‘Zonder verhaal is chemie nogal saai’

Marijn Dekkers, een Nederlander in Duitse dienst, schuwt het publieke debat niet. Daarvoor ontvangt de baas van farmaconcern Bayer niet altijd applaus. Hij noemt Duitsers laf; zij hem de ‘Hollandse sprookjesoom’.

Dekkers: „Als je qua innovatie ineens met China moet concurreren, wordt het leven moeilijker.” Foto HH

Voor iemand met zo’n zachte stem heeft Marijn Dekkers (55) een grote mond. De wat professoraal ogende Nederlander, die sinds drie jaar de hoogste baas van de Duitse chemie- en farmaciegigant Bayer is, baart regelmatig opzien met zijn scherpe opvattingen. Een greep: ‘Bayer dreigt Duitsland te verlaten vanwege afscheid van kernenergie’, ‘De Grieken zijn misschien beter af buiten de eurozone’ en ‘Duitsers durven niets’.

Die laatste uitspraak, twee weken geleden in de zondagskrant van de Frankfurter Allgemeine Zeitung, is kenmerkend voor Dekkers, die vaak getypeerd wordt als een charmante maar knalharde manager. In de krant noemt hij de Duitsers „zeer, zeer conservatief” en bang voor nieuwe technologie.

Ook de Duitse opstelling in de energiepolitiek valt hij aan: „Mensen kunnen niet zeggen: ‘We willen geen kernenergie, maar we willen ook geen elektriciteitsmasten in onze achtertuin. En fracking [om schaliegas te winnen] willen we ook niet’. Zo gaat dat niet. Als een land zo optreedt, zal het ooit een prijs daarvoor betalen.” Woedende ingezonden brieven van Duitse lezers tegen deze ‘Hollandse sprookjesoom’ neemt Dekkers op de koop toe. Hij is een man met een missie.

Dat maakt hij ook duidelijk in een gesprek met onder meer deze krant in Amsterdam, bij de viering in mei van honderd jaar Bayer in Nederland. Dekkers is dan net terug van een bezoek aan de Bayer-fabrieken in China. „Ik heb gesproken met de burgemeesters van Beijing en Shanghai en met de minister van Handel. Alle drie betoogden zij onafhankelijk van elkaar dat zij afwillen van het predicaat ‘Made in China’. Ze willen naar ‘Created in China’. China heeft het afgelopen jaar meer patenten aangevraagd dan enig ander land. Daar ontwikkelt zich een op waardetoevoeging, op innovatie, gerichte maatschappij. Dat is iets om over na te denken in Europa.”

Dekkers maakt zich grote zorgen over de afnemende belangstelling voor de klassieke bètavakken in Nederland en Duitsland. „Informatica, internet, computers – dat is populair. En daar hebben we goede studenten aan verloren. En ook meer en meer aan iedereen die maar denkt in de financiële dienstverlening beter te kunnen verdienen of een makkelijker leven te hebben dan in zo’n moeilijk vak als chemie.”

De Duitse bondskanselier Angela Merkel schildert in al haar toespraken een onheilspellend beeld van Europa, dat dreigt achterop te raken bij de groeimarkten in Azië en Latijns-Amerika. „Zij representeert één land, ik een wereldwijd opererend bedrijf”, zegt Dekkers. „We hebben meer dan 110.000 werknemers, van wie 10 procent in China. Met hen ben ik net zo bevriend als met de collega’s in Duitsland.”

Maar, zo wil de Bayer-chef waarschuwen, als Merkel wil dat Duitsland concurrerend blijft dan moet er meer aandacht komen voor innovatie. „Neem nou Duitsland: überhaupt geen grondstoffen. Duitsers hebben zelfs geen gas. En als er gas is, dan willen ze het niet winnen. Zo’n economie kun je alleen langdurig laten draaien door grondstoffen en energie te kopen en er dan iets heel innovatiefs mee te doen. Iets uitvinden dat meerwaarde heeft. Dat hebben de Duitsers altijd goed gedaan, en de Nederlanders trouwens ook op een andere manier. Maar goed, als je dan ineens op dat gebied met zo’n groot land als China moet concurreren, dan wordt het leven moeilijker.”

De ‘politieke standpunten’ van Bayer op de website van het concern sluiten nauw aan bij de persoonlijke zorgen van de hoogste baas. Het bedrijft stelt dat het afhankelijk is van „een breed gedragen acceptatie van veilige, nieuwe technologieën”. En Bayer lijkt eerder een Amerikaans dan een Duits bedrijf als het stelt: „Europa verwerpt nog altijd de import van de producten van groene biotechnologie die gewoon zijn in de rest van de wereld”.

Bij zijn aantreden drie jaar geleden werd Marijn Dekkers, zoon van een Tilburgse textielondernemer, in Duitse media met argusogen bekeken. Aan de top van het 150 jaar oude Bayer, een van de bedrijven die behoren tot het Duitse industriële oergesteente, kwam voor het eerst een buitenlander te staan. Een Nederlander met een Amerikaans paspoort.

Wat was dat voor een hybride diersoort? Gepromoveerd chemicus. Gepromoveerd is goed in Duitsland. En, zo noteerde de zakenkrant Financial Times Deutschland: hij heeft een Duits verleden, op de tennisbaan. Hij was ooit nummer twee in de Nederlandse competitie. En tijdens zijn studie in Nijmegen, begin jaren tachtig, had Dekkers vlak over de grens een baantje als trainer bij tennisclub Rood-Wit in Emmerich. Zelf speelde hij in de hoogste klasse van de Duitse competitie, en volgens een bron was hij „een echte vechter, die zelfs doorspeelde en won ondanks kramp in de kuiten”.

Dekkers wordt vooral gezien als een Amerikaanse manager, met een Amerikaanse vrouw en drie dochters. Hij maakte carrière bij Amerikaanse bedrijven te beginnen bij General Electric. Vanaf 2000 begint hij op te vallen als chief operating officer van Thermo Electron, fabrikant van laboratoriuminstrumenten, met name door zijn portfoliomanagement: hij bouwt het bedrijf radicaal om.

Dekkers verkoopt 45 bedrijfsonderdelen, sluit de helft van de 130 fabrieken, en ontslaat 5.000 van de in totaal 13.000 medewerkers. In 2006 is hij het meesterbrein achter de overname van het veel grotere Fisher Scientific. Hij koopt de concurrent voor 10 miljard dollar en formeert de grootste fabriek van laboratoriuminstrumenten ter wereld met 35.000 medewerkers en een omzet van 10 miljard dollar. Zelf wordt hij president van het nieuwe Thermo Fisher.

Over zijn soms bikkelharde optreden bestaan vele anekdotes. Zo zou Dekkers in 2005 een bezoek hebben gebracht aan het dorp East Greenbush bij New York, waar Thermo Electron net het bedrijfje Rupprecht & Patashnick had overgenomen. De bond vreesde voor ontslagen onder de tachtig werknemers, maar Dekkers stelde iedereen gerust: „Wij willen hier blijven”. Twee jaar later werd het bedrijf gesloten en kreeg slechts een handvol medewerkers een nieuwe baan aangeboden.

Amerikaanse toestanden, dat verwachtten werknemers en beursanalisten bij Dekkers’ aantreden. Bayer is een van de laatste beursgenoteerde concerns die farmacie en chemie combineren. Vandaar, zo concludeerde ook CHEManager-online.com, dat al lang wordt gespeculeerd over een splitsing, waarbij Bayer zijn chemiepoot afstoot om met de opbrengsten een grote concurrent in de farmacie over te nemen.

De komst van Dekkers met zijn roemruchte Amerikaanse verleden gaf aanleiding tot nieuwe geruchten. „We achten het zeer waarschijnlijk dat een transformatie binnen twaalf tot vierentwintig maanden haar beslag zal krijgen”, zei een Londense beursanalist in 2011 tegen CHEManager-online.com.

Halverwege 2013 heeft Dekkers nog altijd geen grote manoeuvres gemaakt. Eind vorig jaar zei hij tegen het Vlaamse weekblad Knack dat hij nooit van plan is geweest Bayer te saneren. Dat had zijn voorganger al gedaan. Wel is duidelijk dat in de negen maanden die Dekkers in 2010 nodig had om zich als ‘duurste stagiair’ in te werken, aan de top van het concern een stoelendans heeft plaatsgevonden waarbij de verschillende divisies een nieuwe leiding kregen.

In tal van gesprekken met media herhaalt Dekkers dat de drie delen van Bayer – HealthCare (gezondheidszorg), CropScience (gewasbescherming) en MaterialScience (fijnchemie) – elkaar versterken, dus dat van „revolutie” geen sprake zal zijn. „We leggen ons toe op organische groei met acquisities die passen bij ons strategisch concept”, zei hij eind vorig jaar na de overname van AgraQuest, een bedrijf gespecialiseerd in biologische bestrijdingsmiddelen.

Dekkers nuanceerde in mei zijn eerdere dreigement om het bedrijf over te plaatsen als de energieprijzen in de Duitsland verder blijven stijgen. „Onze energiekosten in Duitsland worden meer en meer een probleem. Nu al zijn ze twee keer zo hoog als in de VS en 15 procent hoger dan in Frankrijk. Maar een besluit is niet zwart-wit: zo van ‘we doen hier niks meer, en we gaan alles daar doen’.”

Sinds Dekkers terug is in Europa besteedt hij meer tijd aan wat hij, in zijn met Amerikaans doorspekte Nederlands, reminiscing noemt: zich verdiepen in het eigen verleden. Zo heeft hij zijn eigen oude leraar scheikunde van het Tilburgse Sint-Odulphuslyceum met twee schoolklassen uitgenodigd in Leverkusen. En ook studenten van Japie, de vereniging van de afdeling chemische technologie van de TU in Eindhoven waar hij is gepromoveerd.

„Ik had een fantastische leraar scheikunde, die al vroeg mijn belangstelling wekte voor het vak. Daar gaat het om: dat je scheikunde aan twaalfjarigen op een praktisch niveau uitlegt. Dat je kinderen niet alleen het periodiek systeem der elementen uit het hoofd laten leren, maar er ook verhalen omheen vertellen. Over madame Curie. Of over kalium en radium, die dicht bij elkaar zitten in het periodiek systeem. En hoe je het lichaam om de tuin kunt leiden met radioactief radium in een medicijn. Zodat je beenmergkanker lokaal kunt bestrijden zonder het hele lichaam te bestralen. Alles is chemie, maar zonder verhaal is het vak behoorlijk saai.”

Uiteindelijk draait het erom, zo benadrukt Dekkers, dat de samenleving waarde moet hechten aan waardevol werk. Mensen kennen precies het merk van hun mobieltje, zegt hij, maar weten niet welke fabrikant het medicijn heeft ontwikkeld dat hen van kanker heeft gered. „Mensen betalen graag 5 euro voor een kop koffie van Starbucks, maar 5 euro per dag voor een medicijn dat een beroerte voorkomt is te veel.”

Dekkers pakt zijn mobiele telefoon. Geagiteerd: „Iedereen zit de hele tijd naar de volgende app op zijn mobiel te kijken. Daarmee kunnen ze muziek van de Beatles spelen, die ze al vijftig jaar kennen. You say goodbye, and I say hello. And my children are listening to all these fancy things. And that is more important now, than what we are doing!

Dan herneemt Dekkers zich. En hij doceert weer met zachte stem: „Het gaat om erkenning wat een bepaalde industrie doet. Wat die bijdraagt aan de gemeenschap.”