Nooit meer mezelf in het diepe gooien

Met een opgeladen batterij gaat Femke Heemskerk bij de WK in Barcelona op jacht naar haar eerste gouden medaille op een individueel nummer. „Ik ben weer een echte zwemster. Dat hoort ook bij mij.”

Foto Andreas Terlaak

Het heeft even geduurd, in de nasleep van het „heljaar 2012”. Maar Femke Heemskerk durft het volmondig te zeggen: „Ik ben nu weer een blij meisje.”

De boulevards, de stranden en de oude haven van Marseille, waar ze zich twee jaar lang voorbereidde op de Olympische Spelen van Londen, zijn ingeruild voor het riviertje de Tongelreep en een sportschool achter de benzinepomp in Eindhoven, haar nieuwe woonplaats. De zon van Zuid-Frankrijk mist ze in Brabant. Maar: „Ik voel me eindelijk helemaal thuis. Dat gevoel heb ik in Marseille nooit gehad”, zegt ze na een ontspannen krachttraining met collega Ranomi Kromowidjojo en coach Marcel Wouda.

Eind 2010 had Heemskerk die opmerkelijke stap gezet: ze liet de vertrouwde omgeving van het Amsterdamse Sloterparkbad achter zich en vestigde zich aan de Méditerranée, waar ze mocht aansluiten bij de selecte zwemgroep van toptrainer Romain Barnier. „Ik wilde iets nieuws, ik wilde mezelf in het diepe gooien. En ik wilde nog meer leren van zwemmers van wereldklasse.”

Het eerste jaar kende een verbluffend verloop: een aangepaste techniek en nieuwe trainingsvormen brachten haar naar de absolute wereldtop. „Ik was het hele jaar 2011 zó goed, ik zwom op de training iedereen aan gort. Echt niet normaal.”

Tijdens de WK langebaan (50 meter) in Shanghai, een jaar voor de Spelen in Londen, leek ze haar gedurfde overstap in klinkende munt om te zetten. Maar grote haar droom, een medaille op een individueel nummer, spatte volledig uiteen in het Chinese water. Zowel op de 100 als op de 200 meter vrije slag was ze misschien wel de sterkste van het hele veld, maar in beide finales stortte ze in het zicht van de finish ze volledig in. En ze heeft het geweten. „Als er één ding in mijn leven is dat ik nog eens over zou willen doen, dan is dat Shanghai. Dat heeft me heel veel pijn gedaan. Ik had daar twee individuele medailles kunnen halen. Ik had daar de beste vorm die ik tot nu toe heb gehad.”

Het toernooi in Shanghai had grote gevolgen voor haar olympische jaar, inclusief de Spelen van Londen. Heemskerk legde in haar tweede jaar in Marseille zoveel druk op zichzelf dat ze zichzelf langzaam sloopte. „Wat er in Shanghai was gebeurd zou me niet nog een keer overkomen”, zegt ze nu. „Ik ging alles vergelijken met de trainingen van het jaar ervoor. Ik moest steeds net iets harder zwemmen dan het jaar ervoor. Maar toen dat niet lukte kreeg ik steeds meer stress. Het kostte me zoveel energie, ik was alleen maar moe. Ik had er helemaal geen plezier meer in.”

Haar vermoeidheid had waarschijnlijk nog een reden: Heemskerk denkt dat het trainingsprogramma van haar Franse coach Barnier voor Londen niet goed was. „Het is niet toevallig dat de meeste zwemmers uit Marseille niet goed waren in Londen. Ik denk dat hij geen vertrouwen meer had in zijn eigen programma, waardoor hij te veel ging wisselen in zijn trainingsaanpak. Ik geloof niet dat ik overtraind was, maar ik had veel meer gedaan dan het jaar ervoor.”

Heemskerk stond erbij en keek ernaar. Was zich ervan bewust dat ze in de maanden voor Londen niet goed was. „Maar je kan niet vier maanden voor de Spelen iets anders gaan doen. Ik had liever gezien dat iemand was opgestaan die had gezegd: we gaan terug naar de basis. Maar als het een EK was geweest, zou ik niet zijn gegaan. Maar dat doe je niet met de Spelen.”

In Londen kwam ze inderdaad niet eens in de buurt van haar vorm van Shanghai. Ze merkte het al op de eerste avond, toen het fameuze Nederlandse estafettekwartet voor het eerst in vijf jaar werd verslagen, door Australië. „Na die finale had ik vier dagen lang zo’n pijn aan mijn benen, het ging maar niet weg.”

Het betekende bovendien het slotakkoord van de Golden Girls – het einde van een gouden wereldreis die vier jaar had geduurd. Ze raakt geëmotioneerd als ze teruggaat naar die hete avond in Londen. „Ik weet nog heel goed dat we bij de medailleceremonie zaten te wachten. Toen besefte ik al: dit is de laatste keer geweest. Ik heb ze bij elkaar geroepen, het was een heel mooi moment. Ik zei: ik ben heel trots op jullie, ik heb van alle momenten genoten, ook als het minder ging. En ik zei dat we ook hier van moesten genieten, maar dat het gewoon klaar was. Het was heel moeilijk.”

L onden 2012 was de allermoeilijkste race van de ongeëvenaarde zegereeks, die één Europese langebaantitel opleverde, olympisch goud (Beijing, 2008), twee wereldtitels (2009 en 2011) en tal van wereldrecords. „Het was elke keer zó intens. In Melbourne, op de WK van 2007, haalden we onze eerste medaille, toen kwam Beijing. Het was een droom voor mij om met hetzelfde team vier jaar later weer olympisch goud te halen. Dan was de cirkel helemaal rond geweest.”

Behalve de vreugde van het gevoel van onoverwinnelijkheid had de estafette nog een andere functie: Heemskerk, Kromowidjojo, Marleen Veldhuis en Inge Dekker waren bij elk toernooi op voorhand al bijna verzekerd van een medaille. „Het was bijna een soort vangnet. Stel je voor dat ik op de WK van Shanghai ook op de estafette ook niks had gewonnen. Als ik nu aan Shanghai denk voel ik in ieder geval ook heel veel positieve energie van de estafette.”

Na Londen was alle kracht verdwenen. Voor het eerst had Heemskerk totaal geen zin meer in zwemmen. Het maakte haar doodsbang. „Ik heb altijd zin om te trainen, maar het was helemaal weg. Ik dacht: ik ga op reis, ik ga alleen maar doen waar ik zin in heb. Maar tegelijkertijd vond ik het doodeng om het zwemmen los te laten, omdat ik het misschien nooit meer zou oppakken. Ik was echt bang dat ik, als ik wegging, nooit meer zin zou krijgen in zwemmen.”

Z e trok naar Cuba, alleen, en deed in de maanden na Londen alleen nog dingen die ze leuk vond. „Ik heb paard gereden, gedoken, gedanst, gewandeld. Ik heb er heel erg van genoten. Ik moest even helemaal loskomen van het zwemmen.”

Na een maand of drie kwam de topsporter in haar weer boven. Eerst ging ze naar de sportschool, later dook ze weer in het zwembad. In Eindhoven deze keer, bij Marcel Wouda, opvolger van Jacco Verhaeren. En in één trainingsbad met de snelste zwemster op aarde, Kromowidjojo. „Ik leer veel van haar”, zegt Heemskerk. „Van haar start, haar onderwaterfase, haar mentaliteit, haar rust. Wij zijn zó verschillend. Ranomi is heel rustig van binnen. Als mij iets niet lukt kun je dat meteen zien. Bij haar zie je nooit of ze blij is of boos, of gefrustreerd. Ik wil mezelf niet veranderen, maar ik kan er wel wat van meenemen.”

Met Wouda werkte ze een plan uit om haar races beter op te bouwen – haar valkuil in Shanghai. „Ik ben elke training bezig met de verdeling van je krachten. Het klinkt suf, maar dat heb ik eigenlijk nooit zo bewust gedaan als nu. Mijn oude coach Martin Truijens had een mooie spreuk op zijn bureau: The fastest swimmers are the ones who slow down the least. Ranomi is daar heel goed in. Haar race-indeling is altijd hetzelfde. Aan zo’n blauwdruk werk ik nu elke dag. Een soort ideale cakevorm waar je onder alle omstandigheden op terug kan vallen.”

Na een half jaar trainen in Eindhoven is Heemskerk weer waar ze wil zijn: „Ik ben weer een echte zwemster. Dat hoort ook bij mij.” Maar ondanks haar zware olympische jaar heeft ze geen enkele spijt van haar avontuur bij de Cercle des Nageurs de Marseille. „Ik vind het jammer als mensen zeggen dat het niet goed voor mij is geweest. Dan kijk je alleen naar het resultaat. Ik wilde het doen en ik heb het gedaan. Dat getuigt ook van lef. Ik heb heel veel geleerd. Als persoon ben ik heel erg gegroeid. En ik heb heel erg genoten van de omgeving.”

Met een opgeladen batterij doet Heemskerk komende week bij de wereldkampioenschapen in Barcelona een nieuwe poging om haar laatste droom te verwezenlijken. Olympisch goud en zilver, en meerdere wereldtitels heeft ze al, maar altijd in de geborgenheid van de estafetteploeg. „Ik ben ervan overtuigd dat ik een individuele medaille kan halen, anders zou ik er nooit al die energie in steken. Waarschijnlijk komt Barcelona nog te vroeg. Toen ik terugkwam van mijn lange reis bleek uit lactaatmetingen dat ik best wel een flinke jas had uitgedaan, qua fitheid. Eigenlijk ben ik nu, na ruim een half jaar in Eindhoven, pas op het punt dat ik echt weer volledig kan trainen.”