Koers Randstad en USG toont stand economie

De slechte cijfers van USG People tonen de malaise in Europa. Concurrent Randstad profiteert al van de opleving in Amerika.

Hoe de wereldeconomie er voorstaat, kun je zien aan het verschil tussen Randstad en USG People. De beurskoersen van de twee Nederlandse uitzendbedrijven volgden elkaar min of meer, maar begin dit jaar schoot het aandeel Randstad omhoog, terwijl dat van USG achterbleef. In een jaar tijd behaalde Randstad een rendement van ruim 70 procent en USG van nog geen 10 procent.

Het verschil blijkt ook uit de kwartaalcijfers. Beide bedrijven kampen met omzetdaling. Maar Randstad verraste gisteren met 146 miljoen euro zuivere winst, een groei van 10 procent uit bestaande bedrijfsactiviteiten in een jaar. USG daarentegen meldde vanochtend dat de zuivere winst 40 procent was gedaald, tot 9,7 miljoen euro.

Waarin zit dat verschil? „Randstad en USG zijn twee uitzendbureaus, maar daar houden de overeenkomsten ook op”, zegt ABN Amro-analist Teun Teeuwisse.

Ten eerste: Randstad is veel groter dan USG. Randstad is het een na grootste uitzendbureau ter wereld met 29.300 medewerkers en vorig jaar een omzet van ruim 17 miljard euro. Bijna een kwart van de omzet komt uit de Verenigde Staten, waar de arbeidsmarkt voorzichtig herstelt. In juni steeg de werkgelegenheid in productiewerk (uitgezonderd landbouw) in 37 van de 50 Amerikaanse staten, volgens de statistieken. Nog eens 10 procent van Randstads omzet komt uit niet-westerse opkomende markten als India, Zuid-Amerika, Australië en Japan.

USG daarentegen (6.175 medewerkers en een omzet van 2,9 miljard euro) richt zich meer op de Europese ‘thuismarkten’ Nederland, België, Frankrijk en Duitsland. Zeker na de verkoop van bedrijfsonderdelen in Spanje, Italië, Oostenrijk, Zwitserland, Luxemburg en Polen aan Randstad die net is afgerond. USG was in deze landen te klein om rendabel te opereren, terwijl de markten voor Randstad een goede aanvulling zijn.

Kortom: Randstad profiteert van de internationale spreiding, waar USG meer nadeel heeft van de aanhoudende malaise in Europa.

Er is nog een groot verschil. De helft van de omzet van Randstad komt uit het detacheren van laaggeschoolde productiemedewerkers, vaak aan grotere bedrijven. „Zoals in de industrie”, zegt analist Jos Versteeg van de bank Theodoor Gilissen. „Een ‘vroegcyclische’ sector waar de tekenen van herstel het eerst te zien zijn.” In de VS stijgt de industriële productie al twee kwartalen licht met een snelheid van 0,6 procent op jaarbasis.

USG is juist gespecialiseerd in hoger opgeleid personeel in het midden- en kleinbedrijf, in administratieve en technische functies. Met het afstoten van de Europese bedrijfsonderdelen in ‘algemene uitzendactiviteiten’ aan Randstad kiest USG nog duidelijker voor nichemarkten. Dit zijn laatcyclische sectoren waar het langer duurt voor de vraag naar personeel weer stijgt.

De rally van Randstad op de beurs in dit jaar toont dus het vertrouwen van beleggers in economisch herstel overzee, terwijl de koers van USG juist weerspiegelt dat Europa nog achterblijft.

Opvallend waren wel de gunstige signalen voor Nederland die topman Ben Noteboom gisteren aan analisten presenteerde. Vergeleken met de VS, Frankrijk en Duitsland had Nederland als enige een omzetgroei met dubbele cijfers in vroeg-cyclische sectoren als de auto-industrie en transport en ook de publieke sector. Maar de vlag kan pas uit als ook het aandeel USG gaat pieken.