Column

Thee met Roth en Nabokov

En ineens zat ik in een Amsterdams hotel naast Jason Epstein, oprichter van The New York Review of Books en The Library of America, en grand old man van het Amerikaanse uitgeefwezen. Vanaf het moment dat ik hem een hand gaf, was het feest. De 85-jarige Epstein is namelijk redacteur van Philip Roth en Vladimir Nabokov geweest en door die handdruk kwam ik ineens bij die twee literaire geweldenaars op schoot te zitten.

Voor Roth had hij overigens weinig goede woorden over. „Dat Portnoy’s Complaint had nog wel wat, omdat het over die typisch Joodse familieperikelen ging, maar daarna werd het allengs minder”, zei hij bijvoorbeeld. Als trouwe Roth-fan gaf ik het gesprek dus maar gauw een wending en begon over Nabokov. „Hoe was hij nu werkelijk?” vroeg ik als een smachtende groupie. Zijn antwoord overtrof al mijn verwachtingen. „Nabokov was vreselijk aardig en geestig”, zei Epstein, om vervolgens te vertellen hoe hun vriendschap afnam toen beiden van mening begonnen te verschillen over de Amerikaanse Vietnampolitiek. „Nabokov was helemaal voor, omdat hij hoopte dat de Amerikanen het communisme ten val zouden brengen en hij eindelijk zijn landgoed en zijn huis in Sint-Petersburg terug zou krijgen. Vandaar dat hij in zijn ballingschap nooit een huis heeft gekocht. Het was Rusland of niets.”

Ook had Epstein een mooie Lolita-anekdote in zijn zak. Zo zou Nabokov op het idee voor dat boek zijn gekomen, toen zijn zoon Dmitri op een dag thuiskwam en vertelde over de onderwerpen waar de meisjes in zijn klas het over hadden. „Nabokov is toen in een schoolbus gestapt om die conversaties af te luisteren.”

En zo vertelde Epstein maar door. Wat moet het een feest zijn geweest in die Amerikaanse uitgeverijen van de jaren vijftig en zestig, dacht ik ineens, met die zee aan literaire kwaliteit die toen op de kusten van New York aanspoelde.

In zijn vermakelijke memoires Eating, doet Epstein er een boekje over open. Behalve over uitgeven en schrijven gaat dat boek ook over het plezier van lekker eten, een bezigheid die als geen ander bij uitgeven en lezen hoort.

Ook laat Epstein erin zien dat hij een wijs man is, die zijn lot als literair impresario voorbeeldig kan relativeren. Bij het afscheid nemen zei hij daarom: „Uitgeven is een raar beroep. Eigenlijk heb jij het boek geschreven, maar strijkt de schrijver met de eer.”