Column

Red de onderzeeër

In Amsterdam kun je gratis een prachtige bootreis maken. Ga naar het Centraal Station, loop door de tunnel onder de perrons naar het IJ, bekijk onderweg de uitstallingen van lekkernijen, ouderwets bedrukt papier, souvenirs, luister naar de stem die de vertragingen meldt, let op de bonte menigte die altijd haast heeft. Dat is op zichzelf al een avontuur. En dan, voor je het weet, ben je aan de andere kant, de oever van het IJ. Neem daar een pontje, in dit geval het meest linkse. Dat gaat naar de NDSM, de Nederlandse Dok- en Scheepsbouw Maatschappij, die sinds 1978 niet meer bestaat. Er zijn nog mammoettankers gebouwd maar voor onze reis maakt dat geen verschil.

Het pontje vertrekt, het avontuur is begonnen. We varen in noordwestelijke richting schuin het IJ over. Links, aan bakboordzijde in zeemanstaal, ligt de zuidelijke IJoever. Altijd weer een verrassing iets van het water af te zien. En dan zijn we bij de NDSM waarvan de laatste kraan binnenkort gesloopt wordt, of omgebouwd tot restaurant. Iets moderns in ieder geval. Maar daarom gaat het hier niet. Kort voor de pont de aanlegsteiger bereikt, passeren we een onderzeeboot. Een ongelofelijk gezicht. Daar ligt dat prachtige hyperfunctionele stuk oorlogstuig. Een onverbiddelijke aanblik. Wat doet dat schip daar?

Een jaar of vijf geleden, toen ik voor het eerst deze reis maakte, heb ik het ontdekt. Ik wilde er meer van weten, belde de gemeente en kreeg een vriendelijke mevrouw aan de telefoon die, helaas helaas, niet mocht vertellen wie de eigenaar was. Maar hij werd vertegenwoordigd door een advocatenkantoor. Ze gaf me de naam en het nummer, ik belde en kreeg nadat ik de mevrouw aan de telefoon uitvoerig had uitgelegd wat mijn bedoeling was – ze begreep het niet helemaal – de jurist. Aha, zei hij. De duikboot! Nee waarde heer, daar kan ik je niets over vertellen. Zo’n modern heerschap dat je meteen begint te tutoyeren. Ik kreeg er genoeg van, schreef er een stukje over en dat was dat.

Maar ik had mijn nieuwsgierigheid onderschat. Een jaar later ben ik opnieuw naar de NDSM vertrokken. De onderzeeboot lag er nog, zag er gaaf uit. Op de boeg stond een rode sikkel en hamer, op de commandotoren het nummer 4711. Weer belde ik een paar instanties. Het schip is gebouwd in Riga, in 1956 voltooid. Niemand kon me iets vertellen over de staat van dienst tijdens de Koude Oorlog, maar in 1989 was het in Den Helder, de marinehaven Nieuwediep terechtgekomen. Het was de bedoeling er een attractie van te maken. Zo gaat het vaker met grote restanten uit voorbije oorlogen. Ze worden tot historische attracties. De vesting Hoek van Holland, het fort Rijnauwen, loopgraven in Noord-Frankrijk. Die oorlogen zijn niet voor niets gevochten. Maar met de 4711 wilde het in Den Helder niet lukken. Het prachtstuk werd versleept naar de NDSM. De eigenaren wilden er een partyschip van maken. Ook dat is mislukt. Geen wonder. Probeer eens in een onderzeeboot een vrolijk feestje te houden. Iedereen stoot zijn hoofd.

Bij mijn volgende nasporingen in 2009 had ik geluk. Op 3 maart van dat jaar verscheen in Het Parool een uitvoerig artikel van Alwin Kuiken. Hij had ontdekt dat de 4711 in Turkse handen was overgegaan. Ze wilden het schip als oud ijzer verkopen, maar dat was nog niet gelukt want, voorzover ik het heb begrepen, waren ze de oude eigenaar nog geld schuldig, en zolang de laatste cent niet was betaald, kon er van sloop niets komen. Opnieuw was de 4711 door het toeval gered.

Afgelopen zondag ben ik weer eens gaan kijken hoe de 4711 het maakt. Het viel niet mee. Het schip ligt nog op dezelfde plaats, maar voor de rest was het alsof ik na jaren weer eens een oude vriend zag die intussen door kwalen en ouderdom was geteisterd. Vier jaar geleden zat de romp nog goed in de verf. Nu duidelijk door roest aangetast. Langs de waterlijn een groene streep van algen. Het rood van de sikkel en hamer was vervaagd; het eens roemruchte teken nauwelijks te herkennen. (Maar wat maakt het uit, dacht ik. Er is al een generatie volwassen geworden die er geen benul meer van heeft). En verder hadden moderne jongeren de romp met graffiti versierd. De 4711 is na 57 jaar tot een verloren zaak geworden.

Tenzij. Van tijd tot tijd lees ik dat ondanks de crisis er weer een stuk of wat miljonairs zijn bijgekomen. Nederland staat wat dit aangaat ergens in de top-zoveel. Wat doen die mensen met hun geld? Raceboten kopen? Nog grotere villa’s? Organiseer een collecte onder de miljonairs, koop van de opbrengst de 4711 en laat dit prachtstuk perfect restaureren. Zo leef je voort.