Feminisme is nog steeds nodig

Een dansvoorstelling als protest tegen het stereotiepe vrouwbeeld, dat is Juxtapose, legt choreografe en danseres Cecilia Moisio uit.

Vrouwenstrijd: danseressen Erin Harty (rechts) en Cecilia Moisio protesteren in Juxtapose. Foto Sigel Eschkol

Met een verleidelijke glimlach schudden twee vrouwen met een eitje ter hoogte van hun baarmoeder. Kinderen krijgen, dat is toch de mooiste taak van de vrouw? Naast aantrekkelijk zijn, taarten bakken en op hoge hakken lopen? In Juxtapose, vanaf zondag in verkorte versie te zien op de Utrechtse Parade, heeft danseres en choreografe Cecilia Moisio (35) de clichés nog eens op een rijtje gezet en presenteert ze samen met collega-danseres Erin Harty met duivels genoegen de dolle deconfiture van twee dametjes die zo uit Mad Men gestapt konden zijn. Ze eindigen als nachtclubdanseressen. Dat krijg je ervan, als je je een stereotiep vrouwbeeld laat opdringen, wil Moisio maar zeggen. Een verlaat feministisch protest, of een actuele aanklacht?

„Sommige mensen vinden het een achterhaald thema. Maar we zijn absoluut nog niet klaar met het feminisme”', aldus de Finse, die uit een familie van sterke vrouwen stamt, en ook vrouwen als belangrijkste leermeesters had: Krisztina de Châtel en Ann Van den Broeck. „Ga na, zelfs in Finland, tweede in het rijtje landen dat het op dit gebied het best doet, verdienen vrouwen nog steeds niet hetzelfde als mannen. En zie hoe vrouwen in de media worden geportretteerd, met voortdurende kritiek in al die reality series die alleen maar over uiterlijk gaan en waar mannen én vrouwen kritiek geven op domme mooie meisjes. Je ziet nou nooit eens zoiets over domme mooie mannen.”

Tijd dus om de boel weer eens wakker te schudden. Op de Parade paraderen Moisio en Harty – als ze zich niet verkleden als Two Little Girls from Little Rock Marilyn Monroe (de blonde Moisio) en Jane Russell (brunette Harty) of een enorme bende veroorzaken in hun poging een taart te bakken – drie maal daags met protestslogans die de vrouwenbeweging in de loop van een halve eeuw hanteerde, van het schattige „Vrouwen hebben óók een ziel” via het opstandige „Mijn gezicht zit híér” tot het woedende „Ongelooflijk dat ik nog steeds voor deze shit moet protesteren!” Juxtapose volgt de rode draad in Moisio’s nog prille oeuvre. Daarin is een fascinatie herkenbaar voor authenticiteit versus leugens in het sociale verkeer. Een eerder werk, Hi! My Name is... , ging bijvoorbeeld over het geïdealiseerde beeld dat mensen van zichzelf creëren in sociale situaties en sociale media. Het is niet onopgemerkt gebleven: Moisio is genomineerd voor de Prijs van de Nederlandse Dansdagen. Volgens de jury is haar werk „persoonlijk en geëngageerd en daagt het publiek uit zich te positioneren”. In de voorstelling nodigen de danseressen de toeschouwers uit iets over hen te zeggen. Die opmerkingen (‘oppervlakkig hoor!’) leiden tot de nijdige mantra: „I am what I think that you think what I am.” Vrouwen doen aan self editing maar, bekent Moisio, daar maakt zij zich zelf ook schuldig aan: „Ik krijg altijd te horen dat ik groot en sterk ben. Die rol ga je dan bijna vanzelf spelen, dat is makkelijker. Maar ik word er ook doodmoe van.”

Juxtapose, Parade Utrecht (28-30/7), Vondelpark Amsterdam (2/8), Parade Amsterdam (13-17/8).