Gaat het nu ook al mis met Tunesië?

Opnieuw werd in Tunesië een seculier politicus vermoord Een gevaarlijke bedreiging voor de stabiliteit Op de regering is veel kritiek

redacteur midden-00sten

Voor de tweede keer binnen een half jaar is gisteren in Tunesië een seculiere oppositiepoliticus vermoord. Medestanders van het slachtoffer, Mohammed Brahmi, wezen meteen beschuldigend naar moslimextremisten, die ook verantwoordelijk worden gesteld voor de moord op zijn collega Chokri Belaïd in februari. De opdrachtgevers van die moord zijn nooit gepakt, maar de autoriteiten hebben gezegd dat hun namen binnenkort worden bekendgemaakt.

Sinds de legercoup in Egypte van drie weken geleden is Tunesië het enige land waar de Arabische Lente nog een min of meer democratisch pad volgt. Maar op een moment van grote economische problemen en tweespalt tussen seculiere en fundamentalistische partijen over de ontwerpgrondwet vormt de tweede moord op een seculiere politicus een gevaarlijke bedreiging voor de stabiliteit.

Net als Belaïd werd Brahmi doodgeschoten voor zijn woning in de hoofdstad Tunis. Zijn vrouw en gehandicapte dochter waren van de moord getuige. De twee daders vluchtten weg op een motorfiets.

In Sidi Bouzid, waar in december 2010 de Arabische opstanden tegen autoritaire en corrupte leiders begonnen, gingen meteen duizenden mensen de straat op om tegen de moord te protesteren. Brahmi was uit Sidi Bouzid afkomstig en werd hier als parlementslid gekozen in de eerste vrije verkiezingen na de afzetting van sterke man Zine al-Abidine Ben Ali in 2011. In Tunis demonstreerden ook duizenden woedende mensen bij het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Brahmi was lid van de grondwetgevende vergadering, die op het ogenlik de laatste hand legt aan de nieuwe grondwet. Hij was juist opgestapt als secretaris-generaal van de links-nationalistische Volksbeweging, die hij zelf had opgericht, omdat deze door moslimfundamentalisten zou zijn geïnfiltreerd. Net als Belaid maakte hij deel uit van het Volksfront, een alliantie van linkse partijen.

De „laffe en verachtelijke misdaad” werd direct scherp veroordeeld door de regerende fundamentalistische Ennahda-partij. Er kwam een oproep voor de regering (die zij zelf domineert) om de daders meteen te arresteren evenals „degenen achter hen die de stabiliteit van het land bedreigen”. Maar het staat vast dat de partij zelf opnieuw sterke kritiek krijgt. Ook de moord op Belaïd werd Ennahda in de schoenen geschoven, omdat de partij naliet het geweld van ultraconservatieve salafistische groepen tegen seculiere kunstenaars, journalisten en politici aan banden te leggen. De moord op Belaïd leidde tot een regeringscrisis en het opstappen van de toenmalige premier.

Anders dan in Egypte hebben in Tunesië salafisten niet de politieke weg naar eventuele macht gekozen, maar gaan zij hun vermeende tegenstanders fysiek te lijf. De Ennahda-regering veroordeelt hun activiteit met de mond maar laat hen feitelijk ongemoeid. Seculiere groepen zeiden destijds dat deze houding de moord op Belaïd had uitgelokt. Brahmi, zoals voor hem Belaïd, was om deze reden een scherpe criticus van de regering.