Ondermijn het moderne kapitalisme: slaap!

Een doelmatiger en rijker leven, dat is de gedachte achter lifehacking. Een mooi streven, maar we moeten niet sleutelen aan slaap om meer te werken, stelt Evgeny Morozov.

Illustratie Shutterstock

Van alle modewoorden die Silicon Valley de wereld heeft geschonken, klinkt lifehacking altijd het meest emanciperend. Toen technologiejournalist Danny O’Brien de term in 2004 had bedacht, behoorde deze al snel tot de ‘tech-speak’. In 2011 werd lifehack – omschreven als ‘een strategie of techniek tot een doeltreffender beheer van iemands tijd en dagelijkse bezigheden’ – zelfs opgenomen in de Oxford Dictionaries Online, een eerste stap naar algemene erkenning.

De oorspronkelijke gedachte achter lifehacking was intrigerend. Waarom geen gebruik gemaakt van de techniek om doelmatiger te werk te gaan en meer tijd voor onszelf hebben? Een werkweek van 4 uur, de bestseller van Timothy Ferriss uit 2007, voerde deze logica tot het uiterste door (‘Leid een rijk leven zonder veel te doen’, belooft de ondertitel) en Ferriss werd de held van veel werknemers overal ter wereld. ‘Bob’, de programmeur die laatst met veel internationale ophef zijn goedbetaalde baan verloor omdat hij tal van zijn taken aan China had uitbesteed, is een lifehacker in optima forma! ‘Bob’ wilde meer tijd voor zijn geliefde kattenfilmpjes.

In de praktijk ligt dit alles uiteraard ingewikkelder. Lifehacking werd een branche, met eigen blogs en handboeken, en dus zit een flinke hap van de vrijgekomen tijd inmiddels in de reparatie, upgrading of vervanging van de hulpmiddelen en programma’s die lifehacking nu juist mogelijk maken.

Twee nieuwe boeken bieden een merkwaardige, zij het indirecte blik op lifehacking. In Autopilot behandelt Andrew Smart recent onderzoek in de neurowetenschap (met name de wonderlijke ontdekking dat onze hersenen in rust heel wat werk lijken te doen dat tot dusver niet was ontdekt) en betoogt aan de hand daarvan dat tijd die we aan nietsdoen besteden – waarin we letterlijk stil zitten te dagdromen – volstrekt noodzakelijk is als we ten volle onze geestvermogens willen ontwikkelen en op nieuwe, oorspronkelijke inzichten willen stuiten.

Om te vernieuwen, stelt Smart, moeten we leren nietsdoen – in een tijd dat nietsdoen in het bedrijfsleven een doodzonde is. Volgens de logica van Smart is een van de manieren waarop we het moderne kapitalisme kunnen ondermijnen om het ons gewoon zo druk mogelijk te maken: onze creativiteit zal eronder lijden – en we zullen niet veel beter zijn dan een robot, alleen veel minder productief. „Het bedrijfsleven vernietigt onze creativiteit en zelfkennis, ons emotioneel welzijn en ons vermogen sociaal te zijn,” stelt hij, en hij biedt liever „waterdichte wetenschappelijke excuses voor luiheid”.

Lifehacking is te praktisch gericht voor het streven naar nietsdoen van Smart. Een echte lifehacker gebruikt technologie om loze tijd te vermijden en zich aan amusement te wijden. Smart daarentegen verlangt juist meer loze tijd. ‘Doe aan lifehacking’, zegt hij, maar wel zo dat het minder naar wetenschappelijke bedrijfsvoering à la Taylor en meer naar boeddhistische meditatie riekt.

Nog iemand die zich verdiept in de ‘24/7’-levensstijl is Jonathan Crary, een vooraanstaand kunsthistoricus aan Columbia University, van wie net een boek is verschenen met de titel… 24/7. Crary ziet de slaap als een van de weinige overgebleven terreinen om weerstand te bieden aan de algehele inlijving door de dreigende krachten van die gezichtsloze hersenschim: het neoliberalisme. „Het enorme deel van ons leven dat we slapend doorbrengen, bevrijd uit een moeras van voorgewende behoeften, is nog altijd een van de grote menselijke beledigingen voor de vraatzucht van het hedendaagse kapitalisme”, schrijft hij. (Ja, het proza van Crary is soms slaapverwekkend, maar dat is vergeeflijk in een boek over de verdiensten van de slaap!)

24/7 biedt tal van boeiende anekdotes en feitjes. Het Pentagon, dat altijd voorop loopt bij innovatie, geeft miljoenen uit om soldaten voor te brengen die geheel zonder slaap kunnen. We zijn er toch al bijna: volgens Crary slaapt de huidige Noord-Amerikaanse volwassene gemiddeld zo’n zesenhalf uur per nacht, vergeleken bij acht uur een generatie geleden en tien uur een eeuw geleden.

Ja, ook u kan het moderne kapitalisme ondermijnen: door meer te slapen! #Occupythebedroom.

Vreemd genoeg zegt Crary niets over lifehacking – een flagrante omissie, omdat een van de vele onderdelen, sleep hacking, zich richt op gesleutel aan onze slaap. Een gezamenlijk doel van veel sleep hackers is om minder lang in de fase van de zogeheten ‘lichte slaap’ te verkeren en deze te vervangen door hoogwaardige fasen als de ‘diepe slaap’ of ‘REM-slaap’ (de slaap van de rapid eye movement – de snelle oogbeweging).

Tim Ferriss schreef ook The 4-Hour Body, waar hij advies te over biedt om hoogwaardig te slapen, van een koude douche tot een eitje vlak voor we naar bed gaan.

Crary merkt terecht op dat „binnen het neoliberale paradigma slapen iets voor losers is”, maar hij lijkt niet beseffen hoezeer kwantificering en monitoring, vaak in hun meest agressieve, Tayloristische vorm, al tot onze slaapkamer zijn doorgedrongen. Bij mijn voorbereiding op deze column stuitte ik op een blog van een gretige sleep hacker – een van de vele, zo bleek. Het bevatte evenveel grafieken en percentages als een PowerPoint-presentatie van McKinsey. In een beschrijving van een slaapervaring van in totaal 7,27 uur – waarvan 52 procent werd besteed aan lichte slaap, 29 procent aan REM-slaap en 19 procent aan de diepe slaap – spreekt de auteur hier van „ondoelmatige slaap” en beklaagt zich dat deze „veel verspilde tijd bevat”.

Aanvankelijk – zoals bij de meeste vormen van lifehacking – klinkt sleep hacking prachtig: waarom zouden we geen geavanceerde sensors gebruiken om beter te slapen? We ontkennen tenslotte ook niet het gerief van luxe matrassen. Het probleem is – en daarop wijst ook de titel The 4-Hour Body van het boek van Tim Ferriss – dat het zodra we de stelling aanvaarden dat „de kwaliteit van slaap losstaat van de kwantiteit”, verleidelijk is om met behulp van deze kennis te beknibbelen op de slaap als geheel. En zodra de hulpmiddelen en technieken voor sleep hacking goedkoop en voor iedereen toegankelijk zijn, hoe kunnen we dan onze onverantwoordelijke wens om langer in plaats van beter te slapen nog uitleggen – aan onszelf of onze baas?

Misschien tijd voor een lifehacking-revolutie? Wat wij met een variatie op Marx willen, is „‘s ochtends lifehacken – om ’s middags een dutje te doen en na het eten kritieken te schrijven.” Wat we nu voor de kiezen krijgen, „’s ochtends lifehacken – om ’s middags ons dutje over te slaan en na het eten nog te werken”, is niet eerlijk. ‘Ga aan de slag – of ga naar bed’: dat is nog eens een geschikte leuze voor een hedendaagse revolutionaire beweging!

Evgeny Morozov, geboren in Wit-Rusland, is auteur van The Net Delusion: The Dark Side of Internet Freedom en gastdocent aan Stanford University.