Door de brede, hoge duinen

wandelt deze zomer elke week naar een uitspanning. Deze week naar De Berenkuil en Duinvermaak.

Restaurant Duinvermaak in Bergen

Het enige gemotoriseerde voertuig dat we tegenkomen is een brandweerauto. Geen overbodige luxe: vier jaar geleden werd de complete bevolking van Schoorl geëvacueerd vanwege een naderende vuurzee en ook in de jaren daarna stond het duin hier in lichterlaaie. Voorzorg is ook nu geboden, want het is boven de dertig graden en kurkdroog. Met kalme, maar gestage pas gaan we de Roetroute op.

Een valkje staat te bidden boven het Vogelmeer. We volgen een rul ruiterpad, wat ons zwaar valt in de warmte en slaan af door een geblakerde vlakte waar wilgenroosjes uitbundig bloeien. Staatsbosbeheer besloot een deel van de verbrande bossen te rooien om er open duingebied van te maken, en het andere deel ongemoeid te laten: eens kijken wat er gebeurt. Daar steken beroete takken, waaraan wonderlijk genoeg alle dennenappels zich zijn blijven hechten, nog steeds spookachtig af tegen de strakblauwe lucht. Maar we wijzen elkaar het zandblauwtje: het gaat alweer de goede kant op hier!

‘Bij Bergen het breedst, bij Schoorl het hoogst’, leerden we op school over de duinen, en welgemoed bestijgen we de top van wel 54 meter achter het bezoekerscentrum. Het platteland van Noord-Holland ligt aan onze voeten: in de wazige verte de marinewerf van Den Helder. Over golvende, verende paden van dennennaalden gaan we verder, het is aangenaam koel in het bos, maar als we een heideveld oversteken brandt de zon fel in onze nek.

Het rode pannendak van De Berenkuil, verscholen in een duinpan, komt als een oase. Niemand weet waarom het De Berenkuil heet, dit ‘bosbuffet’ met zijn lommerrijke houten veranda en zijn beer-met- dienblad. Het verhaal wil dat op Hemelvaartsdag 1963 de allereerste klant vroeg of dit soms ‘de berenkuil’ was. Sindsdien is dat maar zo. Ze prijzen er in het bijzonder hun ‘Amsterdamse kroketten’ aan.

Daarna gaan we zuidwaarts. Op de fietspaden is het druk – iedereen naar zee, met schepjes en emmertjes! – maar wandelaars zijn er nauwelijks. In de bermen bloeit het hazenpootje, ik voel even aan zijn zachte wollige bloesem en stel voor een kleine omweg te maken langs een ander uitzichtpunt, waar je fraai het voormalige Bio Vakantieoord kunt zien, maar we raken zodanig de weg kwijt in het ruige duingebied dat we nog een uur lopen en twéé uitzichtpunten bereiken, met tweemaal die stoere toren boven de donkere dennenbossen.

Dan schemert een hel wit vlak tussen de boomtoppen: ha, de kunstskibaan! Daarnaast weet ik vanouds het hoge pand van Duinvermaak alias ’t Vrouwtje van Duin, dit jaar al een eeuw de uitspanning bij uitstek aan de duinrand. De authentieke tegelvloeren en de glas-in-loodvensters met wezels, uilen, konijnen en valkjes zijn nog intact en er is plaats in de schaduw. Tijd voor bier en witte wijn en veel water!