Voor een opstand hoeft de nieuwe emir niet te vrezen

Het steenrijke Golfstaatje Qatar heeft een nieuwe emir, van 33 jaar. Zijn vader investeerde 100 miljard en steunde de rebellen in Syrië en de moslimbroeders in Egypte. Wat gaat hij doen?

Mannen passeren een reclame voor modeketen Mango in winkelcentrum Vilaggio in Doha. Foto Bloomberg

Als een onbekende landgenoot hem in deze bistro in Doha ziet zitten, met zijn hagelwitte gewaad en hoofddoek, in gesprek met een jonge westerse vrouw, dan denkt die landgenoot waarschijnlijk: die ontspoort. Morgen is die man aan de drank. Overmorgen is hij aan de drugs. Terwijl een bekende van hem zou denken: dat is gewoon Fares Al-Fares, die een vreemde helpt.

Zo gaat het ook met Qatar, zegt Fares, een 37-jarige advocaat in Doha. Mensen kennen het steenrijke Golfstaatje niet erg goed. Dus Qatar wordt verkeerd begrepen.

Het is waar dat er buiten Qatar met verbazing, vaak vermengd met scepsis – en steeds vaker met afgrijzen – naar Qatar wordt gekeken. Met name vanwege zijn activistische buitenlandse beleid. Zo ondersteunde het regime in Doha de laatste jaren de omwentelingen in Tunesië, Libië en Egypte met geld en wapens. Het gaf de Talibaan een kantoor. Qatar is naar verluidt de grootste wapenleverancier van de Syrische oppositie. En het heeft wereldwijd 100 miljard euro aan investeringen uitstaan.

En dat terwijl Qatar een landje van niks is – amper een kwart van Nederland, met maar een paar honderdduizend burgers. Een soort stadstaat dus, met de mond vol grote ideeën over hervormingen in de Arabische wereld. En zelf helemaal niet democratisch. De emir, sjeik Hamad (61), schoof vorige maand gewoon zijn zoon sjeik Tamim (33) naar voren, omdat het tijd zou zijn voor een nieuwe generatie. Voor een Arabische leider behoorlijk progressief, maar democratisch is anders.

Hoe de nieuwe emir zal regeren, weet niemand. Bij zijn aantreden suggereerde hij dat hij zijn vaders lijn zal voortzetten.

In dat geval maakt hij weinig vrienden. Volgens een Jordaanse diplomaat „haat” de rest van de Arabische wereld Qatar. Het heeft een veel te grote broek aangetrokken, aldus de diplomaat. Hij slaat met enig leedvermaak gade hoe Qatar nu het lid op zijn neus krijgt. In Egypte is de door Qatar gesteunde president Morsi afgezet. In Syrië kunnen de rebellen maar niet van het regime winnen. In Libië zetten milities met door Qatar gefinancierde wapens het nieuwe regime onder druk.

Over de vraag waarom Qatar zo vreselijk ambitieus is, wordt door een groeiende groep Qatar-watchers druk gespeculeerd. Een eenduidig antwoord is er niet. De macht in Qatar is zeer gesloten.

De Jordaanse diplomaat denkt dat Qatar het instabiele Midden-Oosten ziet als een enorme loterij. Qatar – geld zat – koopt gewoon overal loten op, opdat het hoe dan ook een winnaar steunt en zo aan invloed wint. Want Qatar zou lijden aan een Napoleon-complex. De ‘Calimero van het Midden-Oosten’ – een slaperig hoopje zand tot er twee decennia geleden gas gevonden werd – zou een minderwaardigheidsgevoel hebben en dat overcompenseren.

Een andere theorie is dat Qatar uit ideologische of spirituele overtuiging vooral de Moslimbroeders steunt. Kijk naar Tunesië, Libië en Egypte, waar de Moslimbroeders (fundamentalistische sunnieten) na de omwentelingen de plek van de autoritaire leiders innamen, met financiële steun van Qatar. De emirs van Qatar (zelf wahabieten; ultraconservatieve sunnieten) zouden zich nauwer verbonden voelen met de Moslimbroeders dan met de gematigde sunnieten in de regio.

Allemaal onzin, zegt John Watts, een Britse consultant in Doha die de emir van Qatar adviseert. Qatar opereert enkel met het oog op de economie, zegt Watts. „Qatar wil zijn economie diversifiëren, de overgang maken van petrochemie naar een kenniseconomie. Daarom investeert het internationaal.”

Egypte is een goed voorbeeld, aldus Watts. Hij bestrijdt dat Qatar de regering van Moslimbroeders in Egypte miljarden gaf om ideologische of religieuze redenen. „Egypte heeft een enorme binnenlandse markt. Qatar zou gek zijn als het daar niet investeert. Iedereen in de Golf doet het. En het levert wat op. Je zag het afgelopen jaar al rendementen op die investeringen terug.”

Nizar al Hrakey, de Syrische ambassadeur in Doha (op de enige ambassade van de Syrische oppositie ter wereld), gelooft dat het primaire motief van Qatar naastenliefde is. „Qatar wil ons helpen, omdat we Arabieren zijn en moslims en ze ons lijden niet kunnen aanzien. Qatar heeft ons niks in ruil gevraagd.” Maar de ambassadeur erkent: voor niets gaat de zon op. „We kunnen Qatar niet in cash terugbetalen, maar we zullen in de toekomst altijd aandacht houden voor de belangen van Qatar.”

Bijkomend voordeel van het assertieve buitenlandse beleid is de aandacht voor Qatar, zegt adviseur Watts. „Kijk naar dit interview. Qatar heeft opeens een stem gekregen. Natuurlijk krijg je ook kritiek als je je kop boven het maaiveld uitsteekt, maar dat neemt Qatar graag op de koop toe.”

Volgens westerse diplomaten in Doha is de wens om de eigen bevolking te moderniseren een ander motief voor Qatars extraverte houding. Democratisering staat niet op de binnenlandse agenda, het gaat vooral om onderwijs, sport en kunst. Een van de grote aanjagers is sjeika Moza, de tweede vrouw van de oude emir en de moeder van de nieuwe. Zo trok zij adviseurs aan die voorstelden op de nationale universiteit in het Engels te onderwijzen.

De modernisering en verwestersing is goed te zien in winkelcentra in Doha, waar Qatari’s verkoeling zoeken in de zomer (de buitenlucht is dan baktemperatuur). In de winkelcentra staan vrouwen in het zwart, soms ook de ogen bedekt, in de rij om driedimensionale films over de Tweede Wereldoorlog te zien en popcorn en cupcakes te kopen. In de Amerikaanse koffieketen Starbucks klinkt Beethoven. Daar surfen de mannen in hun witte jurken, cappuccino’s slurpend, via smartphones op internet.

Het bevalt. Een jonge vrouw uit Doha, werkzaam in de communicatie, vertelt hoe ze vijf jaar geleden in New York landde en hoe de Amerikaanse immigratiebeambte haar vroeg waar Qatar lag. Bij Dubai, zei ze maar. „En nu kent iedereen Qatar”, zegt ze met grote, opgemaakte ogen. „Ik ben zo trots!”

Maar de laatste maanden viel Qatars buitenlandse strategie vrij rap in stukken. In Syrië heeft de zwaar verdeelde oppositie net de kandidaat van Qatars grote rivaal Saoedi-Arabië gekozen als leider, en daarmee Qatars vooruitgeschoven man gepasseerd. Beelden van rebellen die in Syrië rondlopen met geavanceerde wapens uit Qatar leiden binnen en buiten Syrië tot steeds meer irritatie en achterdocht. Bijzonder pijnlijk voor Doha was de val van president Morsi in Egypte.

Om de schade te beperken zegt de regering in Doha nu dat „het doorgaat met het respecteren van de wil van Egypte en zijn hele bevolking”. Maar bij de Egyptische tak van tv-zender Al-Jazeera, gefinancierd door Qatar, stapten onlangs 22 medewerkers op omdat ze vanuit Doha opdracht zouden hebben gekregen om de Moslimbroeders te begunstigen. Zo zonden ze aanvankelijk voetbaltrainingen uit, in plaats van de protesten tegen Morsi op het Tahrir-plein in Kairo.

Nu kan Qatar niet zo gek veel gebeuren. Het bezit immers een van de grootste natuurlijke gasdepots ter wereld. Zoals een westerse diplomaat zegt: „Qatar kan zijn huishoudboekje makkelijk rond krijgen met zijn oliebaten. Zijn gasinkomsten maken dat het boodschappen kan doen in een Ferrari.”

Maar de respectabele reputatie van conflictbeslechter of bemiddelaar (zoals voorheen in Soedan en Jemen) en balanszoeker (die relaties met zowel Iran als de Verenigde Staten en zowel met Israël als met Palestijnen onderhoudt), is Qatar wel kwijt. Het geldt sinds vorig jaar, toen de wapenleveranties aan de Syrische rebellen begonnen, als ophitser die de Syrische oppositie verdeelt.

Het besef dat het tijd is voor een nieuwe koers zou ten grondslag kunnen liggen aan het vertrek van de vorige emir en zijn rechterhand Hamad bin Jassim (alias HBJ), behalve minister van Buitenlandse Zaken ook premier. Met name HBJ zou erg begaan zijn met de Moslimbroeders. De oude emir zal echter achter de schermen blijven meeregeren, net als de sjeika. Hun zoon zal het roer dus niet radicaal omgooien.

Maar analisten in Doha verwachten wel dat de nieuwe emir de politieke islam niet zo nadrukkelijk zal steunen en dat hij meer de consensus zal zoeken in de Golfregio – met name door middel van aansluiting bij zijn grote Saoedische buurman. Bij zijn aantreden zei sjeik Tamim dat Qatar „geen partij zal kiezen voor de ene trend tegenover de andere”, waarbij ‘ene’ wordt gezien als een verwijzing naar de Moslimbroeders.

Diezelfde analisten denken dat sjeik Tamim meer aandacht zal besteden aan het binnenland dan zijn vader. Hij zou meer oog hebben voor zijn conservatievere landgenoten. De Britse consultant John Watts denkt ook dat de dichter zal worden vrijgelaten die vorig jaar tot 17 jaar cel werd veroordeeld wegens zijn poëtische kritiek op het regime van Qatar. Dat zou de nieuwe emir vooral doen om het westen te paaien, zegt Watts. Zijn landgenoten kunnen zich over het algemeen wel vinden in zo’n strenge straf voor iemand die de populaire vorst beledigt.

Want populair is de emir. Qatar is dan geen democratie, zijn inwoners hebben wel het hoogste inkomen ter wereld (gemiddeld een ton). Fares Al-Fares, de advocaat, ontvangt buitenlandse bezoekers als volgt: „Welkom in het paradijs, waar water en elektra, onderwijs en zorg gratis zijn en we geen belasting betalen. God gaf Europeanen mooie natuur en aangenaam weer, hij gaf Qatar gas en olie.” Zijn zwarte creditcard schijnt door zijn witte borstzakje. Hij staat erop dat hij trakteert.

Fares is eigenlijk voorstander van democratie, zegt hij. „Ik denk dat het goed is voor de eigenwaarde van mensen”. Maar, zegt Fares, „aan de andere kant: Qatar hielp Libië, Tunesië en Egypte om democratie te krijgen en kijk wat daar nu gebeurt. Het is niet alleen positief. Je kunt het niet zo op de mensen neersmijten.” Zo heeft de emir toch iets gewonnen in Noord-Afrika. Hij hoeft zelf geen binnenlandse opstand te vrezen. Geen onderdaan is afgunstig.

Maar zo zeker als sjeik Tamim weet dat voorlopig het gas stroomt en zijn volk voor hem buigt, zo ongewis is het of Doha nog iets van zijn politieke investeringen terug zal zien. De islamitische revolutionaire bewegingen bleken nog niet de winnende paarden die ze niet zo lang geleden leken.