‘Na elf dagen waren we al terug’

Voor het eerst alleen op vakantie. Filosoof en Denker des Vaderlands René Gude (1957) ontdekte, liftend naar Griekenland, dat hij niet van reizen houdt.

„Mijn vader, moeder, broers en ik tijdens het 25-jarig huwelijk van mijn ouders, kort voor die mislukte liftvakantie. De foto is genomen in ons huis in Laren, ik ben de jongen linksonder met strik. De broers voor wie ik dacht te moeten vluchten, miste ik onderweg enorm.”

1976

„Ik hou niet van reizen. Mijn eerste vakantie zonder ouders was daar een fantastisch voorbeeld van. Mijn vriend Jos Willenborg en ik waren klaar met de middelbare school, en we zouden gaan liften naar Griekenland. Ik had er geen voorstelling van, en behalve zoenen met meisjes had ik geen idee wat ik er zou willen doen. Het project leek me van begin af tot mislukken gedoemd: wie nam er nu twee jongens mee, met lang haar?

„Het eerste stuk tot het Ruhrgebied konden we mee met een vrachtwagen van Jos’ vader, hij was eigenaar van een transportbedrijf. Aan het begin van de middag zette de chauffeur ons af op de verzengend hete parkeerplaats van een wegrestaurant bij Wuppertal. Het stond er vol trucks en het rook er naar dieselolie en rubber. We klopten op de cabines van duttende Italiaanse en Oostenrijkse vrachtwagenchauffeurs in de hoop dat we mee mochten. Maar ze snauwden ons weg. Van de langsrazende auto’s wilde er niet één stoppen. We hadden op onze rugzakken een Nederlands vlaggetje geplakt, met het idee dat jongens uit Nederland eerder werden meegenomen dan jongens uit andere landen. Dat bleek niet zo te zijn.

„Toen we ’s avonds nog geen lift hadden, liepen we het bos in dat naast de snelweg lag. Tussen de bomen, schijnbaar in het niets, kwamen we een bloemenwinkel tegen. Op een veldje ernaast sloegen we ons tentje op. De volgende ochtend werden we laat wakker en we zouden nog langer hebben geslapen als er niet naar ons werd geroepen door het raampje van de bloemenwinkel. We bleken op een begraafplaats te staan, de man die riep was de beheerder. Nadat hij ons ongevaarlijk had bevonden, kregen we koffie en brood van hem. Wat had hij dolgraag gedaan wat wij deden! Reizen, vrij de wereld intrekken! Ik vroeg me af waarom.

„Uiteindelijk kwamen we terecht in Kehl, vanwaar we te voet naar Straatsburg gingen, om daar drie dagen op een camping te staan. Om ons heen stonden allemaal tenten met intrigerende jongelui, meisjes vooral, maar we waren te verlegen om contact te leggen. Toen we onze tent afbraken, dat weet ik nog, kwamen uit al die tentjes mensen afscheid van ons nemen. Alsof we drie dagen de grootste lol met elkaar gehad hadden.

„Een jong Nederlands stel in een mooie oude Volvo nam ons mee terug naar Amsterdam, vanwaar we de trein naar huis namen, naar Laren. We zouden zes weken weg blijven, maar na elf dagen waren we weer terug. Ik vond het gênant tegenover mijn ouders, maar de opluchting was groter.

2013

„Nu weet ik: ik ben een kosmopoliet, maar wel een die het liefste thuis blijft. Gedachtenreizen kunnen me niet wild genoeg zijn, maar fysiek reizen zonder te weten waar ik uitkom, is niets voor mij. Gelukkig bevind ik me in goed gezelschap, want Kant is zijn leven lang nooit verder dan honderd kilometer van zijn woonplaats Königsberg vandaan geweest, ook al was hij leraar land- en volkenkunde, en een goede ook. Met zeelieden uit Engeland sprak hij over Londen alsof hij er zelf geweest was en de stad kende als zijn broekzak. Descartes, mijn andere favoriete filosoof, wilde toen hij zijn studie had afgerond gaan reizen en het ‘boek der wereld’ lezen, maar hij is nooit verder gekomen dan Zuid-Duitsland.

„Babs, mijn vrouw, houdt wel van verre horizonten en vreemde kusten en ik ga graag met haar mee omdat ik het fijn vind om met haar dingen te ondernemen, maar dat had ook hier kunnen zijn. Deze zomer gaan we misschien naar vrienden die een vakantiehuis hebben in het Zwarte Woud, waar ik al eerder geweest ben. Of anders huren we een zeilboot en gaan we varen op de Zeeuwse wateren. Zo’n eigen huisje geeft me een vertrouwd gevoel. Ik ben een ontzettende kneuteraar.’