Koning Hassan II had een hekel aan de dwarse Riffijnen

Sietske de Boer: Het volk van Abdelkrim. Actualiteit en geschiedenis van de Marokkaanse Rif. Wijdemeer, 336 blz. € 19,50

Het Rifgebergte, in het noorden van Marokko, is klein-Nederland. Tachtig procent van de ruim vierhonderdduizend Marokkanen in ons land komt er oorspronkelijk vandaan. In de zomer rijden overal auto’s met Nederlandse kentekens. Als ze op bezoek zijn, voel je de opwinding onder de bevolking. Ook de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb werd er geboren.

In Het volk van Abdelkrim beschrijft Sietske de Boer de geschiedenis van de Rif. De regio, vrijwel volledig bevolkt door Berbers, verzet zich al eeuwen tegen het Arabische centraal gezag. Koning Hassan II, vader van de huidige koning, had zo’n hekel aan de Riffijnen dat hij er nooit kwam tijdens zijn koningschap.

Tot zo’n honderd jaar geleden waren de Berbers, die een eigen taal hebben, beruchte zeerovers. Ook Nederlandse schepen werden gekaapt. Door bekering tot de islam kon een Europese gevangene integreren in de Berbergemeenschap. Dan mocht hij trouwen met een Riffijnse vrouw. Sommige Riffijnen hebben blond haar en blauwe ogen.

De grote held van de Rif is Abdelkrim al Khattabi (1882-1963), een lokale krijgsheer die in 1923 een onafhankelijke staat uitriep in NoordMarokko. Hij studeerde Arabisch en islamitisch recht, kreeg een baan in het Spaanse koloniale apparaat, maar door een kritisch stuk in een lokale krant belandde hij in de gevangenis. Na zijn vrijlating begon hij een gewapende strijd. Alleen door Franse hulp aan de Spanjaarden, en met gifgas, lukte het om Abdelkrim te verslaan. De Berberleider werd verbannen en stierf in Egypte.

De verdienste van De Boer is dat ze minutieus de militaire strijd van Abdelkrim beschrijft. Over zijn religieuze ideeën is ze helaas minder duidelijk: ze roept vragen op die ze niet beantwoordt. De Boer schrijft dat Abdelkrim een seculiere staat stichtte, maar meldt elders dat hij de sharia strikter toepaste dan voorheen. Ook lezen we dat Abdelkrim, met verwijzing naar de islam, tabak verbood. De vraag hoe de Berberleider zijn islamitische idealen verenigde met een seculiere staat komt niet aan de orde. Een noot vermeldt dat het islamitisch strafrecht, met het afhakken van handen en voeten, nooit is toegepast in Marokko. Daarmee is het thema afgehandeld.

En zo zijn er meer zaken die in Het volk van Abdelkrim onbesproken blijven. De Boer beschrijft de Riffijnen als liberale, vrijheidlievende types, die niks moeten hebben van de radicale islam. Ongetwijfeld drinken progressieve Berbers graag een biertje drinken (zoals bij de boekpresentatie), maar de vraag komt op waarom de De Boer geen aandacht schenkt aan radicale islamitische groepen in Noord-Marokko. Mohamed Bouyeri, moordenaar van Theo van Gogh, was ook een Berber uit de Rif. De Boer doet alsof hij niet bestaat.

Het hoofdstuk over de teelt van kif (marihuana) komt een stuk beter uit de verf. Noord-Marokko is de grootste cannabisproducent ter wereld, met bijna 20 procent van de mondiale markt. De groeiende export van hasj levert jaarlijks miljarden euro’s op. Steenrijke drugsbaronnen kopen regeringsfunctionarissen om, zodat ze ongestoord drugs kunnen produceren en transporteren. Politiemannen uit andere delen van Marokko willen erg graag in de Rif werken. Nergens anders kunnen ze zo veel smeergeld innen.