Blank met blank, zwart met zwart

In 1955 werd Emmett Till gelyncht omdat hij met een blanke vrouw sprak. In 2012 overleed Trayvon Martin omdat hij in het donker door een blanke wijk liep. Over racisme in een land met een zwarte president.

Emmett Till (rechts na zijn dood) werd in 1955 in Money (Mississippi) gemarteld en vermoord, nadat hij naar een blanke vrouw zou hebben gefloten. De moord markeert het begin van de burgerrechtenbeweging in de VS. Foto’s AP

De winkel waar Emmett Till zijn doodvonnis tekende, staat er nog: Bryant’s Grocery and Meat Market, midden in het gehucht Money, in de zuidelijke staat Mississippi. Het is niet meer dan een paar buitenmuren, en een ingestorte houten gevel. Planten en bomen hebben de voormalige dorpswinkel volledig overwoekerd. Een rat schiet weg. „Konden we dit gebouw maar slopen”, zegt Mike Turner, autoverkoper, de bouwval keurend. „Het verleden moet je met rust laten.”

Money, een oord met nog geen honderd inwoners, ligt in de dunbevolkte moerasdelta van de Mississippi. Drie grote houten kruisen bij de ingang voorkomen dat bezoekers het dorp over het hoofd zien. Er wordt nog altijd katoen verbouwd, net als in de tijd van de slavernij. De plantagehuisjes uit die tijd staan er nog. De evangelische kerk vormt sinds het sluiten van Bryant’s Grocery, zo’n twintig jaar geleden, het sociale hart van de gemeenschap. Money leeft traag, overgeleverd aan de muggen, zinderende hitte en genadeloze hoosbuien.

Mike Turner, een joviale vijftiger die zijn bezoek begroet met een fist bump, haalt herinneringen op aan de tijd dat de winkel open was. Elke dag ging hij er flipperen. Als je vier potjes won, kreeg je een gratis bal. Maar tegen zijn wil is de winkel het symbool geworden van Amerika’s hardnekkige racisme. De ruïne van Bryant’s Grocery herinnert elke dag weer aan het pijnlijke verleden van zijn dorp, als een wond die niet heelt.

Dit is de plek waar op 24 augustus 1955 de 14-jarige Emmett Till naar binnenliep om kauwgom te kopen. Een paar dagen later werd hij vermoord in een brute lynchpartij. De moord, en de vrijspraak van de daders, schokte Amerika zo hevig dat er ruimte ontstond voor een zwarte burgerrechtenbeweging.

Deze week viel de naam van Emmett Till weer overal in de Verenigde Staten, tijdens landelijke demonstraties naar aanleiding van de moord op de zwarte tiener Trayvon Martin. De 17-jarige Martin werd in februari vorig jaar doodgeschoten in Sanford, Florida door George Zimmerman, een buurtwacht met een blanke vader en een Peruaanse moeder. Zimmerman zag Martin door een bewaakte wijk lopen en vond dat verdacht. Hij besloot hem aan te houden. Na een onduidelijke woordenwisseling schoot hij hem dood. Zimmerman werd twee weken geleden vrijgesproken van moord door een (in meerderheid blanke) jury.

Veel zwarte Amerikanen zien in Trayvon Martin een hedendaagse Emmett Till. Beide tieners werden vermoord omdat ze zwart waren, zeggen Afro-Amerikanen. Zangeres Beyoncé, die deelnam aan een demonstratie tegen de vrijspraak van Zimmerman in New York, schreef op Facebook: „Als we de handen ineenslaan, kunnen we de wereld veranderen. We moeten voor Trayvon vechten op de manier waarop de generatie voor ons vocht voor Emmett Till.”

John Hodges, een historicus die opgroeide in Money en de geschiedenis optekende in het boek Delta Fragments, zegt het zo: „Er was in 1955 een moord op een zwart kind voor nodig om Amerika te veranderen. Nu is er een moord op een zwart kind voor nodig om te laten zien dat we niet veel zijn opgeschoten.”

Hodges (68) is een gezette man met een wit ringbaardje. Zijn ouders waren katoenplukkers, evenals zijn grootouders. Hij groeide op in het Mississippi van de jaren vijftig, toen rassenwetten en sterke sociale conventies ieder contact tussen blank en zwart onmogelijk maakten. Een blanke aankijken? Hij zou het nooit doen. In de bus liep Hodges automatisch naar achteren.

Emmett Till deed wat John Hodges nooit zou durven. Till woonde in Chicago, en logeerde in de zomer van 1955 bij zijn oom in Money. Een stadse jongen, zegt Hodges, destijds tien jaar. „Hij was niet gewend aan de scheiding tussen blank en zwart in het deltagebied van de Mississippi. Zijn moeder had hem gewaarschuwd: mijd de blanken, zet een stapje opzij als je ze tegenkomt. Voor ons was dat vanzelfsprekend.”

Op 24 augustus 1955 wandelde Emmett met een groepje de winkel van Roy en Carolyn Bryant binnen, een jong, blank echtpaar. In de winkel maakte Emmett contact met Carolyn Bryant. Volgens sommigen vroeg hij haar mee uit, anderen zeiden dat hij naar haar floot. Een schande. Het hele dorp had het erover.

De wraak van haar man Roy liet vier dagen op zich wachten. Met zijn halfbroer belde Roy Bryant ’s nachts aan bij het logeeradres van Till. Ze namen de jongen mee in een auto, sloegen hem onophoudelijk tijdens een dollemansrit door het gebied. Ze staken Till een oog uit, en schoten hem in het gezicht. Het zwaarverminkte lichaam werd in een rivier gedumpt, en drie dagen later teruggevonden. De moordenaars werden vrijgesproken, door een blanke jury. Een jaar later zouden ze de moord alsnog in een interview triomfantelijk toegeven. De winkel bleef nog decennia open.

De moeder van Emmett Till wilde dat iedereen het onherkenbaar verminkte gezicht van haar zoon zou zien, en liet de kist tijdens de begrafenis openstaan. Dat gezicht werd het symbool van zuidelijk racisme. Een paar maanden later weigerde Rosa Parks, een zwarte vrouw uit Montgomery, Alabama, op te staan voor een blanke in de bus. Ze dacht aan Emmett Till, zei ze later, en bleef zitten. Martin Luther King haalde de moord aan in zijn toespraken. Bob Dylan zong in zijn eerbetoon ‘The Death of Emmett Till’:

The reason that they killed him there, and I’m sure it ain’t no lie,

Cause he was born a black skinned boy, he was born to die

De moord veranderde Amerika fundamenteel. In de jaren zestig leidden de felle protesten van de burgerrechtenbeweging tot een einde aan de segregatie in de zuidelijke staten. De ‘Voting Rights Act’ zorgde voor stemrecht voor zwarten. En er kwam een einde aan de moordpartijen op zwarten in het zuiden; alleen al in Mississippi waren tussen 1865 en 1955 meer dan vijfhonderd zwarten gelyncht.

Het gaat John Hodges te ver om de moorden op Emmett Till en Trayvon Martin te vergelijken. De motieven van George Zimmerman zijn nog altijd onduidelijk. En Zimmerman wordt gesteund door relatief soepele zelfverdedigingswetten in Florida. Maar er zijn ook overeenkomsten, zegt hij. „Beide moorden werden gepleegd in een tijd dat er onder zwarten hoop leefde op een betere tijd. In 1954 had het Hooggerechtshof gescheiden scholen ongrondwettig genoemd, een uitspraak die in ieder geval op papier een einde maakte aan de segregatie in het onderwijs. Trayvon Martin groeide ook op in een hoopvolle tijd. We hebben voor het eerst een zwarte president.”

Emmett Till en Trayvon Martin worden nog door iets anders verbonden. Ze maakten dezelfde fout, zegt Hodges. „Racisme wordt meestal niet in wetten vastgelegd of hardop uitgesproken. We balanceren elke dag op een dun koord van ontelbare sociale conventies. Wie zich aan die conventies houdt, komt weinig problemen tegen. Maar pas op als je ze schendt.”

Emmett Till werd niet alleen om het leven gebracht omdat hij een blanke vrouw aansprak (alleen dat was al ongekend in Mississippi). Hij bleef ook na zijn gijzeling „praatjes” houden, zeiden Roy Bryant en zijn halfbroer later. Till was te assertief geweest, zeiden ze, hij had een lesje verdiend.

Hoewel geen wet het hem verbood, schond Trayvon Martin 57 jaar later een andere sociale conventie. Hij wandelde ’s avonds laat met zijn sweatshirt met capuchon door een wijk waar merendeels blanken wonen. Dat zette een serie gebeurtenissen in gang die hem noodlottig werden. „Iedere zwarte weet: een gated community, daar blijf je weg. Trayvon Martin deed het toch, en dat werd hem noodlottig.”

President Barack Obama gebruikte vorige week zijn persconferentie om te praten over wat hij noemde „de pijn in de Afro-Amerikaanse gemeenschap”. „Er zijn maar weinig Afro-Amerikanen in dit land die nooit zijn gevolgd terwijl ze winkelden in een warenhuis. Dat geldt ook voor mij. Er zijn maar weinig Afro-Amerikanen die nog nooit de deurvergrendeling van een auto hebben horen klikken terwijl ze over straat liepen. Dat gebeurt mij ook – althans voor ik senator was.”

Maar de historische parallellen zorgen in Amerika’s conservatieve zuiden voor irritatie onder de blanke bevolking. De conservatieve radiopresentator Lars Larsen laat in zijn talk-radioprogramma al weken boze bellers aan het woord, vooral uit Mississippi.

„George Zimmerman is een held.”

„Obama speelt de brother-kaart.”

„Wie is hier de racist?”

Het ongenoegen is ook voelbaar in Money. George is een maïs- en katoenboer uit Money, die alleen zijn voornaam geeft. Hij is te jong om zich Emmett Till te herinneren, maar oud genoeg om de tijd van gescheiden scholen te hebben meegemaakt. „Mijn ouders waren het met die scheiding eens. Maar ze keken niet neer op zwarten. Ze waren gewoon nooit anders gewend.” Zijn familie is evengoed slachtoffer van de segregatie, zegt George. „Ook blanken hadden er last van. Ik mocht niet met zwarte kinderen spelen.”

Die tijd is gelukkig voorbij, zegt George. Toch is de scheiding tussen blank en zwart in zijn leven alleen maar groter geworden. Zijn vader had nog zwarte katoenplukkers in dienst. Die zijn allemaal vertrokken naar Greenwood, een stadje dicht bij Money. George heeft geen landarbeiders meer nodig. Soms rijdt hij door Greenwood, waar de werkloosheid 25 procent is, en telkens schrikt hij weer van de toegenomen armoede onder de zwarte bevolking. In Money is onlangs een paar keer ingebroken en George weet dat de inbrekers uit Greenwood komen. „Sinds kort doe ik voor het eerst in mijn leven de voordeur op slot als ik ga slapen.”

Iets verderop staan zes houten hutten uit de tijd van de slavernij. Ze zien er goed onderhouden uit. Eén huisje is bewoond, Joe Spitzer (68) doet de deur open. Hij woont pas weer een paar maanden in Money. Zijn ouders, zwarte landarbeiders wier grootouders nog slaven waren, ontvluchtten de grimmige sfeer in het dorp na de moord op Till. Spitzer groeide op in Michigan en werd marineofficier. Maar het verleden bleef trekken. Hij keerde na zijn pensionering terug, kocht de slavenhuisjes en verhuurt ze nu aan blanke toeristen die Amerika’s slavernijverleden willen leren kennen.

Het heeft iets ironisch: Joe Spitzer woont in eenzelfde hutje als zijn overgrootouders. Het verschil, zegt Spitzer vermoeid lachend, is dat hij er vrijwillig zit. „Er is veel ten goede veranderd. Ik kan stemmen, ik mag zeggen wat ik vind. Niemand scheldt me uit.” Maar veel is ook hetzelfde gebleven, voegt hij eraan toe. „Het verschil is nu economisch. Ik ga niet naar dezelfde restaurants als de blanken, omdat ik die niet kan betalen. Is segregatie minder erg als het niet om racisme gaat, maar omdat wij nu eenmaal minder geld hebben?”

De oude segregatie is vervangen door een sluimerende nieuwe, zegt historicus John Hodges. „Omdat we allemaal geleerd hebben politiek correct te zijn, doen we alsof het niet bestaat. Maar de scheidslijn is even scherp als vroeger: blanken gaan met blanken om, zwarten met zwarten. Geen Afro-Amerikaan zal zeggen dat hij liever niet met blanken omgaat. En geen blanke zal toegeven dat hij zwarten mijdt. Maar ze doen het wel.”

Kijk naar de scholen, zegt hij. Nog altijd zijn de twee middelbare scholen in het district gesegregeerd: de ene school is blank, de andere zwart. „Alleen komt het nu doordat de blanke school een eliteschool is.”

Hodges hield deze week een voorleesavond in de boekwinkel van Greenwood, op een steenworp afstand van Money. Vooraf, zegt hij, had hij gehoopt op een gemengd publiek. Toen hij rondkeek, telde hij één blank gezicht: de boekhandelaar. Toen hij naar huis reed was het optimisme van 4 november 2008, de dag dat Obama een nieuw Amerika beloofde, voorgoed verdwenen, zegt hij.