Column

Splijten Zweden nu ons energieakkoord?

De schokken van crisis scheppen spannende nieuwe kansen. Altijd al een collectie Nederlandse energiecentrales van Nuon willen hebben? Nu kan het, want eigenaar Vattenfall wil er van af, helemaal dan wel gedeeltelijk.

Altijd al een Duits telefoonbedrijf willen hebben? Da’s wel pech. KPN heeft zijn dochter E-Plus deze week week net verkocht. Aan concurrent Telefónica Deutschland, die daar al jarenlang wilde uitbreiden. Zoals elke makelaar u zal vertellen: het huis (en/of de grond) van de buurman is maar eenmaal te koop.

De ervaringen van KPN en Vattenfall illustreren dat markten met ogenschijnlijk uitgekristalliseerde, zo niet vastgeroeste concurrentieverhoudingen zomaar opengegooid worden.

KPN en Vattenfall hebben hun overeenkomsten. Ze hadden zich met prijzige overnames ingekocht op een nieuwe buitenlandse markt: E-Plus kostte 17.5 miljard euro (2000), Nuon 10 miljard (2009). Ze willen liever nu risico’s reduceren dan later een groter financieel debacle riskeren. Vattenfall lijdt extra. De Amerikaanse en Duitse energierevoluties maken kolen goedkoop en overheidsinterventies bevorderen alternatieve energiebronnen. Grote kapitaalgoederen, zoals energiecentrales, liggen braak en zijn kapitale kostenposten.

Laatste overeenkomst: een historie van overheidsbemoeienis. In telecommunicatie is die eind vorige eeuw overal in de westerse wereld beëindigd. Geprivatiseerde staatsbedrijven (KPN, Telefónica), mobiele aanbieders (Vodafone) en kabelbedrijven (Ziggo, UPC) vechten nu om de consumenten. Niemand verlangt terug naar een overheidsrol.

Is het met energie anders? De oproep gisteren in onze krant van bestuursvoorzitter Jeroen de Haas van energieproducent Eneco tot overheidsingrijpen om Nuon een stabiele, Nederlands getinte aandeelhoudersbasis te geven, zal door het kabinet beantwoord worden met een simpel njet.

Nederland is al jaren een Europese voorvechter voor liberalisering en scheiding van productie (door private aanbieders als Nuon en Eneco) en levering (via netten die publiek eigendom zijn). Nederland wil juist af van energiebelangen (Urenco) en geen exclusieve aandeelhouder blijven in Gasunie en Tennet (hoogspanningsnetten).

Maar toch is energie anders. Zo wordt het zeker gepercipieerd in omliggende landen. Overheidsbeleid en -belangen zijn daar wel nauw verbonden met energie. En zullen dat blijven. Nederland is dankzij een gril van de natuur een gasland. Frankrijk een kernenergieland. Duitsland wil zon- en windland zijn.

Energie geldt als schaarse grondstof en is dus politiek-militair van belang. Een (lage) energieprijs beïnvloedt bedrijfswinsten, banen en het voortbestaan of einde van complete bedrijfstakken. Energieproducten zijn ook een instrument voor belastingheffing. En talloze buitenlandse overheden zijn (mede)eigenaar van ondernemingen in de energiesector. Dat kan ook onzekerheid scheppen: als staatsbedrijf kan het Zweedse Vattenfall zich geen buitenlandse zeperds veroorloven.

Nederland mag zich zelf een gidsland vinden, maar als de continentaal-Europese opvatting naar meer intensieve overheidsbemoeienis tendeert, zullen we ons moeten aanpassen. Maar hoe? Het kabinet weet zich weinig raad met zijn rol in de complexe onderhandelingen met werkgevers, industrie, vakbeweging en milieuorganisaties over een energieakkoord.

Het akkoord moet nog op papier komen, maar een grote partij, namelijk Vattenfall, trekt aan de stutten van dochter Nuon. Afspraken met iemand die zich eigenlijk wil terugtrekken zijn een wankele basis voor een akkoord.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.