‘Zonder zin kun je leven’

„Het is zomer. Iedereen denkt aan seks”, zegt seksuoloog Ellen Laan, nog voordat ze haar Caesar-salade bestelt. Ze praat over haar vak, en waarom dat zo bij haar past.

Seksuoloog Ellen Laan formuleerde een nieuwe definitie van ‘zin’ bij vrouwen. „Zin is geen drift.” Rechts een van de standaardwerken uit haar boekenkast.

Ellen Laan (51) zet haar fiets voor het terras van restaurant Dauphine in Amsterdam. Een zonnige zaterdagmiddag. „Doordeweeks lunchen is zo zonde van de tijd.” Ze is seksuoloog en psycholoog in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Ze behandelt patiënten, geeft colleges en doet onderzoek. Samen schuiven we de tafel in de schaduw. Heel even kijkt ze me argwanend aan en vraagt waarom ik haar ook alweer uitgenodigde. Nog voor ik iets kan verzinnen, geeft ze zelf antwoord. „Het is zomer. Iedereen denkt aan seks.” Haar is het om het even. „Wat ik te zeggen heb, kan mensen helpen.”

Vorig jaar werd ze eredoctor aan de Universiteit van Leuven. Het thema van haar oratie was: de noodzaak van seksueel plezier. Nu houdt een ander thema haar bezig: kwetsbaarheid. En ze heeft zich voorgenomen ook iets van zichzelf bloot te geven.

Over haar vak praat ze graag. „Voor vijf of vijftig man. Misschien wel het allerliefst voor vijfhonderd.” Haar promotieonderzoek naar de seksualiteitsbeleving van vrouwen is wereldberoemd. Ze gebruikte een meetinstrument, een soort tampon, waarmee ze de mate van opwinding bij vrouwen kon vaststellen. De vrouwen kregen twee soorten films te zien. Een ‘gewone’ pornofilm en een vrouwvriendelijkere seksfilm. Allebei de films gaven dezelfde genitale respons, maar de vrouwen zeiden dat ze alleen de vrouwenfilm opwindend vonden. Ellen Laan formuleerde een nieuwe definitie van ‘zin’ bij vrouwen: zin is een emotionele respons op een seksuele prikkel. In die volgorde. Prikkel, fysieke opwinding en dan pas zin. Zo staat het nu in de DSM 5, het nieuwe handboek psychiatrie. De oude definitie – vrouwen zonder zin hebben onvoldoende aangeboren ‘drift’ of libido – is geschrapt. „Zin is geen drift. Honger, dorst. Dát zijn driften. Zonder ga je dood. Zonder zin kun je leven.” Het is geen biologisch of medisch probleem. „Geen zin is vaak het resultaat van slechte seks.”

Probleemloos praat ze over orgasmes, penetratie en natte vagina’s. Ze wordt pas ongemakkelijk als je haar vraagt iets te zeggen over zichzelf. Maar ze vindt dat ze het wel moet doen. „In de spreekkamer is het universele thema: jezelf durven laten zien in de nabijheid van een ander.” Ze bedoelt niet letterlijk: in je blootje staan. Ze bedoelt dat mensen elkaar hun kwetsbaarheid laten zien. „Iets van je binnenwereld prijsgeven is een voorwaarde voor goede seks.” Veel van haar patiënten vergelijken zichzelf met wat ze bij anderen aan de ‘buitenkant’ zien. De ‘ander’ heeft vast twee keer per week seks. De ‘ander’ heeft nooit pijn, nooit geen zin en altijd een hoogtepunt. „Patiënten lijden onder die vergelijking.”

Ze was 16, zegt ze. „Voor het eerst begreep ik dat mijn binnenwereld niet overeenkwam met hoe anderen me zagen.” Ze zat in de bus van Schagen, waar ze op school zat, naar huis in Middenmeer. „Achter me zaten twee meisjes uit een andere klas. Ik kon horen wat ze over me zeiden. ‘Dat is Ellen’, zeiden ze. ‘Die kijkt altijd zo arrogant.’” Klopte het, wat die meisjes zagen? „Vast. Arrogant. Zo kan angst er aan de buitenkant uitzien.” Ze is erg gepest, zegt ze, tamelijk abrupt. Vooral op de basisschool.

„Mijn hele middelbare schooltijd zette ik me schrap. Ik wachtte tot het weer zou gebeuren.” Ik kijk naar haar blonde haar, haar zachtrode mond, de helderblauwe ogen en vraag me in gedachten af waarom ze haar nou zouden pesten.

Wie lang gepest wordt, zegt ze, internaliseert dat. „Voortdurend loopt er in mijn hoofd een bandje mee: Wat voor indruk maak ik? Had ik dit wel moeten zeggen? Schep ik niet te veel op?” Nu ook? Ja, knikt ze. Nu ook. Kan ze het pesten achteraf verklaren? Ze lacht. „Zelfs mijn moeder dacht dat het wel aan mij zou liggen. Ze vond me maar vreemd.” Haar moeder was huisvrouw, haar vader kapper. Ze is het vierde kind van vijf, het derde meisje. Zij was mooi én kon van allemaal het beste leren. „In West-Friesland is dat niet handig. Daar moet je echt niet beter zijn dan de anderen.” Wat ook niet hielp: „Ik was een gevoelig kind. Sensitief van nature. Huilde snel, en daar werden thuis grappen over gemaakt. Dus daar voelde ik me ook niet veilig.” Heel kalm stelt ze vast. „De buurtkinderen moesten me niet. Maar ik bleef elke dag vragen of ik mocht meespelen.”

Ze zegt dat haar jeugd haar „predisponeerde” voor haar latere studiekeuze. Psychologie. „Pas later realiseerde ik me wat een goed vak dat eigenlijk voor me was.” Ze koos seksuologie als afstudeervak. Ze begrijpt, ook weer achteraf, heel goed waarom ze seksuoloog is geworden. „Seks gaat nooit alleen maar over seks. Seks gaat over kwetsbaarheid. Het vak raakt me persoonlijk.”

En, durft ze zo maar te zeggen: „Ik ben in mijn vak deskundig.” Uit het hele land worden mensen naar de afdeling seksuologie van het AMC doorverwezen. Echtparen, soms mannen, maar vooral vrouwen. „Mensen willen van me weten wat ze verkeerd doen. Maar goede seks is geen trucje.” Haar behandeling is ‘biopsychosociaal’. Een voorbeeld. Een getrouwde vrouw heeft al jarenlang pijn bij het vrijen. Zoveel, dat penetratie niet meer lukt. „Zal ik het zo maar noemen?” vraagt ze tussendoor. „Penetratie? Dat woord heeft de minst vervelende connotatie.” Tien tot vijftien procent van de vrouwen heeft pijnklachten. „Dat noem ik een epidemie.”

De verklaring kan zijn: een overactieve bekkenbodem. „De vrouw spant haar spieren daar te veel aan. Zoals je ook je schouders optrekt als je gespannen bent.” Elke zachte, sensuele aanraking voelt dan als kietelen. „We moeten erachter komen hoe het komt dat iemand zo op slot is geraakt. Komt haar spanning door een fullblown trauma zoals een verkrachting of is ze iemand die altijd al „gespannen in haar lichaam woont?”

Ze behandelde een echtpaar dat 26 jaar getrouwd was. „Ze kwamen bij me omdat ze de afgelopen negen jaar geen seks meer hadden. Zij had pijn. Altijd al gehad. De vrouw voelde zich heel schuldig. Ik kon alleen maar denken: mens, je hebt het dus zeventien jaar wél met pijn gedaan.” De man was ontredderd, dacht dat zijn vrouw niet meer van hem hield en hem daarom afwees in bed. „Ze wijst hem niet af. Ze wijst de pijn af.” Ellen Laan zegt dat vrouwen heel vaak denken dat het aan hen ligt. „Maar hun pijn is net zo goed het probleem van hun partner.”

Ongemerkt is ze iets harder gaan praten. Ik maak me zorgen over de anderen op het terras. Luisteren ze mee? Nu heeft ze het over de vagina. „Dat is ons geboortekanaal, ja. Ik zeg altijd: wees blij dat je daar niet al te veel voelt. Er moet een baby door, hoor.” Als ze een penis had, zegt ze, zou ze het ook wel weten. „Lekker in die vagina. Warm en vochtig. Orgasme verzekerd. Maar penetratie kan voor vrouwen minder prettig zijn als ze onvoldoende vochtig zijn.” Generaties vrouwen zijn door de huisarts naar huis gestuurd met een potje vaseline, zegt ze. „In meidenbladen wordt meisjes aangeraden de eerste keer wat glijmiddel te gebruiken.” Haar stem schalt. „Nee. Nee. Nee. Een man kán alleen penetreren als hij voldoende opgewonden is. Het vrouwelijk lichaam laat penetratie toe ook zonder opwinding. Maar dat levert dus vaak pijn op.”

Flibanserin

De farmaceutische industrie test al een paar jaar de effectiviteit van het middel Flibanserin, een ‘zinpil’ voor vrouwen. Ellen Laan heeft er weinig fiducie in. Wat haar stoort aan dit soort ‘hulpmiddeltjes’ is dat vrouwen ze gebruiken om zich aan te passen aan het tempo van de man. „En, de onderliggende boodschap: echte seks is gemeenschap.” Zo was het vroeger. „Erop, erin, eruit, eraf.” En zo is het onder pubers weer. „Met de ‘eerste keer’ of ‘het doen’ wordt altijd penetratie bedoeld.” Zij denkt dat meisjes het nu zelfs moeilijker hebben dan vroeger. Ze moeten geknipt, geschoren en slank zijn. Op televisie of op internet zien ze wat ze moeten doen en hoe. Maar wat ze erbij voelen moeten, heeft niemand ze verteld.”

Zij had haar eerste vriendje op haar veertiende. „Hij wilde ‘het’ doen, maar ik vond het nog niet zo nodig. We hebben eerst jarenlang gefriemeld en gevoeld. Maar dat wordt niet meegeteld als seks.” Haar eigen seksuele ervaringen zijn altijd plezierig geweest, zegt ze. „Dat gun ik anderen ook.” Daarvoor is opvoeding en educatie nodig. Als seksuoloog kan ze dat heel goed. Als moeder vindt ze het ingewikkeld. Ze voedt twee dochters op van 17 en 13. Ze is een aantal jaar geleden gescheiden. „Ik stuntel net zo goed.” Het is ook lastig, zegt ze. „In de opvoeding doen ouders alle emoties voor. Blijdschap, boosheid, verdriet. Maar hoe seksuele opwinding eruit ziet, dat laten we onze kinderen natuurlijk niet zien.”

Seks is een complexe sociale bezigheid, zegt Ellen Laan. „Mensen moeten zonder taal en woorden naar elkaar luisteren.” Seks moet je leren, zegt ze. Hoe? „Door in een relatie je gevoelens te laten zien.” Ook de negatieve. „In West-Friesland was het een teken van zwakte als je emoties toonde. Niet zeuren en doorgaan.” Ze zegt, iets minder stellig dan ze eerder sprak: „Ik denk dat je iets van jezelf bloot moet geven. Een relatie moet niet symbiotisch zijn, maar te veel afstand is ook niet goed.” Ze schudt de haren uit haar gezicht alsof ze een vervelende gedachte kwijt wil. „Ik heb geleerd: je moet wel zeuren, en doorgaan.”