Radioflits komt van neutronenster met overgewicht

De radiotelescoop bij Parkes (Australië) ontdekte in 2007 de eerste radioflits. Foto Diceman West

Ruwweg iedere tien seconden komt er een flits van radiostraling uit het heelal. Deze flitsen komen niet van bekende objecten en zijn al meer dan zes jaar lang een raadsel. De Nederlandse astronoom Heino Falcke (Radboud Universiteit Nijmegen) en zijn Italiaanse collega Luciano Rezolla hebben nu een plausibele verklaring gevonden, die binnenkort in Astronomy & Astrophysics wordt gepubliceerd. Het zou kunnen gaan om te zware neutronensterren die in één klap veranderen in een zwart gat.

De flitsen komen uit willekeurige richtingen, duren hooguit een duizendste seconde en herhalen zich nooit op dezelfde plaats. Ze komen niet van aardse bronnen en zelfs niet uit het melkwegstelsel. Dat kan worden afgeleid uit het feit dat de lagere frequenties van zo’n flits een fractie later arriveren dan de hogere. Dit effect ontstaat in het plasma waar de radiostraling doorheen beweegt en is veel sterker dan bij waarnemingen in het melkwegstelsel wordt gemeten.

De flitsen moeten dus uit andere sterrenstelsels komen, of uit de ruimte tussen die stelsels, misschien wel van vele miljarden lichtjaren ver. Dit impliceert dat zij een gigantische hoeveelheid energie vertegenwoordigen en dan denken astronomen al gauw aan neutronensterren. Dat zijn de centrale overblijfselen van sterren die aan het einde van hun leven zijn geëxplodeerd. Neutronensterren zijn slechts zo’n 15 kilometer groot, maar zwaarder dan de zon. Hun gewicht heeft echter een bovengrens, want als een neutronenster tijdens zijn ontstaan zwaarder dan twee zonsmassa’s dreigt te worden, stort hij verder in tot een nog kleiner zwart gat.

Falcke en Rezolla berekenden dat sommige neutronensterren tijdens hun ontstaan zo’n snelle aswenteling kunnen krijgen dat ze deze fatale instorting kunnen uitstellen. Hun ‘overgewicht’ wordt dan door hun snelle aswenteling gecompenseerd. Maar als die aswenteling na een paar miljoen jaar als gevolg van energieverliezen is vertraagd, zal de neutronenster in een fractie van een seconde alsnog instorten tot een zwart gat. Daarbij ontstaat een magnetische schokgolf die met bijna de lichtsnelheid expandeert en een flits van radiostraling produceert.

De astronomen hebben berekend dat slechts een paar procent van alle neutronensterren in het heelal supramassief of obees hoeven te zijn om het waargenomen aantal blitzars – naar het Duitse woord voor ‘flits’ – te kunnen verklaren.