Duitse politiek steggelt over ‘miljoenvoudig afluisteren’

De afluisteraffaire is in Duitsland in de aanloop naar de verkiezingen ontaard in een politiek debat. Dat gaat ten koste van opheldering.

Volledige opheldering over alle beschuldigingen over afluisterpraktijken van de Duitse geheime diensten. Dat beloofde Ronald Pofalla, chef van het Kanzleramt, het ministerie van bondkanselier Angela Merkel gisteren. Pofalla is verantwoordelijk voor de veiligheidsdiensten en moest uitleg geven in het zogeheten controle gremium, de Duitse parlementscommissie voor de geheime diensten, die zoals altijd achter gesloten deuren vergaderde.

Ondanks zware beschuldigingen van de Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden, dat de VS Duitsers bespioneerde met medeweten van Duitse geheime diensten, hield Pofalla zich de afgelopen weken opvallend stil. Het was een ingewikkelde zaak, zei hij gisteren ter verklaring, en bovendien was hij even met vakantie geweest. Maar nu, zei Pofalla, zou de commissie op alle vragen een „boven elke twijfel verheven” antwoord krijgen. Niet voor niets liet hij zich vergezellen van de directeuren van de binnenlandse, de buitenlandse en de militaire veiligheidsdienst.

De afluisteraffaire komt, zo vlak voor de parlementsverkiezingen in september, voor de regering zeer ongelegen. De verontwaardiging onder de bevolking is groot. Dus probeert de oppositie, deels bij gebrek aan sociaal-economische thema’s, het vuurtje brandende te houden.

„Ik wil nu eindelijk wel eens de waarheid horen van deze regering”, zei daarom Hans-Christian Ströbele van de Groenen gisteren. Volgens hem zijn er aanwijzingen dat de regering een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven. De voorzitter van de parlementscommissie, sociaal-democraat Thomas Oppermann, stuurde de regering een brief met 110 vragen over de afluisteraffaire en vond dat er „geen enkele juridische of politieke grondslag bestaat voor het miljoenenvoudige afluisteren”.

Allemaal verkiezingsretoriek, zeiden de regeringspartijen. Michael Grosse-Brömer (CDU) herinnerde eraan dat Duitsland ten tijde van de aanslagen in de VS in 2001 een rood-groene regering had. In die tijd haalden de Duitse veiligheidsdiensten de banden aan met de NSA. Misschien, moest de huidige SPD-fractieleider Frank-Walter Steinmeier, destijds verantwoordelijk voor de geheime diensten, maar eens uitleg komen geven. Hans-Peter Uhl van de CSU, de zusterpartij van de CDU, ging nog een stap verder. Als hij moest kiezen tussen de directeur van de geheime dienst of het weekblad Der Spiegel, dat de affaire aanzwengelde, „dan geloof ik eerder de overheidsfunctionaris dan de pseudo-onthullingen van een of ander tijdschrift”. De dagboeken van Hitler, ooit gepubliceerd door het weekblad Stern, bleken achteraf ook vals te zijn.

De bijeenkomst van het controle gremium heeft aan het gesteggel geen einde gemaakt. Pofalla zei dat de lucht was geklaard en dat men erop konden vertrouwen dat persoonlijke gegevens veilig waren. Volgens Oppermann was er niets opgehelderd. Beide partijen zijn waarschijnlijk blij dat de commissie achter gesloten deuren vergadert.