Oudste koloniale fort in binnenland VS ontdekt

Gracht en hoekbastion van het Spaanse fort San Juan. Foto UNiversity of Michigan

Drie Amerikaanse archeologen meldden deze week dat zij in de Appalachen de resten hebben gevonden van een Spaans fort. Het gaat om de oudste Europese nederzetting in het binnenland van de huidige Verenigde Staten.

Het fort is gebouwd in 1567 door leden van een Spaanse militaire expeditie, vlakbij een indiaans dorp, in wat nu North Carolina is. Pas negentien jaar later, in 1586, zou Richard Grenville een eerste Brits bruggenhoofd vestigen op Roanoke Island, ook in het huidige North Carolina. Dat werd al snel ontruimd onder druk van vijandige indianen. Pas in 1607 begon in Jamestown, Virginia, de definitieve Britse kolonisering van Noord-Amerika.

De onderzoekers, David Moore (Warren Wilson College, Ashley), Chris Rodning (Tulane University) en Robin Beck (University of Michigan), wisten uit een 16de-eeuwse Spaanse bron, die pas in de jaren tachtig van de vorige eeuw is opgedoken, dat er in deze streken een ‘Fort San Juan’ moet zijn geweest. Het naburige indiaanse dorp staat ruwweg aangegeven op een Spaanse kaart uit 1584 en heet daar Xuala.

De afgelopen jaren zijn er in die streek sporen gevonden van bewoning door Spanjaarden, zoals majolica aardewerk, een soldatenhelm en een ijzeren haak waarmee een sabel aan een koppelriem werd bevestigd. De onderzoekers concentreerden zich vervolgens op een terrein van 15 hectare, in de buurt van het stadje Morganton.

Dit jaar zijn met behulp van grondradar, vlakbij de overblijfselen van een indiaans heuveldorp, een gracht, de resten van een houten palissade en soldatenverblijven gevonden. Intussen is de hele plattegrond van het fort blootgelegd.

Het fort is opgetrokken aan de voet van de Appalachen door de Spaanse kapitein Juan Pardo, die in 1566 opdracht kreeg het zuidoosten van Noord-Amerika op te eisen voor de koning, de indiaanse bevolking te onderwerpen en te kerstenen en te zoeken naar goud. Goud hebben de Spanjaarden er nooit gevonden, al was het er wel. Rond het jaar 1800 zou North Carolina de eerste Amerikaanse gold rush beleven.

Na een half jaar trok Pardo verder westwaarts, naar het huidige Tennessee. In San Juan liet hij een klein garnizoen achter. In mei 1568 vernam de bezetting van Santa Elena, een Spaanse versterking aan de kust (het huidige Parris Island), dat het garnizoen van San Juan was uitgemoord door indianen.

Onderzoek aan de resten van het fort heeft uitgewezen dat de gebouwen en de palissade in één keer moeten zijn verbrand. ‘Aanvankelijk’, vertelde Robin Beck aan CNN, ‘bedreef het garnizoen ruilhandel met de bewoners van het indiaanse dorp. Maar toen de Spanjaarden door hun ruilgoederen heen waren, begonnen ze voedsel te eisen van hun buren.’

Juan de la Bandera, de schrijver van Pardo, maakte bovendien al melding van ‘indiscreties’ jegens indiaanse vrouwen. Na achttien maanden vonden de indianen het kennelijk welletjes. Zij brandden het fort plat en doodden het hele garnizoen.

Als de Spanjaarden wél goud hadden gevonden, net als in Mexico en Peru, hadden zij misschien veel meer energie en mankracht besteed aan de kolonisering van zuidoostelijk Noord-Amerika. Maar na 1568 gaven ze die pogingen op en trokken zij zich terug op Florida. Daarmee hadden de Engelsen, die enkele decennia later aan de oostkust arriveerden, de vrije hand.