Ultiem podium voor protest

Ook de toeristische trekpleisters die iedereen kent, hebben verborgen kanten Zeven correspondenten brengen deze zomer een hele dag door op zo’n plek Wat treffen ze aan? Deze week: De Akropolis

Correspondent Zuidoost-Europa

Drie kwartier voor de Akropolis opent voor publiek, glipt een Brits stel met een professioneel ogende camera in een taxi en rijdt weg. Ze hebben de zonsopgang rondom de berg en beroemde tempel gefilmd. Proefshots, om te kunnen beoordelen of ze de hele procedure in willen gaan om een vergunning te krijgen om op het monument te draaien, mompelen ze desgevraagd. „Moet je daar iemand voor omkopen?”

Dat niet, maar wie professionele plannen heeft met de Akropolis is er maar beter vroeg bij. Er zijn negen bureaucratische hordes te nemen. De eerste is een verzoekje naar het ‘1ste Ephoraat voor Prehistorische en Klassieke Antiquiteiten’, een onderdeel van het ministerie voor Cultuur. De laatste een handtekening van de minister.

Met de Akropolis bemoeit het liefst heel Griekenland zich. De tempel Parthenon, die op een 156 meter hoge tafelberg boven Athene uittorent en van alle kanten in de stad te zien is, heeft een speciale plek in het hart van de Grieken. Het is het onomstreden symbool van de natie, een zone met een haast mythische status. Niet iets wat de Grieken uitlenen als decor voor willekeurig welke film of reportage.

Die status maakt de rots ook het ultieme podium voor protest. En af en toe springt er iemand vanaf. Vorige zomer een medewerker van een bank die inmiddels niet meer bestaat.

Net nadat de spuitwagen van de gemeentereiniging langs is geweest en de glad gesleten stenen voor de hoofdingang aan de westkant schoon heeft gespoten, stopt daar kwart voor acht ’s ochtends een legertruck. Zes dienstplichtigen en twee commandanten in camouflagekleding klimmen uit de auto. Een van hen draagt een keurig opgevouwen Griekse vlag. „Divisie van de Akropolis. Presenteer geweer.”

De soldaten beklimmen de trappen door de propylaeen, de monumentale toegangspoort, die een uur later vol zal staan met toeristen. Ze marcheren langs schoonmakers die tussen de stenen turen naar afgewaaide bezoekersstickers en zakdoekjes. Veel vuilnis ligt er niet. Behalve de bewakers die moeten voorkomen dat mensen op antieke stukken marmer klimmen, is er een onuitgesproken sociale controle. Hier een lege milkshakebeker achterlaten, dat laat je wel uit je hoofd.

De Griekse vlag

Op het uiterste punt van de rots hijsen de militairen de vlag en zingen het volkslied. Melodieus klinkt het niet. De zinnen worden er door de jongens uitgestoten als kreten uit een voetballied. „Het doet me iedere keer wel wat”, zegt de commandant die liever niet met zijn naam in de krant wil omdat hij geen toestemming heeft gevraagd. „Niet alleen omdat dit de Akropolis is, ook om wat ik voel bij de Griekse vlag.”

De ceremonie bestaat sinds twee Grieken er tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog in mei 1941 in slaagden de Duitse vlag te strijken op de Akropolis. Een van de twee, Monolis Glezos, leeft nog en laat zich nu vaak zien op demonstraties tegen de huidige ‘economische bezetting’ van Griekenland.

In tijden van sociale onrust willen mensen op de Akropolis hun mening uiten, is de indruk van archeoloog Themistoklis Vakoulis. Hij werkt voor het ministerie van Cultuur en heeft zijn kantoor bovenop de berg, naast het vroegere Akropolismuseum. „Onbewust vervult de Akropolis een rol in het Griekse wij-zij-denken”, zegt Vakoulis, terwijl hij een rondje op de berg loopt en af en toe vriendelijk een toerist terug achter het lint maant. Dat is volgens hem zo sinds de opvallend gevormde berg voor het eerst werd bebouwd tijdens de oorlog tegen de Perzen in de vijfde eeuw voor Christus.

Als er veel spanning in het land is, treft hij af en toe mensen aan die gehuld in een Griekse vlag en soms leuzen schreeuwend hun vaderlandsliefde komen tonen. Alsof de berg nog altijd een plek is om je op terug te trekken en je borst breed te maken als een dreiging van buitenaf dichterbij komt.

Aan het begin van de economische crisis in Griekenland wist een groep van ongeveer honderd activisten van de communistische partij bij het ochtendgloren door de hekken heen te breken en het handjevol bewakers opzij te duwen. Ze klommen omhoog en drapeerden een groot spandoek over de steile rand van de berg. Peoples of Europe, Rise Up stond erop. En het partijlogo van de communisten.

De foto ging de wereld over. Zo’n actie blijft geen minuut onopgemerkt. De hele stad ziet de Akropolis bij het opstaan en de Akropolis ziet de hele stad. Duizenden appartementenblokken zijn zo gebouwd dat ze met uitzicht op de Akropolis verkocht kunnen worden. Over de rand is uitzicht op talloze dakterrassen van cafés.

Een katje kroelt om de benen van een vrouw die onkruid wiedt. Katten zijn geen probleem, er lopen er vijf of zes bovenop de berg en ze doen geen vlieg kwaad. De grote beige zwerfhonden zijn een ander verhaal. ’s Ochtends vroeg liggen ze bezitterig voor de ingang. Het komt met enige regelmaat voor dat een toerist gebeten wordt. Afmaken mag niet volgens de wet, vertelt Vakoulis. Steriliseren en inenten wel.

Roken verboden

In een brede een straal rondom het monument zijn geen kiosken. Vlak buiten de poort zijn een postkantoor en een museumshop die onder een andere afdeling van het ministerie van Cultuur valt. Er staan wat gipsen afgietsels van beelden, een paar op de oudheid geïnspireerde sieraden en ansichtkaarten. Liefhebbers wijken uit naar de souvenirwinkel bij het nieuwe Akropolismuseum, dat in 2009 is geopend. Op de berg zelf wordt alleen water verkocht, 35 cent voor een halve liter.

Een magere Grieks-Amerikaanse man uit Las Vegas loopt rokend over de gladde stenen naast het Parthenon. Vakoulis wijst hem erop dat roken op alle monumenten verboden is. De man, Tonny Gionnopoulos, kijkt verstrooid op, maar drukt de peuk zonder protest uit. Hij is in Griekenland voor de honderdste verjaardag van zijn oma. De laatste keer dat hij bovenop was, in 1993, zag het monument nog zwart van de luchtvervuiling, vertelt hij.

Sindsdien is de verwarming in appartementenblokken schoner geworden, hebben auto’s roetfilters gekregen en zijn de straten rondom de berg veranderd in een voetgangerszone. Afgezien van de kleur ziet Gionnopoulos weinig verschil. Hij becommentarieert het voortdurende restauratiewerk: „Gaat nogal traag.”

Als de vlag ’s avonds is gestreken en de laatste bezoekers om acht uur de poort uit zijn gewerkt, sluiten de hekken. Tientallen toeristen verzamelen zich op een rotspartij in het park om de zonsondergang af te wachten. Camera’s in de aanslag om het silhouet van de tempel tegen een warm rode lucht te kunnen klikken.

Agenten, twee per motor, patrouilleren op de paden rondom de berg. Ze stoppen bij mensen met een donkere huidskleur en vragen een identiteitsbewijs. Een groep donkere jongens uit Noorwegen die net met zakken chips het uitzichtpunt op willen klimmen, wordt tien minuten lang ondervraagd. Ze moeten behalve hun paspoort ook de naam van hun hotel geven. De politie laat ze gaan, nadat ook de rugzak van een van hen is doorzocht. Hun humeur is verpest. „Waar slaat dit op?” Een man zonder verblijfsvergunning wordt geboeid meegenomen naar het bureau.