In meditaties spreek ik met haar

In de rubriek ‘Het nabestaan’ praten mensen over verlies, rouw en hoe het leven verder gaat.Daaronder staat een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Roos bij een boeddhistische tempel in Frankrijk, op vakantie in 2007.

„Sinds drie jaar woont ze niet meer in ons huis. Negen jaar, van haar vijfde tot haar veertiende, hebben we geprobeerd haar hersentumoren de baas te blijven. Ik spreek haar nog elke dag.

„Roos is onze leraar. Zij had zo’n onbegrensd positieve levenskracht, zo’n krachtige vrolijkheid, zo’n ingeboren wijsheid.

„Ook daagde ze ons uit. Ze was compromisloos, ze dwong ons het allerbeste van onszelf te geven. En niet alleen mij, haar moeder en haar twee zussen, ook de vele artsen en verplegers die haar hebben behandeld en verpleegd, liet ze over zichzelf heen springen.

„Een humeurige oncoloog wond ze om haar vinger, met allerlei trucjes, zoals verkleinwoordjes: ‘Dag doktertje.’ Zijn gespannen gezicht veranderde op slag in een stralende lach.

„Maar engelachtig was ze zeker niet. Een leraar op school zei een keer: ‘In mijn hele loopbaan heb ik nooit zoveel moeite hoeven doen om een leerling voor me te winnen als bij Roos.’ Ze kon heel dwars, heel lastig, heel bozig zijn. Als ze iets niet wilde, kon je praten als Brugman maar ze bleef weerstand bieden tot het uiterste. Later kon ze dan wel weer zeggen dat ze daar spijt van had. Ook daarin gaf zij dan blijk van haar wijsheid.

„Je kind laten gaan, is een zware beproeving. In de eerste maanden na haar uitvaart schoten mijn gevoelens alle kanten op. Ik heb veel gehuild. Ik miste haar directe aanwezigheid. Tegelijk was ik blij dat ze, direct na haar overgang, zo goed werd opgevangen en dat haar heling kon beginnen. Zelf was ik uitgeput, na al die jaren van zorg voor en zorgen om Roos.

„Mijn grote geluk is dat ik in mijn leven een spirituele weg kan afleggen. Ik mag uit diepe bronnen putten, zoals de Christus om zijn onvoorwaardelijke liefde, de Boeddha om zijn diepe stilte en onthechting, de antroposofie van Rudolf Steiner, en uit bronboeken als de I Tjing, de Tao Te Tjing, de Bhagavad Gita, de Upanishaden. Voor mij zijn het stuk voor stuk bronnen van wijsheid, levenslessen, verlichtende visies.

„Roos is niet dood, in mijn beleving. Ieder mens bestaat voor mij uit verschillende delen: het stoffelijke lichaam dat je kunt beetpakken, het levenslichaam dat ademt en beweegt, de ziel die denkt en voelt en tot slot ‘het ik’ dat onderdeel is van de geestelijke wereld.

„Met de geestelijke Roos heb ik nog dagelijks contact. In meditaties ben ik in gesprek met haar. Toen ze net was overgegaan, duurden die gesprekken vaak wel één tot twee uur per dag. De laatste tijd spreek ik haar dagelijks een kwartier tot een half uur, zo ongeveer.

„Ik mediteer hier gewoon in de huiskamer, op de bank, met gesloten ogen. Ik heb er weinig anders voor nodig dan stilte om me heen en rust in mijn hoofd. Het lawaai in mezelf loslaten – dat is de voornaamste voorwaarde om in contact te kunnen komen met de andere kant. ’s Ochtends vroeg of ’s avonds laat lukt me dat nog het beste.

„Het gesprek met Roos verloopt niet anders dan toen ze hier fysiek nog bij ons was. Het enige verschil is dat het veel meer geestelijke inspanning vergt om contact te maken, om die stille ruimte te bereiken waarin ik mijn vragen aan haar kan stellen en haar antwoorden kan ontvangen.

„Hoe gaat het met je? Waar ben je? Wie zijn er bij je? Dergelijke vragen stel ik haar. Dan antwoordt ze dat ze in het Huis van Heling is, waar al haar beschadigingen, pijn en verdriet worden geheeld.

„Engelen van heling omringen haar. Ook verkeert ze in het gezelschap van enkele familieleden die eerder zijn overgegaan. Onder hen is mijn vader, die al voor mijn geboorte was overleden en aan wie ik dus geen directe herinnering heb.

„Roos geeft terug dat we verdriet om haar mogen hebben, maar ook dat het goed is om haar vrij te laten. Voor mij was dat aanvankelijk een worsteling. Want ik wilde haar graag vrijlaten en haar verdere gang niet in de weg staan, maar ik miste haar ook heel sterk.

„Ik heb mijn woede, mijn opstandigheid moeten afleggen. Ik zette mezelf vast in de opvatting dat er een vreselijke fout zat in het bouwplan van de wereld: dat jonge kinderen deze aarde al moesten verlaten, na jaren en jaren van ernstige ziekte en strijd – de diepere betekenis daarvan kon ik niet doorgronden.

„Die opstandigheid heeft zich inmiddels getransformeerd tot aanvaarding. Nu zie ik Roos als een leraar, die veertien jaar bij ons heeft gewoond en die ons heeft voor-geleefd hoe je met tegenslagen kunt omgaan en hoe je onvoorwaardelijk trouw kunt blijven aan jezelf en aan iedereen die je lief hebt.”

Tekst

Reacties: via nrc.nl/hetnabestaanTwitter: #nrc #hetnabestaan

Advait van Hulzen schreef een‘requiem’ over zijn dochter Roos, Die mij werd weggenomen is mij nu zo nabij. Meer hierover is te lezen op www.advaitvanhulzen.nl