Massamoord als bijproduct

Voor de vakantiekoffer maakt Bernard Hulsman een keuze uit het aanbod van geschiedenisboeken: moord en aandelen.

Rudolf Vrba: Ik ontsnapte uit Auschwitz Omniboek, 447 blz. € 10,-

In 1963 publiceerde de Slowaak Rudolf Vrba (echte naam Walter Rosenberg, 1924-2006) een meeslepend boek over zijn verblijf en ontsnapping uit het concentratiekamp. Het begint met een onheilspellend bezoek van Heinrich Himmler, hoofd van de SS, aan het kamp. Tijdens zijn bezoek stelt Himmler vast dat er veel te weinig mensen worden vergast en dat de capaciteit van de moordfabriek moet worden vergroot.

Vrba was een van de vijf gevangenen die uit Auschwitz wisten te ontsnappen. Na zijn ontsnapping op 7 april 1944 schreef Vrba samen met medevluchteling Alfred Wetzler een rapport voor de Joodse Raad van Slowakije over Auschwitz. Hierin werd voor het eerst de gigantische moordmachine gedetailleerd beschreven.

Vrba en Wetzler schreven hun rapport vooral om de 400.000 Hongaarse Joden te waarschuwen die vanaf april 1944 op transport naar Auschwitz zouden worden gesteld. Maar om een of andere reden hielden de leiders van de Hongaarse Joden het rapport lange tijd achter en werden de meeste de Hongaarse Joden, onwetend van hun lot, afgevoerd naar Auschwitz.

David van Reybrouck: Congo. Een geschiedenis De Bezige Bij, 680 blz. € 19,90

De Vlaamse cultuurhistoricus David van Reybrouck wijdt opvallend weinig bladzijden aan de ongekende slachting die in de jaren rondom 1900 plaatsvond in Vrijstaat Congo, de privé kolonie van de Belgische koning Leopold II.

Een schatting van het aantal slachtoffers dat het terreurregime van Leopold II valt onmogelijk te maken, schrijft hij. Andere historici deden dat wel. Zo schat Philipp Blom in De duizelingwekkende jaren uit 2009 dat tien miljoen inwoners van de Congo Vrijstaat de dood zijn ingejaagd.

Van Reybrouck noemt de massamoord in Congo ook nadrukkelijk geen genocide. Want anders dan bij de Holocaust ging het niet om een geplande massamoord. De vergelijking met de Stalinistische massamoord in de Sovjet-Unie, die ook terreur als eerste doel had, maakt hij evenmin. Een slachting op ongelooflijke schaal die niet bedoeld was, massamoord als collateral damage, is zijn opmerkelijk milde omschrijving van een van de grootste massamoorden uit de geschiedenis.

Geert Mak en René van Stipriaan: Ooggetuigen van de wereldgeschiedenis Bert Bakker, 332 blz. €12,50

Massaslachtingen zijn ook hier ruim voorradig, van een bloedbad in een Romeins amfitheater tot de aanslag op de Twin Towers op 11 september 2001. Het aangrijpendste ooggetuigenverslag is van een anonieme Joodse vader die zijn dochtertje bij een razzia in het getto van Lodz op 8 september 1942 achterlaat op een binnenplaats en zelf vlucht. Hij wordt verteerd door schuldgevoelens en hoopt dat God hem zal straffen voor zijn lafheid.

In deze herdruk hebben de auteurs twee ooggetuigenverslagen uit recente jaren toegevoegd. Een hiervan gaat over drie topmannen van de bank Lehman Brothers die hun collega’s in mei 2007 waarschuwden tegen de handel in rommelhypotheken. Vijf maanden later viel de bank om en begon de financiële crisis.

Lodewijk Petram: De bakermat van de beurs Hoe in zeventiende-eeuws Amsterdam de moderne aandelenhandel ontstond. Atlas, 256 blz. €15,-

Op een levendige manier, met veel verhalen over weifelende, bedriegende, klagende en resolute Amsterdamse handelaren, laat Petram lezen hoe met de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in 1602 in Amsterdam de eerste aandelenbeurs ter wereld begon. Voor het eerst in de geschiedenis kon een aandeel op elk gewenst moment voor ongeveer de marktprijs worden verkocht.

Ook in het 17de-eeuwse Amsterdam leidde de handel in aandelen al gauw tot complexe derivaten. En net als omstreeks 2000 namen handelaren ook toen steeds grotere risico’s naarmate het langer goed ging op de beurs. Met altijd een crash als onvermijdelijk einde.