‘Ik moet wel door de vragen heen glanzen’

Wilfried de Jong presenteert dit jaar Zomergasten. Hij doet er alles aan om zijn gasten te laten gloriëren. „Ik ben de laatste die ongevoelig is voor kritiek.”

Wilfried de Jong: ‘Het is goed om af en toe de controle te verliezen.’ Foto Robin Utrecht

‘In New York zat ik op de fiets. Ik reed langs een man. Hij droeg een T-shirt waarop stond gedrukt: My Name Is...Daaronder had hij ingevuld: Trouble. Een mooi beeld. Toen ben ik erover gaan fantaseren: dat die man een zwerver is met een fiets, beplakt met stickers. En dat hij zijn dochter, die hem niet meer wil zien, ieder jaar op haar verjaardag belt.” Programmamaker, schrijver en NRC-columnist Wilfried de Jong zit in de tuin van Italiaans restaurant Mangiare in Rotterdam. Voor hem ligt zijn verhalenbundel Met de Kop in de Wind. Hij tikt met zijn vinger op de kaft. „Veel mensen denken dat die verhalen echt gebeurd zijn, maar het meeste is verzonnen.” In zijn verhalen en columns is De Jong , zoals hij het zelf verwoordt, vaak ‘de onbestemde ik-figuur’. Iemand die observeert, zonder al te snel te oordelen. „Dat is een karaktereigenschap. Die houding zie je ook terug in de manier waarop ik mensen interview. Ik denk niet snel bij iemand: dat pik ik niet.”

Als het om interviewen gaat, noemt De Jong zichzelf ‘een beetje een romanticus’. „Ik doe er alles aan om een gast te laten gloriëren. Ik kan echt in iemand kruipen. Ik wil graag weten wat er bij een ander speelt.”

Vanaf zondag zal De Jong het VPRO-programma Zomergasten live presenteren. Zes gasten tonen een avond lang hun favoriete film- en tv-fragmenten en worden door De Jong aan de tand gevoeld. Na voorgangers als Adriaan van Dis, Connie Palmen, Jan Leyers en Jelle Brandt Corstius, is het nu aan De Jong om deze intensieve taak te volbrengen. Een rol die hem wel lijkt toevertrouwd, aangezien hij al eerder programma’s presenteerde als Pakhuis de Jong, Holland Sport (met Matthijs van Nieuwkerk) en 24 uur met... waarin hij telkens een etmaal lang in een studio zat opgesloten met een gast.

Vele kijkers hebben een uitgesproken oordeel over de presentator van Zomergasten. Er wordt ook flink op los getwitterd. Ziet u daar tegenop?

„Ik ben de laatste die ongevoelig is voor kritiek. Maar als je wel eens in het theater hebt gestaan voor achthonderd man en je hoort na het maken van een grap alleen het zoemen van de afzuigkap, dan weet je wel wat het is om een oordeel te krijgen.

„Ik vind het terecht dat er reacties komen. Mensen hebben een tv gekocht en belasting betaald. Ze mogen dus ook iets vinden van mijn optreden. Datzelfde geldt voor de boeken en columns die ik schrijf of wanneer ik op de planken sta. Ik treed naar buiten, dus kan ik ook een oordeel verwachten.”

In 24 uur met... zei acteur Pierre Bokma over zijn vak: „Je stort je in de twijfel, op zoek naar veiligheid.” Geldt dat ook voor u als interviewer?

„Zeker. Dertig jaar geleden begon ik als journalist bij een Rotterdamse wijkkrant. Ik heb toen een duivenmelker geïnterviewd die moest vertrekken wegens de stadsvernieuwing . Dát vond ik eng. Maar als ik niet in het diepe spring, wordt het niks. Ik heb nog altijd het idee dat een gesprek kan mislukken. Als ik dat gevoel niet zou hebben, wordt het ook geen goed interview.”

U zegt graag in de huid van een ander te kruipen. U bent niet van het confronterende interview?

„Ik ben erg nieuwsgierig. Daarom kon ik in 24 uur met... ook een etmaal met schrijver Richard Klinkhamer doorbrengen – die man heeft zijn vrouw vermoord. Ik ben niet snel veroordelend. Is iemand ineens niets meer waard omdat hij een ander heeft gedood? Als je zelf wel eens iemand de hel in wenst, kan je je ook identificeren met een moordenaar.”

U stelt zich dus dienstbaar op.

„Klopt. Ook al moet een interviewer wel door zijn vragen heen glanzen. Soms ga ik verder. Het is goed af en toe de controle te verliezen. Toch hou ik een kleine reserve als ik op televisie ben. Ik zal niet zo snel in mijn blote kont gaan rondlopen. Bij 24 uur met... nam ik bijvoorbeeld mijn onderbroek mee de douche in. Het gaat me te ver om te doen alsof je thuis bent. In je onderbroek op tv, dat vind ik al heel wat voor een man van 55. Dat zie ik Paul Witteman niet zo snel doen.”

Als theatermaker bent u gewend de aandacht op te eisen. Is het dan niet lastig op de achtergrond te blijven?

„Toen ik dertig jaar terug voor het eerst op het podium stond, was dat anders. Als je net op de markt bent, ga je je nog uitsloven. Dan heb je zo’n houding van: laten we eens even heel vies gaan doen en de zaal flink laten schrikken. Dat is ook gezond, de boel flink overschreeuwen heeft iets dierlijks. Je ziet het kleine jongetjes ook al doen op het schoolplein, met de borsten tegen elkaar. Nu doe ik dat niet meer, heel af en toe heb ik misschien nog een onaangepast moment.”

Zoals destijds in 2008 in het interview met Patrick Kluivert? In Holland Sport verweet u de oud-voetballer een gebrek aan compassie te hebben met de familie van de theaterdirecteur die hij had doodgereden.

„Af en toe flap ik er iets uit. Dat zijn authentieke momenten. In een gesprek kijk ik wel eens door iemand heen en denk: het klopt niet. Kluivert bracht destijds een autobiografie uit en deed alsof hij erg met die kwestie bezig was. Ik wist toevallig dat hij geen contact met de familie had opgenomen. Toen had ik zoiets van: ja, hou nu even op. Ik ben inderdaad wat fel geweest. Kluivert wist ook niet goed meer wat hij moest zeggen, maar ik heb wel geprobeerd hem te helpen. Ik wilde niet dat hij zonder woorden kwam te zitten.”

Hoe voelt u zich na zo’n uitzending?

„Dat is lastig. Als zoiets live gebeurt, kan je er weinig meer aan doen. Ik heb die aflevering teruggekeken en er met de redactie over gesproken. Zij vonden niet dat ik over de schreef was gegaan. Ik kreeg na die uitzending veel sms’jes. Men vond dat het goede televisie opleverde, maar ik dacht: wat is hier gebeurd? Voor mij betekende al die aandacht niet dat ik het goed had gedaan. Ik heb wel een paar onrustige dagen gehad.”

Hoe worden de gasten voor Zomergasten gekozen?

„Dat is een langdurig en zorgvuldig proces. De redactie komt met allerlei namen. Daarover gaan we met elkaar in gesprek. Pas daarna wordt er gebeld met een potentiële gast. Dan nog is het niet zeker of het doorgaat. Belangrijk is: heeft zo’n gast een interessante lijst met fragmenten? Het komt wel eens voor dat iemand heel geschikt lijkt, maar nooit tv kijkt. Dan kun je geen avond maken. Het duurt echt maanden voordat alle gasten definitief zijn. We willen namelijk ook dat de serie uitzendingen afwisselend is.”

Dus iemand met een saai lijstje tv-fragmenten kan worden afgewezen?

„Ja. Het blijkt trouwens dat veel bekende Nederlanders hun lijstje al jaren in de kast hebben klaarliggen.”

Heeft u zelf ook zo’n lijstje?

„Nee. Ik krijg al de zenuwen als ik voor de krant word gevraagd mijn topvijf van favoriete nummers samen te stellen. Ik kan zoiets niet vastleggen.”

De zes gasten zijn intussen bekend. Er zit geen sporter bij. Bewust?

„Nee. Een sporter in het programma vind ik geen noodzaak. Ik word door mijn verhalenbundels over wielrennen en mijn sportcolumn bij NRC vaak geassocieerd met sport. Maar tot mijn veertigste schreef ik bij kranten vooral over kunst. Daarnaast stond ik veel in het theater. Nu word ik ineens gezien als sportkenner.”

In 24 uur met...noemde het fotomodel Valentijn de Hingh zichzelf „ingewikkeld sexy”. Hoe kijkt u tegen uw eigen uiterlijk aan?

„Nou, ik ben ijdel genoeg, maar ben ik ingewikkeld sexy? Moet ik dat als een compliment opvatten? Zo van: alleen als de zon links op je gezicht schijnt en je dan je hoofd richting een bergtop draait, ben je aantrekkelijk?

„Bokser Bep van Klaveren zei ooit over Jules Deelder: ‘hij heb een rare kop, maar hij kan wel wat.’ Als ik in de spiegel kijk, zie ik inderdaad allerlei beperkingen, maar ik kan er goed om lachen. Ik heb, net als mijn vader een grote neus met een flinke hoek, dat is heel bepalend in een gezicht. Maar ik vond het bij mijn vader altijd wel mooi. Liever zoiets dan dat je zo’n man bent met een klein wipneusje.”

Wat gaat u na Zomergasten doen?

„Ik hou erg van de afwisseling: schrijven, interviewen op tv, radio, documentaires maken, op het podium staan. Ik wil nu wel een roman schrijven. En dan is er nog mijn liefde voor de muziek. Ik speel al jaren contrabas. Van alles wat dus. Voor mij moet het zo gaan in het leven. Het moet divers blijven.”