‘Je kunt het nooit goed doen voor de nabestaanden’

Wat moet je met iemand die een ander doodrijdt? In een Haagse rechtszaal liepen de gemoederen deze week hoog op over het antwoord op die vraag.

Anton en Miranda Rog op de plek van het ongeval. Foto’s David van Dam

Vijftien snelheidsovertredingen op zak, een jongetje op de fiets scheppen, daarna doorrijden en toch niet meer dan een taakstraf? Het is afwachten tot wat voor oordeel de rechter volgende week zal komen, maar als dit geen roekeloos rijgedrag is, wat dan wel?

De zaak tegen de Bulgaarse Milen Y. (21) die een jaar geleden de dertienjarige fietser Donnie Rog doodreed, wordt achter gesloten deuren voortgezet. Deze week belaagden familieleden van het slachtoffer de automobilist in de rechtbank Den Haag. Ze vonden de eis van de officier van justitie te laag: 240 uur taakstraf, vier maanden voorwaardelijk en drie jaar rijontzegging.

In de Wegenverkeerswet staat in artikel 6: „Het is een ieder die aan het verkeer deelneemt verboden zich zodanig te gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval plaatsvindt waardoor een ander wordt gedood of waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht.” Overtredingen kunnen worden bestraft met ten hoogste drie jaar gevangenisstraf als iemand bij een ongeval omkomt, of maximaal negen jaar als er roekeloos gereden is. Het vonnis ‘doodslag’ is nog een stap ernstiger, daarvoor moet de rechter ‘voorwaardelijke opzet’ bewezen achten. Dat wil zeggen dat een verdachte niet alleen schuld heeft aan het ongeluk, maar op zijn minst had kunnen vermoeden dat hij op weg was om een ongeluk te veroorzaken door zijn manier van rijden, door de plek waar hij dat deed, of door het gebruik van alcohol. Veroordelingen wegens doodslag – die kunnen leiden tot vijftien jaar celstraf – zijn uitzonderlijk, zegt advocaat Bob Kaarls. Hij stond vorig jaar Lesley W. bij, die met een snelheid van 107 kilometer per uur was afgereden op een Haagse winkelstraat en daar een man had geschept. De man overleed en de hardrijder werd schuldig bevonden aan doodslag, kreeg vier jaar cel en vijf jaar rijontzegging. „Wil de rechter komen tot dat oordeel, dan heeft hij meer nodig dan één enkel aspect van roekeloos rijgedrag, zoals te hard rijden. Mijn cliënt reed meer dan dertig kilometer te hard en hem werd bovendien aangerekend dat hij het gebied goed kende en dus had kunnen weten dat hij mensen in gevaar bracht met zijn snelheid.”

Koos Spee, als onafhankelijk verkeersdeskundige wekelijks te zien in het tv-programma Wegmisbruikers, was jarenlang landelijk verkeersofficier van justitie en naar eigen zeggen de eerste die bij verkeerszaken ‘voorwaardelijke opzet’ gebruikte. Hij illustreert het verschil met twee van zijn zaken: een automobilist die vijf mensen doodreed en tot een voorwaardelijke celstraf werd veroordeeld, en iemand die één slachtoffer maakte en veroordeeld werd tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en tien jaar rijontzegging. „Als die man gedronken had, zei hij, zag hij de wereld voor een doedelzak aan. Toch stapte hij dronken in z’n auto.”

‘Roekeloos’ en ‘opzet’ zijn de doorslaggevende begrippen voor de strafbepaling – alleen kunnen de opvattingen van publiek en juristen daarover nogal uiteenlopen. De Vereniging Verkeersslachtoffers ziet geen verschil tussen het rijgedrag van Lesley W. en dat van Milen Y. en vindt dat dus ook die laatste de cel in moet, zei bestuurslid Rob van de Moosdijk tegenover Omroep West. „De wet staat blijkbaar willekeur toe en dus moet de wet veranderd worden.”

De officier van justitie in de zaak-Donnie heeft geen opzet in de zaak gezien en vond zelfs dat er te weinig aanwijzingen waren voor de kwalificatie ‘roekeloos rijden’, zegt Kaarls. „De getuigenissen over de toedracht waren niet eenduidig. Bovendien reed hij niet twee keer zo hard als toegestaan, maar waarschijnlijk 67 km/u waar 50 is toegestaan.”

Koos Spee neemt nadrukkelijk het woord ‘toeval’ in de mond als het gaat om aanrijdingen. „Iemand rijdt in een 50 km-gebied, het verkeerslicht springt op oranje en de man trapt het gas in. Hij gaat met 70 km/u door rood en blijkt aan de overkant te zijn geflitst: 350 euro boete. Maar als een fietser snel optrekt op dat kruispunt en die komt voor zijn bumper: dood door schuld.” Het strafrecht is gericht op de gevolgen van de daad, zegt Spee, terwijl hij ook het rijgedrag stevig zou willen aanpakken.

Dat is de ambivalentie van de publieke reacties. Iedereen rijdt zelf ook auto. „Mensen denken: ik rij goed, mij zal niks overkomen”, zegt Rob Stomphorst, woordvoerder van Veilig Verkeer Nederland. „We dúrven onze telefoon in de auto op te nemen.” De spectaculaire afname van het aantal verkeersslachtoffers – van 3.000 in 1970 tot 650 vorig jaar – schrijft Stomphorst vooral toe aan technische verbeteringen aan wegen, kruispunten en aan de auto’s en motoren, waarvoor Veilig Verkeer Nederland jarenlang campagne voerde. „Blijft over: de factor mens”, zegt hij.

Aan de andere kant is er de verontwaardiging bij aanrijdingen. Op de site van Omroep West staat de mededeling dat het publiek niet meer op de berichten kan reageren omdat „de discussie geregeld zo hoog oploopt dat onze huisregels worden overtreden”. De toon van de reacties zal niet veel verschillen van die in De Telegraaf: „We pakken die schoft snel!!!” Kaarls maakte het mee toen hij Lesley W. bijstond. „Ik ben per mail bedreigd omdat ik hem verdedigde.”

Aandacht in de media sterkt de familie volgens Spee, en ook het Openbaar Ministerie volgens Kaarls. En hij weet zeker dat ook de rechter „niet ongevoelig is voor de toegenomen gevoeligheid bij het publiek”. Als oud-officier wil Spee zich niet te specifiek uitlaten over de zaak-Donnie. „Maar als je een taakstraf hoort eisen…” Voor de nabestaanden, zegt Spee, kun je het nooit goed doen. Hij is benieuwd of de rechter rekening zal houden met het feit dat de Bulgaar tussen februari en juli vorig jaar, het moment waarop hij Donnie aanreed, al vijftien keer bekeurd was wegens te hard rijden. „Dat betekent dat hij waarschijnlijk zo’n driehonderd keer te hard reed – zo groot is de pakkans in Nederland niet.”