigste keer op North Sea Jazz stond, dit interview met haar. “Zolang haar stem nog goed klinkt, en dan bedoelt ze echt góéd, zonder breken of piepen, blijft ze zingen.”

Op 88-jarige leeftijd is Rita Reys, de belangrijkste Nederlandse jazz-zangeres, overleden. Drie weken geleden stond ze nog op het podium. NRC Handelsblad publiceerde vorig jaar, vlak voordat ze voor de twintigste keer op North Sea Jazz stond, dit interview met haar. “Zolang haar stem nog goed klinkt, en dan bedoelt ze echt góéd, zonder breken of piepen, blijft ze zingen.”

Door Amanda Kuyper

“Ik houd mijn hart vast dat ik het straks niet meer kan”, zegt Rita Reys (88). “Ik ben zo bezeten van mijn vak. Dan hoop ik toch maar dat ik dan niet lang meer leef.” Dat meent ze echt, herhaalt de jazzvocaliste nog eens in het boerenhuisje aan de Vecht dat ze onlangs betrok. Wat moet ze dan? Op haar 88ste kan ze echt nog uitkijken naar een concert. Wie van de band komt haar ophalen? Wat zal ze aantrekken? Ze denkt er al dagen van tevoren over na. Let op, ze is geen twintig meer, ze moet zorgen dat alles goed is afgestemd. Dat ze er modern uitziet. En dan, wat zal ze zingen. Knutselen aan de setlist. Teksten studeren. Het is allemaal zálig, zegt ze. Nog steeds.

Rita Reys, sinds 1940 professioneel actief als jazz-zangeres, is zich er maar al te goed van bewust dat haar hoge leeftijd nieuwsgierigen trekt bij haar optredens. Dat de mensen komen kijken ‘hoe dat oude mens het nog doet’. En het moet gezegd, ze snoert ze allemaal de zure mond. Van slijtage is on stage weinig te merken. Reys’ hese stem met dat licht-geaffecteerde is door de soepele frasering nog steeds aangenaam om te horen. Haar gevoel voor timing is onveranderlijk sterk en ze beweegt zich elk concert weer anders door de maten. Reys is een kordaat optredende, eigengereide leading lady, die haar band nog rustig weet aan te pakken als naar haar idee het ‘huiswerk’ is afgeraffeld.

Zij stuurt, geeft aan en duldt geen egotripperij in de band: het trio van pianist Peter Beets, bassist Ruud Jacobs – de broer van haar overleden man pianist Pim Jacobs – en drummer Joost Patocka. “De mensen verwachten ouderwetse muziek”, zegt Reys. “Maar ik sta te dansen en geef me altijd helemaal. Wat dat is weet ik niet. Dan voel ik me jong. De muziek geeft een injectie.”

Rita Reys met het Quintet Ruud Jacobs bestaande uit Ruud Jacobs (bas), Peter Beets(piano), Ferdinand Povel (saxofoon), Martijn van Iterson (gitaar) en Joost Patocka (drums) in 2007. Foto ANP / Marcel Hemelrijk

American standards – ze gaan altijd weer over de liefde. En dat speelt ze een beetje uit op de bühne, grinnikt ze. Hoe theatraler ze is, hoe meer de mensen lachen. “Zo’n woordje love, dat kun je al op zoveel manieren zeggen”, lacht ze. “Ach ik heb een voelhoorn voor het publiek. Al zitten ze er nog zo afwachtend bij, na tien minuten heb ik ze van de stoel. Hoe ik het doe, weet ik niet. Ik zing er geen noot anders om.”

Je kunt niet wat aanrommelen. Je moet je koppie gebruiken

Hoezeer ze zich ook een podiumdier voelt, gebleven is de angst om iets verkeerds te zeggen. “Een onzekerheid die nooit overgaat, waarvan ik dacht dat ik die zou ontgroeien.” Maar het zit dieper, weet ze. “Het is iets complexerigs over het feit dat ik niet heb gestudeerd en dat altijd graag heb gewild. Dat ging niet toen ik een jong meisje was, we waren straatarm. Er moest geld verdiend worden.”

De intelligentie zit ook in de jazz. “Je kunt niet wat aanrommelen. Je moet je koppie gebruiken bij improvisaties.”

Zonder breken of piepen

Zolang haar stem nog goed klinkt, en dan bedoelt ze echt góéd, zonder breken of piepen, blijft ze lekker aan het werk. Maar wordt het minder, dan zet ze er resoluut een streep onder. “Al zijn er ook heus bij die het nu al foeilelijk vinden, hoor. Alleen, men zegt het me niet. Mijn eigen bandjongens willen niet dat ik stop. ‘Ben je bedonderd, elke noot stond’, zeggen ze dan.” Maar als ze eerlijk is, soms staat niet elke noot meer, concludeert ze zelf wel eens als ze een filmpje terugkijkt op YouTube. Zoals in De wereld draait door, de laatste noot van How Deep is The Ocean. Nee, díé was niet goed.

De wapenfeiten van de afgelopen tien jaar: haar tachtigste verjaardag in 2004 vierde ze met de cd Beautiful Love – A Tribute to Pim Jacobs en de autobiografie Rita Reys, Lady Jazz. Ze kreeg de Edison Oeuvreprijs 2006, de cd Live at Carré verscheen in 2007. Vorig jaar werd de grande dame van de jazz Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. „Er wordt me constant een kroon op het hoofd gezet”, merkt ze droogjes op. Haar erenaam, ‘Europe’s First Lady Of Jazz’, kreeg ze al in 1960, toen ze met Trio Pim Jacobs op het internationale jazzfestival van Juan-les-Pins won.

De Edisons staan op de schouw in haar nieuwe woning. Een grote op een sokkel in de gang. “Niet te tillen dat ding.” En de jazzprijzen de Birds, ook die van haar in 1996 overleden echtgenoot Pim Jacobs kijken naar buiten vanaf de vensterbank.

Ze is drie keer verhuisd dit jaar, verzucht ze. De villa in Loenen aan de Vecht waar ze met Pim woonde, is verkocht. Kort verbleef ze in een appartement in Maarssen. “Oh, wat voelde ik me daar ongelukkig. Ik heb ruimte nodig. Geen mensen die constant volgen wat je doet. Ik kreeg er geen lucht.”

Zie je dat weiland van de buren, wijst ze. “Ik heb hier zelf nauwelijks tuin, en het is hier een stuk kleiner dan ik gewend ben, maar hier is het fijn.”

Op tafel een kattenbelletje voor North Sea Jazz. Het nummer Sunday, een “leuk dingetje in een lekker tempo” dat ze vond op de computer. “Vinden ze leuk, de jongens.” Het is haar twintigste keer op het North Sea Jazz Festival.

“Een bijzonderheid, natuurlijk. Maar het was lang wachten voordat mijn bandje er voor de eerste keer gevraagd werd. Ze hadden er hoofdzakelijk buitenlandse bands, veel Amerikanen. De Nederlandse jazz – altijd een onderschoven kindje, al speel je de sterren van de hemel. Het is nu eenmaal niet Amerikaans.”

Wim Sonneveld met Rita Reys, tijdens de uitreiking van de Edison aan haar in 1961. Foto ANP

Schorre stem

Sprekende ogen, het haar losjes opgestoken. Rita Reys wordt met klasse oud, en weet haar jeugdige uitstraling en scherpe geest te behouden. Ze praat met een ietwat schorre stem. “Als ik zing is dat weg.” Maar toonaarden van jazznummers vormen vaker een obstakel. Dan belt ze haar pianist om het lager te zetten. “Die hoge noten gaan niet meer.” Maar het frappante, stelt ze vast, is dat die stem loskomt als ze een half uur staat te zingen, en dan haalt ze ineens weer alles. “Je voelt het, wrrráng daar gaat-ie.”

Ze spreekt van ‘djaz’, met een Gooise tongval. Maar met een uitspraak als “geen geouwehoer, opschieten”, met een klap in haar handen, komen haar Rotterdamse wortels boven. Rita Reys is geboren in de Rotterdamse volkswijk Crooswijk. Toen ze nog te klein was om zich daar wat van te herinneren, verhuisden ze naar deftig Kralingen. De enorme discipline van vroeger, vooral bijgebracht door haar moeder, heeft ze altijd nodig gehad in het jazzvak. Als negentienjarige tussen de zuipende musici in de tijd van Piet van Dijk.

Heus, ze ging niet als non door het leven, maar de waarschuwing van haar vader, ook muzikant, hield haar scherp. “Denk erom, je ligt zo in de goot.” Ze heeft er veel zien komen en gaan. Drank was het vroeger, nu meer de drugs. “Het vak heeft een destructieve kant. En de druk van elke avond presteren kan groot zijn.”

Rita Reys & The Dutch Swing College Band - After You’ve Gone (1963)

My Funny Valentine

Haar herinneringen zijn nog levendig. Optredens uit haar beginperiode, de studio waar ze haar debuut My Funny Valentine opnam, haar doorbraak in Nederland. Twee keer trouwde ze een muzikant. De eerste keer met drummer Wessel Ilcken, met wie ze haar eerste successen beleefde, veelal in het buitenland, met de orkesten van Ted Powder en Piet van Dijk. Samen speelden ze in het Rita Reys Sextet. In 1957 overleed Ilcken plots, Reys was op haar 32ste weduwe met een peuter.

Pim was vrolijk, maar kon ook erg melancholiek en zwaarmoedig zijn

Er moest brood op de plank komen. Dus toog Reys snel weer aan het werk. In pianist Pim Jacobs vond ze zowel een nieuwe liefde als een muzikaal metgezel. A Marriage in Modern Jazz, heette hun elpee. Een jazzkoppel bekend door televisie. “Het was een mooi leven”, overziet Reys. “Muziek was de leidraad. Goede jaren. Minder succesvolle jaren. De zorg voor onze dochter, die overal mee naartoe ging. Pim was vrolijk, maar kon ook erg melancholiek en zwaarmoedig zijn.”

Toen Pim zo ziek werd, was ze ervan overtuigd dat hij beter zou worden. Dat is dus niet gebeurd.

“Ook toen ik Pim verloor, ben ik weer snel gaan zingen. Muziek is creatief en gevoelig, je kunt jezelf ermee optillen, denk ik. Dan kom je ook door nare tijden heen. Ook toen ik zelf zo ziek was. Borstkanker in 1985. Drie weken na de operatie stond ik alweer in het Concertgebouw.”

Rita Reys, samen met haar in 1996 overleden man Pim Jacobs. Foto ANP

Ze is een voorbeeld voor generaties na haar. Maar weinigen vindt ze zelf goed, op Fay Claassen (“niet eens een zangeres, meer een muzikant hoe ze haar stem gebruikt”) en Francien van Tuinen (“Die doet het leuk, hoor.”) na. Kijk, wil ze nog maar eens uitleggen, het zit ’m in de improvisatie. En de timing, zó belangrijk. Vóór de maat. Achter de maat. Dat hebben ze bijna állemaal niet. “Daar word je mee geboren. Geloof niet dat je het leren kunt”, schudt ze het hoofd. “Met een briefje van het conservatorium lezen ze hun partijtje prachtig af. Maar vraag je: zing nu eens iets van je hart, dan lukt dat ze niet. Ze denken alleen aan die nootjes.”

Ach, maar ze doen het leuk hoor, besluit ze dan weer milder. En de jazz heeft het zwaar genoeg in deze tijd, met clubs die over de kop gaan en festivals die worden afgezegd. Als haar jongens nu maar werk genoeg houden, zegt ze wat zorgelijk. “Het is geen makkelijk vak hoor, elke avond is een wedstrijd.”

Laatst had ze zo’n taaie zaal. Ze reageerden nauwelijks. Liedje na liedje. En dan ineens: een staande ovatie. Ze hield zich niet meer in: “‘Weet u het zeker?’ riep ik uit. De jongens keken elkaar aan, wat doet ze nou? Maar ja, je wilt toch zeker weten dat de muziek aankomt?”

Rita Reys, drie weken geleden tijdens een optreden op North Sea Jazz met het Peter Beets Quartet. Foto ANP / Paul Bergen