Hoe houden we ze het beste in de gaten?

Veel kinderen gaan in de zomer naar de buitenschoolse opvang of op kamp Omdat de wet beperkt is, stellen organisaties eigen veiligheidsregels op „Eén leraar kan 28 kinderen begeleiden in de klas. Op straat is dat anders”

Foto Erik-Jan Ouwerkerk

Verslaggevers

Ze zijn ingesmeerd met zonnebrandcrème en hebben zwembroeken en badpakken in hun kleurige rugtasjes. De verzamelde kinderen voor de St. Catharinaschool in de Amsterdamse Rivierenbuurt zijn goed voorbereid op het zomerkamp Licht en Lucht in de Kennemerduinen. Maar misschien wel het belangrijkste item hangt om hun pols: een rood, geel, groen of blauw bandje. Aan de hand van het polsbandje beslist de kampleiding wie er mag zwemmen en hoe ver.

Ouders die beiden werken, laten hun kinderen in de zomer opvangen door professionals, een buitenschoolse opvang, vakantiekamp of de scouting. Ze hebben zelf niet genoeg vakantiedagen om de hele zomervakantie (zes tot zeven weken) vrij te nemen. Maar wie begeleiden hun kinderen en hoe houden zij toezicht op al die kinderen? Wat doen ze wel en wat niet? In de wet zijn vooral de randvoorwaarden vastgelegd waaraan de kinderopvang moet voldoen. Veel organisaties hebben daarom eigen, strengere regels opgesteld.

De wet: 1 begeleider op 10 kinderen

In de buitenschoolse opvang geldt de wettelijke regel dat één pedagogisch medewerker toezicht mag houden op 10 kinderen. Of die kinderen nou stilzitten in een filmzaal of op excursie gaan naar een zwembad; dat maakt geen verschil. Het zou wel moeten uitmaken, zegt Gjalt Jellesma, voorzitter van Boink, belangenvereniging van ouders in de kinderopvang. „Eén leraar kan 28 kinderen begeleiden in de klas. Maar dat is iets heel anders dan met 28 kinderen de straat op. Daar is het onoverzichtelijk en de structuur van de school is weg. Kinderen gaan rennen, duwen en spelen.”

Toch is hij er niet voor om meer begeleiders verplicht te stellen bij uitstapjes. „Ik hoed mij ervoor weer zes pagina’s toe te gaan voegen aan de regelgeving.” Als het goed is, zegt Jellesma, zijn de professionele kinderopvangorganisaties juist goed in het inschatten van risico’s.

Buitenschoolse opvang De Beukelseberg in Amsterdam laat altijd ten minste twee medewerkers meegaan op excursies. Bij activiteiten die extra aandacht vragen, zoals zwemmen, wordt één begeleider per vijf kinderen ingeroosterd, niet één op tien. De organisatie stuurde vandaag een mail over de eigen werkwijze naar alle ouders, nadat bij een strandje in Amsterdam een vijfjarig jongetje was verdronken*.

Als er tijdens het Licht en Luchtkamp wordt gezwommen is dat een heftige gebeurtenis, zegt begeleider Cecilia Capone (42). Alle dertig medewerkers en 275 kinderen gaan dan mee naar het meertje. In het water is een lijn met ballen gespannen. Kinderen die geen zwemdiploma hebben, mogen tot die lijn het water in – daar is het ongeveer dertig centimeter diep. Anderen mogen verder. „Als zenuwachtige haviken staan we dan aan de waterkant te kijken. Voor de kinderen is het zwemmen leuk, maar voor ons is het altijd spannend.”

De tientallen buitenschoolse opvangorganisaties die zijn aangesloten bij de SKW-groep in onder meer Den Haag en Rotterdam hanteren zelf opgestelde protocollen voor zwemexcursies, maar ook voor gebruik van het ov met groepen kinderen, zegt een woordvoerder. Als de oudere kinderen gaan zwemmen mag één medewerker maximaal zeven kinderen onder zijn hoede hebben, zwemdiploma’s worden gecontroleerd. „We gaan niet naar zwembaden in pretparken. Die zijn te druk en onoverzichtelijk voor ons.” Ten minste drie medewerkers gaan mee als er een excursie met bus of tram wordt gemaakt. Een stapt als eerste in, een tweede telt de kinderen en de derde stapt als laatste in.

Een keurmerk voor zomerkampen

Jellesma van belangenvereniging Boink raadt kinderopvangorganisaties aan vooraf altijd te overleggen met de club waar de excursie naartoe gaat. Waar moeten ze op letten, wat is de beste tijd om te komen? Is het handig als kinderen dezelfde kleur hesjes of zwembandjes dragen? En kies goed waar je heengaat, zegt Jellesma. „Misschien moet je wat verder rijden als die locatie overzichtelijker of veiliger is.” Jellesma juicht het toe dat sommige BSO’s eigen vervoermiddelen hebben, zoals busjes. „Het is een stuk overzichtelijker dan het ov.”

Voor ouders in Amsterdam is fysieke veiligheid niet de grootste zorg, zegt Cecilia Capone van Licht en Lucht. Sinds de Amsterdamse zedenzaak maken zij zich meer zorgen over ongewenst seksueel gedrag. „Die angst is veel groter dan die voor gevaarlijke activiteiten.” Het zomerkamp heeft daarom strenge regels. Er moeten altijd ten minste twee begeleiders bij een kind alleen zijn en de kinderen moeten thuis met zonnebrandcrème worden ingesmeerd. Als dat is vergeten, smeren de kinderen elkaar in. Iedere begeleider moet een verklaring omtrent goed gedrag (VOG) kunnen overleggen.

Het steunpunt KinderVakanties vergoedt het aanvragen van zo’n verklaring door kampen voor hun begeleiders. Dit samenwerkingsverband van 88 kindervakantieorganisaties in Nederland probeert daarmee de veiligheid op kampen te vergroten. Daarom stelde het steunpunt ook twee jaar geleden een keurmerk* in. Zeven kampen hebben tot nu het keurmerk gekregen. Het kan ouders helpen één van de 300 zomerkampen in Nederland te kiezen, vertelt Froukje Hajer, bestuurslid van het steunpunt, want die kampen voldoen aantoonbaar aan allerlei regels. Begeleiders moeten zo vooraf training in pedagogische omgang krijgen en ten minste 18 jaar zijn. Ook moeten er ten minste 2 begeleiders per tien kinderen aanwezig zijn.

De ouders die hun kinderen uitzwaaien voor de St. Catharinaschool zijn niet zo bezorgd, vertellen ze. Inge van Lieshout (40) heeft een 5-jarig dochtertje dat dit jaar voor het eerst met het Licht en Lucht-kamp meegaat: „Ik breng haar ook naar de BSO. Dan hebben ze ook weleens uitjes en dat gaat ook altijd goed. De begeleiders weten wat ze doen.” Toch, geeft ze toe, ging haar dochtertje wel even door haar hoofd toen ze vorige week hoorde dat een 5-jarig jongetje was verdronken in Amsterdam. Maar, verzekert ze, verder valt de bezorgdheid hartstikke mee.