Column

Trouble in paradise

‘Ik knal ’m effe naar de overkant”, zegt Thomas, en de motorboot van Staatsbosbeheer kláp-kláp-klápt dwars over het water van de Merwede, waar geen snelheidsbeperkingen gelden. Dan gaat het, langzamer, via „de Maas, die hier de Amer heet” naar het doolhof van grote en kleine kreken dat hij zo goed kent. De Biesbosch. Hij kwam hier als jongen al, vogels kijken, „eigenlijk sinds ik alleen op de fiets weg kon”. En nu is Thomas van der Es, 26, donkerbruine crew cut, hier al vijf jaar boswachter, biesboschwachter zo je wilt.

We zijn op weg naar zijn collega, die heeft hij ergens achtergelaten, „bewust hoor”, want er was een brandje, smeulende wilgen. Met een emmertje kregen ze het niet uit en als het overslaat op het riet, „daar kunnen vogels nog op de tweede leg zitten”. Dus zijn collega heeft de brandweerboot opgewacht.

We varen langs Jan Saarloos met zijn tractor op een boot; die boert hier als enige op een eiland. Langs een kudde Schotse hooglanders, de helft staat grazend in het water. Talloze mensen, „recreanten”, op allerlei boten en bootjes. Glanzende driehoekige insekten, minideltavliegers, steken dwars door je T-shirt heen. „Goudoogdaas”, zegt Thomas. Hij pakt af en toe zijn verrekijker: ze zijn daarginds toch niet aan het waterskiën, gaat die ene boot nou te hard en die daar ligt toch niet in de kwetsbare rietkraag? En, daarboven: „Bruine kiekendief.”

Daar staat zijn collega, Corné Bossers, 28, gezonde blos, borstelige blonde wenkbrauwen. In een gescheurde holle wilg was een brandje gestookt. Pure vernieling, daders al lang weg natuurlijk.

Met mooi weer ziet het „wit van de boten” in sommige stukjes Biesbosch, zegt Thomas. „Mensen klaagden dat hun kinderen niet meer konden zwemmen.” En dan neemt ook het aantal „niet-gewenste gedragingen” toe. Vuur. Lawaai. Racen. Troep. De boswachters mogen bekeuringen schrijven, maar liever leggen ze uit. Dat als je aankomt met een grote hekgolf, die meerkoet zijn eieren voor niks heeft gelegd. Dat niemand jouw berg rotzooi komt opruimen. „Dit is topnatuur”, zegt Thomas. „De staatssecretaris zegt het ook.” Je ziet zo vier, vijf bevers op een avond, zegt Corné. Vanochtend al een zeearend, op 50 meter afstand. Die broedt hier tegenwoordig. „Grootste vogel van Europa”, zegt Thomas. „De ‘vliegende deur’. Tweeënhalve meter spanwijdte.” En vier wielewalen, geel met zwart. „Een heel tropisch gezicht. En ‘dudeljo’ natuurlijk, het bekende lied.” Kijk, wijst Corné ineens: „Weidebeekjuffer.”

Voor handhaving hebben de boswachters volgend jaar waarschijnlijk geen geld meer, zeggen ze. Alleen voor natuurbeheer. Maar je kunt toch niet iets beheren wat je niet beschermt? Thomas: „Mooi gesproken. Maak daar maar een citaat van.” Schamper lachje. Dan ziet hij iets bewegen. „Schildpad! Geelwang.”

Deze vakantieperiode vervangen Ellen de Bruin en Freek Schravesande de vaste columnisten Margriet Oostveen en Arjen van Veelen.