Column

Het monster voeden

Dominic West en Helena Bonham Carter: Burton & Taylor

Britten kijken relatief meer naar digitale zenders dan wij, maar een kijkcijfer van 1,1 miljoen is ook voor BBC Four uitzonderlijk hoog. Het werd maandag gehaald met de exclusieve première van de eigen productie Burton and Taylor, een televisiefilm van regisseur Richard Laxton en scenarist William Ivory. Ook de recensenten waren enthousiast, en terecht, zo viel gisternacht in de herhaling te constateren.

Helena Bonham Carter is te frêle voor de 47-jarige Elizabeth Taylor en Dominic West (de inspecteur in The Wire) te jong en te weinig door de drank verweerd voor de tien jaar oudere Richard Burton, maar de stemmen zijn perfect. Nog belangrijker dan fysieke gelijkenis is dat de essentie van hun liefde en haat klopt.

Het ingenieuze scenario betreft geen biografie, maar een korte periode in 1983, zeven jaar na de tweede echtscheiding. Taylor heeft Burton verleid nog eens samen het toneel op te gaan, voor een reprise van Noel Cowards stuk Private Lives.

Hij kan het geld en de aandacht goed gebruiken, maar realiseert zich niet dat het een poging is hem opnieuw in te palmen. Als dat niet lukt, gaat ze intrigeren en schmieren, ook op het toneel. Ze meldt zich ziek, om een van de grootste theateracteurs van zijn generatie te laten voelen dat het publiek niet voor hem een kaartje heeft gekocht. Hij beantwoordt de vernedering door in Las Vegas met zijn nieuwe vriendin te trouwen.

Wat de regie in kille totaalshots van het theater in New York voelbaar maakt, is de monsterlijkheid van het publiek, dat alleen maar wil zien hoe de hoofdrolspelers van Who's Afraid of Virginia Woolf? opnieuw hun eigen leven imiteren door elkaar op de planken te verscheuren. Taylor doet het er zelfs om en voedt het monster met stevige overacting. Burton weet dat ze veel beter kan: „Ik speel, zij bloedt een rol binnen.” Maar medicijnverslaving en onzekerheid in een theater in plaats van een studio staan zulks dit keer in de weg. Toch krijgt ze een staande ovatie als ze alleen al opkomt, soms met een levende papegaai op de arm.

De theatercritici laten er geen spaan heel van. Ach, de critici, Burton benijdt ze niet: „Zo dicht bij de kunst komen, en er dan zo weinig aan bijdragen, als eunuchen op een orgie.”

Beide acteurs houden minstens een miljoen over aan de steevast uitverkochte vertoning, eh, voorstelling. Wij, de kijkers naar Burton and Taylor, zijn geen haar beter dan het gewillige, sensatiebeluste publiek van toen. Alleen voor de BBC valt het doek: wegens bezuinigingen was dit de laatste filmproductie.