‘Ik zorg dat ik niet de wijkagent ben op de fietsvakantie’

Erik Rottink (51) en Jeanet Emmens (45) gaan met hun drie kinderen op fietsvakantie in Frankrijk. „Ik kan niet de hele dag aan een zwembad zitten.”

‘Een groepsreis met 20 kinderen’

Erik: „Fietsen is de mooiste vorm van vakantievieren. Als je wandelt leg je veel kortere afstanden af, en in de auto moet je doorrijden tot een parkeerplaats als je iets moois ziet. Op de fiets knijp je in de rem en stap je af.”

Jeanet: „We zijn buitenmensen, wandelen en fietsen graag.”

Erik: „Dit jaar gaan we met z’n vijven twee weken op een georganiseerde fietsvakantie in Frankrijk. Je fietst van camping naar camping, elke dag ongeveer 35 kilometer. Met de kinderen doe je daar de hele dag over. Matthijs is vijf, na tien kilometer is hij wel moe, dan kan zijn fiets aan de mijne worden gekoppeld. Slapen doen we in een trekkerstentje.”

Jeanet: „Het is een groepsreis, we zijn met zo’n 20 volwassenen en 20 kinderen. Het is voor de kinderen leuk, hun vriendjes verhuizen mee. Maar in de praktijk fiets je toch vooral met je eigen gezin, want anders moet je continu op elkaar wachten. Dan valt er weer iemand van de fiets, of moeten de kinderen plassen.”

‘Al 20 jaar fietsen’

Erik: „Ik ben politieagent. Het leuke daarvan is dat het werk afwisselend is. Je weet ’s ochtends niet wat je gaat doen. Dat is ook leuk aan fietsen. Ik ga denk ik al wel 20 jaar meega met georganiseerde fietstours, soms twee keer in het jaar.”

Jeanet: „Sinds we elkaar kennen, ga ik vaak mee. Twee jaar geleden zijn we ook al op gezinsvakantie geweest, toen ging Matthijs in de fietsaanhanger.”

Erik: „Ik ging vroeger met mijn ouders kamperen in een tent, dat houd ik geen halve dag vol, dan verveel ik me. Dan weet je precies waar het strand is. Voor de kinderen is het fietsen ook een avontuur, je weet nooit waar je terechtkomt. Bij een terrasje of een leuk riviertje waar we met z’n allen doorheen spatten.”

Jeanet: „Met de jongetjes is het soms wel oppassen. We zijn bijvoorbeeld een keer naar een kristallenmuseum gegaan. Dat was vechten om ervoor te zorgen dat ze van die kleine en glinsterende dingetjes afbleven.”

Erik: „Een berg opfietsen vinden de kinderen leuk, dat vinden ze een uitdaging. Dan kunnen ze een wedstrijdje doen.”

‘Corveediensten draaien’

Erik: „Vanuit de organisatie gaat een kok mee, iemand die de kinderen vermaakt op de camping, een man die alle routes uitstippelt, en een vrachtwagen voor de bagage.”

Jeanet: „Je hoeft niks zelf te plannen, dus hebt ook zelf echt vakantie. Je moet af en toe wel corvee draaien. ’s Avonds help je met groenten snijden en tafeldekken, maar dat is onder het genot van een glas wijn.”

Erik: „Een keer hebben we een heel goede kok gehad. Dat was bijna restauranteten, echt te chic voor kinderen. Die willen simpele pasta of rijst, hij gebruikte meer kruiden.

„De kinderen hebben geen corveedienst, maar helpen wel graag mee. Thuis hoeven de jongens nog niet mee te helpen in het huishouden, Hannah wel.”

Jeanet: „We hebben thuis geen strikte taakverdeling. Erik werkt onregelmatige diensten en is best vaak in de weekenden aan het werk, dan is er weinig tijd dat je samen thuis bent. Dan is het aan jezelf wat je oppakt in huis.”

‘Hij moet altijd wat doen’

Erik: „Ik vind het wel lachen als we de verkeerde kant op fietsen. Maar de route is meestal heel simpel, helemaal uitgestippeld, met precies de straatweg en het aantal kilometers. Als het een mooie omgeving is, pak ik de mountainbike en knal ik een berg op. Ik kan niet de hele dag in een zwembad zitten.”

Jeanet: „Ik kan veel makkelijker relaxen, Erik moet altijd wat doen.”

Erik: „Terwijl ik wel het idee heb dat ik best niks kan doen. Maar als ik begin, ook met opruimen, dan ga ik door tot het af is.”

Jeanet: „Af en toe moet hij van mij wel meedoen met zwemmen.”

Erik: „We zijn harmonieus ingesteld. Als de een zich ergens aan stoort, dan moet die dat zélf oplossen.”

Jeanet: „Ik ben meer een ochtendmens, hij avondmens. Als hij dan ’s avonds nog wat wil doen, dan gaat hij dat lekker alleen doen.”

Erik: „Op zo’n groepsreis merk je soms binnen gezinnen toch wat irritaties. Ik zorg ervoor dat ik niet de wijkagent ben op de fietsvakantie, ze moeten het zelf oplossen. Alleen als ik er zelf last van heb, dan zeg ik er wat van.”

Jeanet: „Maar echte ruzie komt niet veel voor. De mensen die voor dit type vakantie kiezen, zijn toch vaak rustig, natuurliefhebbers. Net als wij.”

In Zomer Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé deze zomer combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl.