Vloeiende opening

Rollergirl (Heather Graham) houdt altijd haar rolschaatsen aan.

Boogie Nights Paul Thomas Anderson, 1997 Ned. 2, 23.25 – 1.50 uur

Terwijl de swingende discoklanken van The Emotions’ Best of My Love weerklinken, begint Paul Thomas Anderson film Boogie Nights – de keuzefilm van Zomergast Hans Teeuwen – vol bravoure met een virtuoos ononderbroken shot van drie minuten. De camera begint met het filmen van de zwierige naam van discotheek Boogie Nights waarna hij naar beneden zwenkt en eventjes de auto van hoofdpersoon Jack Horner (Burt Reynolds) volgt.

Als Horner parkeert, worden Jack en zijn vriendin Amber (Julianne Moore) omstandig begroet door de eigenaar en naar binnen geleid. De camera glijdt op vloeiende wijze met ze mee de discotheek in. Daar introduceert Anderson een voor een de personages die de komende tweeënhalf uur ook van belang zullen blijken: Reed Rothchild, Rollergirl en als laatste Eddie Adams alias Dirk Diggler. Eddie (Mark Wahlberg) staat achter de bar glazen af te drogen. Als hij in beeld komt, wordt het shot een heel klein beetje vertraagd. Het is Andersons manier om te benadrukken dat Diggler een belangrijke rol zal gaan spelen: pornoproducent Horner staat op het punt de zwaargeschapen barman te ontdekken.

Het is een pakkende opening, niet alleen door het vertoon van technisch kunnen. Door al zijn personages in één shot te vangen, voel je als toeschouwer – bewust of onbewust – dat deze mensen bij elkaar horen. En dat is ook zo: aan het eind van de film, die zich afspeelt tijdens de hoogtijdagen van de porno-industrie in LA, vormen ze een alternatieve familie. Totdat de opkomst van video en cocaïne roet in het eten gooien.