Getuige

Jaren geleden ben ik eens opgeroepen als getuige in een rechtszaak. Een hoerenloper werd ervan verdacht een prostituee gewurgd te hebben. In die tijd was ik rechtbanktekenaar en beroepshalve aanwezig. Een getuige à decharge verklaarde dat hij nog iemand anders dan de verdachte daar naar binnen had zien gaan. Hoe zag die man er dan uit, vroeg de officier. De man dacht na en opeens viel zijn oog op mij en met een borende vinger wijzend, riep hij: „Hij had net zo’n pak aan als die meneer.”

Mij werd verzocht op te staan en mijn kostuum te tonen. Als een volleerde mannequin paradeerde ik voor de rechtbank heen en weer.

Het hielp niet en er volgde een veroordeling, maar de advocaat ging in hoger beroep en verzocht mij met mijn pak te komen getuigen voor het gerechtshof. Dit keer werd de zaak achter gesloten deuren behandeld, er werden delicate zaken behandeld, want toen de getuigenis van mijn kostuum opnieuw geen indruk maakte, gooide de advocaat het over een andere boeg.

Zijn cliënt, verklaarde hij, had in zijn leven veel te vaak gemasturbeerd. Zoals meneer de president weet is dat niet alleen zondig en slecht voor de gezondheid, je krijgt er ruggemergkanker van, én het leidt bovendien tot impotentie. De president beaamde dat, het was tenslotte algemeen bekend dat men van masturberen impotent werd. De jaren zestig.

Welnu, betoogde de advocaat, omdat zijn cliënt zo moeilijk tot een orgasme kon komen had hij zich tijdens de geslachtsdaad met beide handen moeten afzetten, toevallig om de hals van het slachtoffer. Geen moord, geen doodslag, hooguit dood door schuld. „Een betreurenswaardig ongeval, meneer de president.”