Maak je lichaam slim

De smartphone is nog maar het begin. We hangen onszelf vol met ‘smart’ elektronica om op de hoogte te blijven van de buitenwereld en onszelf te perfectioneren. De Brave New Man creëert zijn eigen draagbare netwerk – met losse handen.

Illustratie Fokke Gerritsma

Ruim tien keer per uur. Zo vaak grijpt de Nederlander naar zijn telefoon, om te kijken of er nog ‘iets nieuws’ gebeurd is. In de trein, bij een vergadering of tijdens een etentje – sociaal gezien is de smartphone eerder een vloek dan een zegen. Maar er komt een nieuwe generatie gadgets aan waarmee je op de hoogte kunt blijven zonder de telefoon uit je broekzak te vissen.

De bekendste is Google Glass, een projectorbril als verlengstuk van je telefoon. Glass toont binnengekomen mails, chatberichten en statusupdates van sociale netwerken. De mededelingen verschijnen in de rechterbovenhoek, op een miniatuur projectiescherm dat verwerkt zit in een brilmontuur van 40 gram.

Als dat nog niet futuristisch genoeg is, maak je met een simpele spraakopdracht ‘Ok Glass, take a picture’ ongemerkt een foto of video. Of stel je hardop een vraag aan Googles zoekmachine, die het antwoord vervolgens in hapklare brokken serveert. De flitsende video’s die Google verspreidde droegen bij aan de hype.

Google heeft de eerste testbrillen dit jaar verspreid – een paar duizend Amerikaanse gelukkigen betaalden er grif 1.500 dollar voor – maar het zal nog minstens tot volgend jaar duren voordat de computerbril op de markt komt. Als ie er al komt, want er zijn veel vragen over de manier waarop Glass de persoonlijke privacy kan schaden.

De smartwatch is concreter. Stijlvoller ook. Elektronicafabrikanten werken aan slimme horloges die via bluetooth in verbinding staan met de telefoon. Elk nieuw bericht is te lezen op je horloge, dat bij wijze van afstandsbediening ook de muziek kan besturen of een gesprek aanneemt. Een steelse blik op je pols is minder storend dan de telefoon grijpen, de beveiligingscode intoetsen en vervolgens uitgebreid gaan lezen.

Terwijl Google Glass een hoog nerdgehalte heeft – de interactieve bril is zeker geen onopvallende verschijning – lijkt de smartwatch de gadgetmarkt te gaan bepalen. Apple heeft iWatch in de maak, naar verwachting al dit najaar in de winkels, Microsoft en Samsung werken aan iets soortgelijks. Sony komt in september met de tweede generatie smartwatches voor Android-telefoons en het Italiaanse I’m Watch verkoopt al een gelikt horloge voor de iPhone, à 349 euro.

Het beste bewijs van de commerciële potentie van het slimme horloge is de Pebble (150 dollar), die werd ontwikkeld met publieke steun van crowdfundingsite Kickstarter. De Pebble-ontwikkelaars braken alle records op Kickstarter: ze haalden meer dan 10 miljoen dollar op van 68.000 consumenten die bij voorbaat zo’n horloge willen hebben. Inmiddels zijn er meer dan 275.000 Pebbles besteld. Eric Migicovsky, de Canadese oprichter, kreeg het idee voor de Pebble toen hij tijdens zijn studie in Nederland al fietsend zijn sms’jes wilde lezen. „Maar wel met twee handen aan het stuur.”

Het slimme horloge en de slimme bril maken onderdeel uit van de wearable tech–mode, draagbare gadgets. In 2018 worden er naar schatting jaarlijks 485 miljoen van die apparaten verkocht. Sporters en fitnessliefhebbers hangen zich nu al vol met apparaatjes die hun lichamelijke prestaties vastleggen: hartmeters en thermometers, stappentellers, biomodules die ademhaling en zuurstofopname controleren of de Sensoria ‘smartsock’ die het calorieverbruik gedurende de dag meet.

Ook een sportmerk als Nike stort zich op wearable tech, net als Philips dat al in 2009 de DirectLife sensor maakte. Dat is een ‘activiteitenmonitor’ waarmee je met collega’s op kantoor de strijd tegen overgewicht aangaat. De gegevensstroom wordt verzameld in apps als RunKeeper, Nike+ of Mapmyfitness en gedeeld in sociale netwerken. Daar houd je je vorderingen voor het oog van de wereld bij: iedereen mag weten hoe sportief je bent.

In het spoor van de fitnessfreaks groeit een beweging die zich bezighoudt met quantified self; mensen die technologie gebruiken om zoveel mogelijk data van het eigen lichaam te verzamelen. Zo hopen ze gezonder te worden, productiever te zijn of domweg meer grip op het aardse bestaan te krijgen.

De Britse wiskundige Stephen Wolfram houdt bijvoorbeeld al sinds 2002 bij hoeveel toetsaanslagen hij per dag maakt. Ook telde hij zijn telefoongesprekken en de honderdduizenden mails hij verstuurde sinds 1989 en vertaalde dat in kleurrijke grafieken. Wolframs persoonlijke analysesoftware toont overeenkomsten met dat andere modewoord in de IT-sector: big data, patronen zoeken in grote hoeveelheden gegevens.

Dankzij the internet of things, al die draadloze sensoren die ons leven vastleggen, kan ieder mens een persoonlijk netwerk creëren en zijn eigen big data analyseren. Andere termen voor deze vorm van datafetisjisme: lifeloggers, bodyhackers of zelfs transhumanisten; de stroming die technologie beschouwt als de redding van de mensheid.

Een bekende pleitbezorger is Ray Kurzweil, een uitvinder annex futuroloog in dienst van Google. Kurzweil denkt dat computers die toegang hebben tot alle denkbare gegevens de beperkingen van de menselijke geest zullen overtreffen. In het jaar 2045, verwacht hij, heeft niet-biologische intelligentie de biologische intelligentie ingehaald. Het beroemde punt van singulariteit.

Kurzweils obsessie voor de manipulatie van het menselijk lichaam is terug te voeren op zijn ziekte; hij was diabetespatiënt en bedacht zelf een kuur die hem van zwaar medicijngebruik verloste. Kurzweil hoopt – nee, hij weet het zeker – dat computers uiteindelijk in staat zullen zijn om de mens van alle defecten te ontdoen. Inclusief overlijden. Vandaar dat hij zich wil laten invriezen na zijn dood.

De medische wereld heeft grote interesse voor de wearable tech-gadgets. Door de snel groeiende wereldbevolking en de vergrijzing in westerse landen is het onmogelijk om de medische zorg op peil te houden met louter menselijke kracht. Artsen en ziekenhuizen krijgen hulp van elektronica; patiënten moeten zichzelf gaan controleren met een nieuwe generatie apparaten.

Er zijn al veel van dat soort producten op de markt. Zo maakt het bedrijf iHealth zuurstofmeters, glucosemeters en bloeddrukmeters die samenwerken met een iPhone-app. Maar er zijn ook valsensoren met alarmknop, ideaal voor hoogbejaarden die zelfstandig willen blijven wonen.

Grote multinationals, zoals Philips, Intel, Samsung en GE, storten zich op elektronische gezondheidszorg of e-health: een markt die volgens schattingen in 2018 160 miljard dollar omzet oplevert. De markt voor m-health, mobiele gadgets met een medische toepassing, bedraagt dan naar schatting 23 miljard. Telecombedrijven rekenen eveneens op extra omzet omdat al die apparaten ook moeten communiceren via hun datanetwerken.

In naam der vooruitgang lijken de mogelijkheden van wearable tech onbegrensd, maar de maatschappelijke gevolgen zijn minder eenvoudig te duiden. Hoe gaan we straks om met de persoonlijke gegevens die mensen van zichzelf verzamelen?

De privacybeschermers maken zich zorgen. Zullen verzekeringsmaatschappijen verplicht stellen dat je je activiteitenpatroon deelt of geven ze korting op de premie als de hartslagmeter aangeeft dat je een gezond leven leidt en het vetpercentage volgens je interactieve weegschaal binnen de normen past? Wordt straks je rijbewijs ingetrokken als uit de sensoren van de auto blijkt dat je drie keer achter het stuur in slaap dommelde? En staat de ambulance al klaar omdat uit je dossier blijkt dat je op het punt staat een hartaanval te krijgen?

Toen Leonardo da Vinci in 1490 zijn Mens van Vitruvius tekende, legde hij de ideale menselijke verhoudingen vast – door humanisten omhelsd als symbool voor de mens als het middelpunt van het heelal. In de 21ste eeuw creëert de brave new man, vrij naar Aldous Huxleys Brave New World, een wereld waarin technologie en utopie hand in hand gaan. De mens is niet langer middelpunt van het heelal, maar het mikpunt van zijn eigen netwerk van slimme sensoren.