Paradetheater bespot rosé drinkend publiek

Debby’s Droom en Toen geluk en ongeluk zich in elkaar vergisten. Gezien: 24/7, De Parade Utrecht. Inl: deparade.nl / Debby’s Droom: Toen geluk en ongeluk zich in elkaar vergisten:

Opvallend dit jaar op De Parade: de meta-paradevoorstelling. Zowel Debby’s Droom van Theo Nijland als Toen geluk en ongeluk zich in elkaar vergisten van Vincent van der Valk (regie: Daria Bukvic) belicht vanuit de eigen circustent het leven daarbuiten, op het Paradeterrein.

In de ambitieuze mini-opera Debby’s Droom gebeurt dat expliciet: Debby (Eva Laurenssen) is een kassameisje op De Parade dat ervan droomt zelf in een voorstelling te staan. Een vierkoppig koor geeft direct het publiek ervan langs: „Wij-ij- ij zijn het altijd vervelende Paradepubliek!”

De vier spelen typische Paradegangers, die dronken en lastig zijn (Jan- Paul Buijs) of proberen binnen te komen met hun baby of hond (Eva Crutzen).

En Debby maar uitleggen: „Mevrouw, het zijn levende acteurs, dat stoort!” Paradegangers geven niet om theater, is de boodschap, ze gebruiken het festival vooral als excuus om zich te bezatten. Daar zit een kern van waarheid in, maar de cynische toon stoot af.

Na deze ‘Publikumsbeschimpfung’ neemt Nijland het theater op de hak. Wart Kamps speelt Nijland zelf, die op toneel nerveus probeert nog iets van de ontsporende productie te maken, en en passant krijgt het publiek uitleg over begrippen als sublimatie, humor en leedvermaak.

Over de rug van zijn publiek stapelt Nijland vervolgens de ene op de andere incrowd-theatersectorgrap.

Debby’s Droom zit muzikaal ingenieus in elkaar, met gewaagde, meerstemmige, atonale composities, die over het algemeen knap worden gezongen. Maar het wordt inhoudelijk nauwelijks meer dan kille, vlakke satire. Alles wordt bespot, elk personage is een karikatuur. Identificatie of erbarmen zijn ver te zoeken.

Bovendien lijkt het of het spelplezier bij de acteurs ontbreekt. Nijland verbluft wel, maar weet niet te raken. „De liefde ontbreekt!”, zegt Kamps. Klopt, en dat is zonde.

Die liefde zit wel in Toen geluk en ongeluk zich in elkaar vergisten. Bram Suijker, Lotte Driessen, Mattias van de Vijver en Aline Nuyens brengen een gelaagde en voor De Parade gewaagde productie die lofzang op de kunst en maatschappijkritiek ineen is. De vernuftige tekst van Vincent van der Valk toont de verschillende levensvisies van vier twintigers, en is alleen daarin al geestig en ontroerend. Suijker en Driessen zijn hilarisch en hartverscheurend op een blind date; Driessen vastberaden kwebbelend om een gebroken hart te overstemmen, Suijker gevoelig en begripvol; door goed te luisteren en echt contact te maken legt hij liefdevol haar zielepijn onder het harnas bloot.

Maar dan boort Van der Valk nog een laag aan, door Mattias van de Vijver uit zijn rol te laten stappen.

Die houdt een vurig pleidooi voor het theater, dat in al zijn kunstmatigheid vaak waarachtiger is dan het leven dáár, buiten, op het Paradeterrein. Hij stormt de tent uit en de open deur onthult wat hij bedoelt: buiten zien we zomerse Paradegangers, aan de rosé, verwikkeld in vermoedelijk gemaakt-vrolijke conversatie.

Maar omdat we daarvoor al zo mooi het menselijk onvermogen zagen verbeeld, en een glimp opvingen van de kans op echt contact, is dat niet alleen pijnlijk, maar ook hoopvol.