‘Ik leg me nooit ergens bij neer’

Shirin Musa (35) maakt zich met haar stichting Femmes for Freedom sterk voor vrouwen in huwelijks-gevangenschap.

Foto Maurice Boyer

Gevangen

„Mijn ouders vertrouwden mijn ex-man al niet. We trouwden toch – als je verliefd bent, ga je ervoor. In 2002 voor de Nederlandse wet, in 2005 nogmaals, maar dan voor de islamitische wet. Islamitische landen stellen als eis dat er ook een religieus huwelijk is gesloten, een seculier huwelijk wordt niet erkend. Zes jaar zijn we bij elkaar geweest, toen ging hij weg. Ik besefte direct: nu moet ik heel snel mijn islamitische huwelijk ontbinden.”

Scheiding

„De islamitische echtscheiding is een pestscheiding. Mannen weigeren te scheiden van hun vrouw, maar mogen ondertussen wel met andere vrouwen trouwen. Ze kunnen je na een aantal jaar gewoon weer opeisen. Daar was ik bang voor, ik heb mijn scheiding aangevochten tot aan de rechtbank toe. Dat kostte heel veel moeite, hij ontkende zelfs dat we getrouwd waren. Na twee jaar, eind 2010, besloot de rechter in mijn voordeel. Ik was vrij.”

Isolatie

„Ik ben slecht behandeld tijdens mijn huwelijk, niet fysiek, maar sociaal: ik raakte geïsoleerd. Ik stopte ook met studeren. Een ongelukkig huwelijk is een aanslag op je lijf, ik kreeg chronische pijn en astma. Eerst was het moeilijk om mijn persoonlijke verhaal te vertellen; maar het laat de problematiek zien. Het is het verhaal van veel vrouwen. Ik ben niet de eerste vrouw, niet de laatste, maar ik kan er wel voor vechten. Daar is mijn stichting voor.”

Medeleven

„Ik blijf optimistisch, dat moet ook wel. Je kunt je niet laten ontmoedigen als er bijvoorbeeld vrouwen zijn die het procederen willen opgeven omdat ze het toch niet aandurven. Ik hoor veel ellendige levensverhalen. De diepste angsten, zorgen en dilemma’s. De vrouwen vinden mij, of ik ga langs bij buurthuizen. En er zijn gevallen waarin je weinig kunt betekenen. Als ik echt alles heb geprobeerd, dan weet ik, nou, dit geeft ook rust. Het zij zo.”

Religie

„Mijn vader vluchtte uit Afghanistan naar Pakistan, en we kwamen in 1978 in Nederland aan. Ik kom uit een moslimcultuur, maar ik ben helemaal niet extreem religieus. Ik zou eerder zeggen: ik geloof in de fundamentele mensenrechten. Ik benader gevangenschap van vrouwen ook niet vanuit de islam, maar vanuit de rechten van de vrouw. Religie kun je niet veranderen, discriminatie wel.”

Doorzetten

„Ik ben een vechter, leg me nooit ergens bij neer. Ik ben continu met mijn doel bezig, val gerust in slaap met een boek over familierecht in Algerije. Het is met mijn persoon verweven, ik zie het niet als werk, maar als plicht. Als ik twijfel, vraag ik me altijd af: krijg ik hier later spijt van? Dat wil ik voorkomen. Zo denk ik ook over mijn huwelijk. Als ik niet was getrouwd, had ik nu misschien gedacht dat ik de liefde van mijn leven had laten lopen.”

Werk

„Ik voel me niet onbegrepen, maar het is een lange weg die ik moet bewandelen. Er zijn piepkleine resultaten geboekt, nu wil het ministerie bijvoorbeeld een onderzoek instellen naar huwelijksgevangenschap. Vorig jaar kwam het rapport Verborgen vrouwen in Amsterdam uit. Huilend heb ik dat in bed gelezen. Het voelde als een erkenning van wat ik heb meegemaakt. Alles ligt achter me, ik ben inmiddels weer gelukkig.”