Er was meer dan de prins

Het was een opvallende voorpagina in een Britse week die werd gedomineerd door nieuws over een koningskind. „De exodus uit Syrië: een vluchtelingencrisis voor de wereld”, kopte The Guardian donderdag over de volle breedte. „Eén op de zes mensen in Libanon is gevlucht uit Syrië. Het grootste vluchtelingenkamp in Jordanië is de op drie na grootste stad van dat land.”

Online liet The Guardian vluchtelingen aan het woord. En de krant citeerde de VN-commissaris voor de vluchtelingen, António Guterres, die zei dat Syrië „méér dan een humanitaire crisis, meer dan een regionale crisis” is. De volksverhuizing vormt een risico voor de hele regio: „Dit wordt een bedreiging voor de vrede en veiligheid van de wereld.”

Het is niet zo dat verder niemand belangstelling voor het buitenland had. Wie zich maandagmiddag, enkele uren voor de geboorte van prins George, meldde bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, zag een grote bedrijvigheid in een uitgestorven Westminster. Ministers en Lagerhuisleden, de koningin, iedereen maakte zich al op voor het reces. Behalve William Hague en zijn staatsecretarissen.

Europese ambassadeurs, net ingelicht over de analyse die de Britten maakten over welke macht is overgedragen van Londen aan Brussel, maakten plaats voor de zaakgelastigden van de veertien Britse overzeese gebieden. Er was een Chinese delegatie, en een persconferentie waarbij de vijf aanwezige journalisten werd gemeld dat de uitgekozen dag „echt niet was bedoeld om slecht nieuws weg te moffelen”.

En de kwestie-Syrië houdt het ministerie al tijden bezig, zo ook afgelopen week. Hague verwelkomde maandag dat de EU de militaire vleugel van de Libanese organisatie Hezbollah op zijn terreurlijst heeft geplaatst. Aanleiding was de aanslag op een bus met Israëlische toeristen in lidstaat Bulgarije. Maar de steun van Hezbollah voor de Syrische president Assad heeft aarzelende EU-leden over de streep getrokken.

Staatssecretaris Alistair Burt was in Istanbul, waar de Britten een training voor de Syrische burgerbescherming financieren. „Life saving work”, twitterde hij. Hij wees erop dat de Britten 348 miljoen pond (404 miljoen euro) noodhulp hebben gegeven aan Syrië en de regio: „Het grootste fondsenpakket dat het Verenigd Koninkrijk aan één enkele crisis heeft toegewezen.”

En hoe zit het met de diplomatie? „Een politieke oplossing moet worden gevonden om een einde te maken aan het bloedvergieten”, twitterde Hague toen de VN gisteren het dodental (100.000) bekendmaakte. De VN-Veiligheidsraad, waarin het Verenigd Koninkrijk een permanente zetel heeft, wordt het nooit eens.

En militaire steun aan de oppositie? Het was de Britse regering die er eind mei voor pleitte het EU-wapenembargo op te heffen, zodat de rebellen konden worden bewapend. Daar is nog altijd geen politieke steun voor – premier Cameron heeft het Lagerhuis moeten beloven dat het zeggenschap krijgt voor er wapens worden geleverd. De parlementariërs hebben Irak nog altijd in het achterhoofd, en vrezen opnieuw een kostbare, langdurige militaire verplichting zonder resultaat. Dus het bleef vorig week bij kleding die de rebellen moet beschermen tegen een chemische aanval (à 650.000 pond).

Cameron is nu voorzichtiger dan eind mei, maar hij zei wel tegen de BBC: „Er zijn problemen met een deel van de oppositie die extremistisch is, en waar we niets mee te maken zouden moeten hebben. Maar dat is geen reden de ophaalbrug op te halen, ons hoofd in het zand te steken en niets te doen.”

Commentaren beweren dat zijn houding te danken is (of te wijten, al naar gelang de krant) aan echtgenote Samantha. Die bezocht in maart een Syrisch vluchtelingenkamp en maakte zich zorgen over onschuldige kinderjaren die werden „kapot gesmeten”. Cameron zei zich niet door zijn vrouw te laten beïnvloeden over buitenlands beleid. Dat was „een broodje aap”.