Geit is de nieuwe koe

De geitenhouderij is de snelst groeiende boerensector Meer geiten voldoen aan de vraag naar kaas en melk En, als het aan de boer ligt, eten Nederlanders straks ook het vlees

Met geiten had Jeannette van de Ven meteen een klik. De beesten zijn nieuwsgierig, afhankelijk. Foto David van Dam

Verslaggever

Er zijn net twee lammetjes geboren, een meisjestweeling. Ze zijn best schattig, vertelt Jeannette van de Ven. Maar ze is blij als het zo dadelijk afgelopen is met al die bevallingen. Dit jaar werden er meer lammeren geboren dan gepland, ongeveer zevenhonderd. Topdrukte, voor de geitenboer.

Van de Ven runt met haar man Jan een geitenhouderij in Oirschot, Noord-Brabant. Ze is ook voorzitter van de LTO Geitenhouderij, de belangengroep voor geitenhoudend Nederland.

De laatste twaalf jaar groeide het aantal geitenboerderijen in Nederland naar 355 bedrijven. Die houden gezamenlijk bijna 400.000 geiten.

Van de Ven en haar man zijn zelf misschien wel het beste voorbeeld van de groei in de geitensector. Ze begonnen bijna twintig jaar terug, in 1995, met het houden van geiten, tweehonderd in totaal. Nu staan er 1.550 geiten op de 4 Vennekeshoeve – de naam is een verwijzing naar de vier kinderen van Van de Ven en haar man.

Geitenmelk

Ze profiteerden van de groeiende vraag naar geitenmelk, voor de geitenkaas. Die steeg de afgelopen twee decennia in binnen- en buitenland. Eerst vanuit de biologische en gezonde hoek – mensen met een lactose-intolerantie kunnen vaak wel geitenmelk drinken – en later ook vanuit de gewone consument.

Eind jaren tachtig, begin jaren negentig stapten veel boeren over van koeien naar geiten. Toen werd het Europese melkquotum namelijk ingevoerd. Te veel melk, te weinig consumptie. En dus weinig te halen voor een boer.

Toen Van de Ven en haar man het bedrijf van háár vader overnamen, ook een koeienboer, hebben ze alle dieren overwogen. Zelfs slakken. Maar het werden geiten. Daarmee hadden ze meteen een klik. De beesten zijn nieuwsgierig, afhankelijk. Loop de stallen in en zie het. Als Van de Ven voorbijgaat, steken alle geiten hun snuiten door de hekken. Loopt ze een hok in, dan springen ze tegen haar aan. Vragen continu om aandacht. „Ze vreten je op”, noemt Van de Ven dat. Gelukkig zijn geiten heel hanteerbaar, vertelt ze. Probeer maar eens in je eentje een koe tegen te houden.

Saté kambing

Jaarlijks verlaat zo’n 1,7 miljoen liter melk het bedrijf van Van de Ven. Hun gemiddelde geit geeft 1.200 liter melk per jaar.

Nog steeds zijn melkgeiten de belangrijkste inkomstenbron voor Van de Ven en de Nederlandse geitenboeren. Maar de vraag naar geitenvlees groeit ook. Met de bokken kan een geitenboer namelijk niet zoveel. Die gaan naar de slacht. In Zuid-Europa eten ze de bokken heel jong, vlak nadat ze zijn geboren. Nederlanders houden er van als hun saté kambing – dat is Indonesisch voor geit – een paar weken ouder is. En Antillianen houden juist weer erg van het vlees van oude bokken.

Van de Ven probeert samen met zeven andere boeren nog meer vraag te creëren naar het vlees, dat relatief duur is. Zo’n twaalf tot zestien euro per kilo. Ze benaderen restaurants, groothandels. Dit is het verkooppraatje: geitenvlees is speciaal. Specialer dan, zeg, een varkenshaasje. En het is mals.

Q-koorts

Toch is de werkelijkheid minder positief dan die groeiende vraag naar de geit doet geloven. In 2009 was er de Q-koorts, een ziekte die wordt veroorzaakt door een bacterie die vrijkomt als besmette geiten bevallen. Naast vele geiten raakten ook een paar duizend mensen geïnfecteerd. Op boerderijen werden de geiten afgemaakt. Soms uit voorzorg, soms omdat er daadwerkelijk Q-koorts was geconstateerd.

„Bij ons zijn ruim 800 dieren geruimd”, vertelt Van de Ven. Vooral drachtige lammeren en bokken werden gedood. „Dat is héél erg. Het zijn jouw dieren, jouw fokkerij. Dat is niet niks.” Er is nog veel verdriet over in de sector, vertelt ze.

In kwantiteit zijn ze net weer terug op het niveau van vóór 2009. Maar de geiten zelf zijn dat nog niet. Zorgvuldig hadden Van de Ven en haar man in al die jaren de best mogelijke geiten gefokt. Met het uitbreken van de koorts verdween de hele bloedlijn. En in een sector waar het gaat om het hebben van de beste geit – die zowel gezond is als veel melk geeft – is dat best vervelend.

Het beeld dat mensen van „buiten het erf” van geiten hebben, is óók veranderd. Geiten zijn in de publieke opinie niet alleen lief meer, maar ook verspreider van ziektes, onderdeel van een industrie. „We zijn als sector redelijk lang anoniem geweest”, zegt Van de Ven. „Geiten behoren inmiddels tot de koeien en varkens.”